INHOUD WTT
HOME

De start van het Woordenboek van de Tilburgse Taal werd in 2013 mede mogelijk gemaakt door


Het Tilburgs Alfabet (Van aajkes tt zaandkl) werd geschreven door Jace van de Ven.

 

Klik hier voor de letters die niet tot de officile spelling behoren:

C

Q

X

Y


De letter W

is voor het laatst aangepast en aangevuld op 8 september 2023. De redactie is nog niet voltooid.


A

B

D

E

F

G

H

I

J

K
L
M
N

O

P
R
S
T
U
V

W

Z

 

WTT

Redactie: Ed Schilders, Hans Hessels

Gebaseerd op de verzameling Tiburgse dialectwoorden van

Wil Sterenborg

 

Van waacht tot wuw

waacht

zelfstandig naamwoord

- Theo de Wijs, schriftelijke mededeling aan Cees Robben - (gehoord bij n cabaretvoorstelling) - Ons Mie hee me de waacht aongezee dk nie mog laache en naa laach ik al en er is nog niks te zien. (15-06-1963)

- Henk van Rijen; Mn Tilbrgs Wordeboek, 1988 - wacht

- Henk van Rijen; Mn Tilbrgs Wordeboek, 1988 - K-za-m de waacht wl us nzgge

- WBD - III.1.4:431 de wacht aanzeggen = op het hart drukken

- Jan Naaijkens, D's Biks (1992) - waacht zelfstandig naamwoord wacht; iemes de waacht onzgge.

 

waad

zelfstandig naamwoord

dat deel van een lemmet dat scherp is en waarmee gesneden wordt

- WBD - (III.2.1:148) waad

- WNT - waat

 

waafel

zelfstandig naamwoord

- Mandos - Brabantse Spreekwoorden - 2003 - waafel, elleboog van taafel ('86) - gezegd tegen iemand die met de ellebogen op tafel zit

 

waaj

zelfstandig naamwoord

weide, weiland

- Kernkamp - Bezorging Dialectenqute 1879 - waai weide; in de waai

- Dialectenqute 1887 Willems - waaj

weide, weiland

- Flaneur (pseudoniem van Antoon Arts) - Ja, die jongens van Flaneur waren rakkers, maar wat ze zeker nooit aan hulli pa" hebben durven vertellen is, dat ze gingen vuurke stooke" in den Ekker aachter moeder van Lierup" waar de koeien in de waai" stonden (nu de Mariastraat) en dat ze dat vuurke" stookten met solfter"... (Uit: Zonder opschrift; Nieuwe Tilburgsche Courant zaterdag 16 april 1904)

- Piet Heerkens; uit: Dn rgel, Brabant, 1938 -

Brabant mee oe gruune waaie,

mee oe blonde peerse haaie,

mee oe lochte, zoft as ween,

laand, mijn laand, w zeede feen!

- Piet Heerkens; uit: Dn rgel, De boeremeid, 1938 - al deur de gruune boerewaai

- Jaon van Harrie van de boere Bet, Nieuwe Tilburgse Courant - 2 februari 1950: Ik weet nog d 't geitepark 'n waai was mee waai- en boterblumkes. De omwonende meense teuide de geite op die waai, daarom de naom geitepark.

- Cees Robben - de waai... waor t schaop heej staon te blten (19560630)
- Cees Robben - Mar ochrum langs de Laai/ Liggen naa verbraande waai... (19570704)
- Cees Robben - Dekkers en de waai (19570119)

- Lechim (pseudoniem van Michel van de Ven), De Tilburgse Koerier, 78 01 26 Ons Sjaan die hee 'n woordeboek / Vur 't puuzele gekocht / Daorin wordt al wsse nie wit / Mee aondaacht opgezocht. / W is 'n aander woord vur stn? / D blkt dan unne kaai / En as 'r laoter "grasveld" stao / Is d gewoon 'n waai.

- Lodewijk van den Bredevoort (pseudoniem van Jo van Tilborg), Kosset den brne eigeluk wel trekken? Dl. 1, 2006 - Waor ik gre meej speulde en et dus ok nie rg vond, om vur te zrge, waar den bok. Ik ha zelfs un waaike vur em aongeleed.

Uitdrukkingen en gezegdes

- Als ge saome in dezelfde waai" gestaan hebt, dan wil men beduiden dat ge met een bepaald persoon samen in betrekking zijt geweest of in dezelfde omstandigheden hebt verkeerd. De Noord-Brabantsche Tongval, Nieuwe Tilburgsche Courant 31-07-1930.

- Pierre van Beek -gezegde  We hbbe saomen in dezlfde waaj gelope.

- Henk van Rijen; Mn Tilbrgs Wordeboek, 1988 - we hn saome ng in dezlfde waaj gelope - we kennen elkaar van vroeger

- WBD - waaj slpe (Hasselt), ook 'slpe' genoemd - slepen ( met een sleep over akker of weide gaan ter egalisatie)

- Mandos - Brabantse Spreekwoorden - 2003 - in en goej waaj terchtegekoome zn (JM '57) - goed terechtgekomen zijn

- Mandos - Brabantse Spreekwoorden - 2003 - vruug in de waaj n laot vt (16) vroeg getrouwd zonder succes

- WBD - voogelwaaj (Hasselt) - braakakker

- WBD - waad schlle (Hasselt) - het losploegen van een graslaag

De Waaj - toponiem; De Koningswei; verdwenen volksbuurt in het centrum van Tilburg

- Lechim (pseudoniem van Michel van de Ven), De Tilburgse Koerier, 69 11 13 - "J Sjefke, zee de Peer deez week - / Waor is de td gebleeve / D'k jou toen vruuger in de waai / n Pak slaog heb gegeeve?''

- Karel de Beer, Tilburgs bijnamenboek - 2000 - de konegin van de waaj = Pieta Melis (blz. 54)

- Karel de Beer, Tilburgs bijnamenboek - 2000 - akeela van de waaj = Bertje Eygenraam (blz. 36)

 

waajbluumke, waajblumke

zelfstandig naamwoord verkleinwoord

weidebloempje

- Jaon van Harrie van de boere Bet, Nieuwe Tilburgse Courant - 2 februari 1950: Ik weet nog d 't geitepark 'n waai was mee waai- en boterblumkes. De omwonende meense teuide de geite op die waai, daarom de naom geitepark.

- WBD - III.4.3:292 waajbluumke - madeliefje (Bellis perennis), ook genoemd maajbluumke, meizoentje', 'meizoetje' of paosblom

 

waajbom

zelfstandig naamwoord

populier; ratelpopulier; alleenstaande boom in een weiland, die wegens wind van alle kanten onstabiel was en derhalve slecht hout opbracht

- Cees Robben - begraoven in en kiest van waajbomehout [ongedateerd knipsel]

- Pierre van Beek - waajbomehout - hout van zo'n 'waajbom; resp. hout van inferieure kwaliteit.

- WBD - III.4.3:98 waajbom - den; ook genoemd: dn, spar, dnnenbom, maast, mastenbom, grffe maast, hksemaast of maajbom

- WBD - waajbom - populier; ook genoemd: pppel of flierbom

- WBD - III.4.3:167 'waaiboom' = vlier

-Leo Goemans - Leuvens taaleigen (1936) - WAAIBOOM - zelfstandig naamwoord mannelijk Op de vraag 'wat hout is dat?' antwoordt men schertsend: waaiboomenhout.

- Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch dialect - 1899 - WAAIBOOM zelfstandig naamwoord mannelijk - fruitboom in vollen grond; Frans arbre de plein vent, in tegenst. tot 'Leiboom'; volgens Paqu geeft men dien naam aan den Ratelpopulier, Populus tremula L. en aan den Italiaanschen populier, P. pyramidalis Rozier. 

- WNT - WAAIBOOM 4) (Scherts, of pejor.) Boom dien men niet nader kan of wil bepalen, of boom van mindere qualiteit.

 

waajbomehout

zelfstandig naamwoord

hout van een 'waajboom', hout van inferieure kwaliteit

- Pierre van Beek - waajbomehout - hout van een waajbom.

- Cees Robben - Of ge naa begraove wordt in n kiest van waai-bme-hout of van ke.. dr onder gaode.. (19750704)

- Mandos - Brabantse Spreekwoorden - 2003 - waajbomehout in de haand hbbe (Pierre van Beek - Tilburgse Taalplastiek 1970) - kaartterm: slechte kaarten hebben (W = slecht hout, zoals dat van de vliegden of grove den, de Pinus Silvestris en de ratelpopulier, Populus Tremula)

- Henk van Rijen; Mn Tilbrgs Wordeboek, 1988 - 'waajbomehaawt' - slecht timmerhout, van de grove den (Pinus Silvestris)

- Frans Verbunt, Tilburgs vur tonpraoters, zeuvende perbeersel, 1996 - 'ongepoelietoerd waajbomehout' - zeer slecht hout

- Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch dialect - 1899 - WAAIBOOMENHOUT znw.o. - denneboom die niet gezaaid of geplant is, maar opgeschoten uit het zand, dat door den wind weggevlogen is. Maste waaielingen.

- Jan Naaijkens, D's Biks (1992) - waajbmehout zelfstandig naamwoord  - slecht hout, bv. van populieren

- WNT - WAAIBOOMENHOUT (schertsend of pejoratief) - (timmer)hout van onbepaalde of mindere qualiteit

 

waaje

werkwoord, zwak

waaien; ook: weiden

- Mandos - Brabantse Spreekwoorden - 2003 - ksters koej maag pt krkhf waaje (heeft een streepje voor) (50)

- Dialectenqute 1887 Willems - waaje waajde gewaajd

figuurlijk

ruzie maken
- Cees Robben - Asset thuis waait moete n deur dicht doen... aanders trekket... (19721117)
 

waajer

zelfstandig naamwoord

bovenlicht

- WBD - (III.2.1:67) waaier, ook boovenlicht

 

waajer, wjer

bijwoord, bijvoeglijk naamwoord

- Henk van Rijen; Mn Tilbrgs Wordeboek, 1988 - verder, wijder (waajer, wjer)

 

waajpaol

zelfstandig naamwoord

- WBD - (Hasselt) weidepaal

- Gracieuze schoene ha ze ok al gin aon, die zon trouwes nie gestaon hebben onder zon rchte waaipaolen. (Lodewijk van den Bredevoort pseudoniem van Jo van Tilborg, Kosset den brne eigeluk wel trekken? Dl. 2, Tilburg 2007)

 

waandelbier drinke

uitdrukking

Voor ontspanning gaan wandelen zonder een caf te bezoeken

- Mandos - Brabantse Spreekwoorden - 2003 - waandelbier drinke (Pierre van Beek - Tilburgse Taalplastiek 1969) - er voor de ontspanning op uittrekken zonder onderweg iets te verteren

 

waandele

werkwoord, zwak

wandelen

- Kernkamp - Bezorging Dialectenqute 1879 - Ze waandelden aal proatende tot oan de staad

- WBD - III.1.2:118 'wandelen = wandelen; ook: 'slenteren'

- Dirk Boutkan & Maarten Gosling Kossmann, Het stadsdialekt van Tilburg, 1996 - (blz.67) ik waandelden en sprong

waandele - waandelde - gewaandeld (geen vocaalkrimping)

 

waandelr

zelfstandig naamwoord

wandelaar

- Rolf Janssen; We hebben gezongen en niks gehad (1984) - et park is vur de waandelrs

 

waar

vormen in de verleden tijd van 'zn'

ik waar, gij waart, hij/zij/et waar, wij waare, gullie waart, zullie waare

- Cees Robben - Waarde gij verschrkke, Nl? [ongedateerd knipsel]

- Dialectenqute 1887 Willems - der waare vf prze

- Henk van Rijen; Mn Tilbrgs Wordeboek, 1988 - hij wies himmol nie waor ie waar.

- Rolf Janssen; We hebben gezongen en niks gehad (1984) - 'Ik waar 'ne wver' (blz. 211) 'Ik was vruuger 'ne wever' (blz. 205)

 

waas

zelfstandig naamwoord

de was; zowel de was als die gedaan (gekookt) wordt, als de was zoals die te drogen hangt

- Cees Robben - Verder gaot ie [de wol] op dn taas/ om te drge.. en dan blke/ in de zon gelek de waas...... (19560630) [De gedroogde wol wordt in de zon gebleekt. Dit gebeurde vroeger ook met de witte was.]
- Cees Robben - Op de goot stao enkelt de waas te wosseme... (19791012)
- Cees Robben - ...vat die maand waas op (19640904)

- Elie van Schilt - 's Zondagsaoves wier de waas gekkt op de kachel, hil ut his was dan deurtrokken van de zplucht en de waosum van de kokende waas. Die wasketel wier dan ingepakt in un stel ouwe dekens, dan kon de waas 's naachts 'trekken' en was smreges nog lekker wrem. En wij boven nog in ons bed roken 'Ut is vandaog wir wasdag'. (Uit: Ut stonk mar toch mis ik de stank van vruuger; Cubra, ca. 2000)

- Frans Verbunt, Tilburgs vur tonpraoters, zeuvende perbeersel, 1996 -  in de pispot gewaase en in de schorsten gedrgd (gezegd van niet al te witte was)

- Grot diktee van de Tilburgse taol 94 de waas hong ng bte

- Lodewijk van den Bredevoort (pseudoniem van Jo van Tilborg), Kosset den brne eigeluk wel trekken? Dl. 1, 2006 - Wanneer ze de kolenvergassers [van de gasfabriek] opentrokken, moes de waas k nie bte hangen, die zaat dan binnen de kortste keren vol zwarte stippen.

- WBD - (III.2.1) waas - wasgoed (ook de schone was)

- Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch dialect - 1899 - WAS(CH) zelfstandig naamwoord mannelijk en niet vroouwelijk.

 

waase

werkwoord, sterk

geen vocaalkrimping

- A.A. Weijnen; Onderzoek dialectgrenzen in Noord-Brabant (1937) - waase (met rekking)

1. Werkwoord, wassen

- Kernkamp - Bezorging Dialectenqute 1879 - Ze laote der ge waasse - ze laten zich wasschen

- Theo de Wijs, schriftelijke mededeling aan Cees Robben, witte dgge mee heet waoter beter witter kunt waasse (09-07-1967)

- Voorbeeld van systeemkaart Wil Sterenborg - In de miste hshaawes wier smndags gewaase.

- Theo de Wijs, schriftelijke mededeling aan Cees Robben - J, j, ik waas me twee keer per jaor , vuil of nie vuil (11-02-1965)

- Hessels 2020 - Bij het zien van iemand met een kaal hoofd: - die moet veul gezicht waase! (Zegsman dhr. Hessels (1931-2006). Volledige bron: KLIK HIER

Uitdrukkingen

- Mandos - Brabantse Spreekwoorden - 2003 - we zulle d vreke wl waase, zi den boer n hij douwde den doomienee in de mistput (Nicolaas Daamen (Handschrift Tilburgs) - 1916 - ) - we zullen dat wel klaren

- Mandos - Brabantse Spreekwoorden - 2003 - veul te waase n wneg te vouwen hbbe (Kn'50) - veel drukte maken en weinig nuttig werk verrichten; weinig bezitten

2. Werkwoord, sterk groeien

- Cees Robben - 't kaf waast meej' [ongedateerd knipsel]

- WBD - III.1.1:7 'wassen' = groeien

- A.P. de Bont - Dialekt van Kempenland - 1958 e.v. - sterk werkwoord wies), 'waassen' - wassen, groeien

Aanvullende bronnen

- WBD - (III.3.2:169) 'wassen' = kaarten schudden; ook 'schokken'

- A.P. de Bont - Dialekt van Kempenland - 1958 e.v. - wa.se(n), st.ww. (wies, ook waaste), tr. 'waassen' - wassen

- Jan Naaijkens, D's Biks (1992) - waasse ww - wassen

 

waaser

zelfstandig naamwoord

- Henk van Rijen; Mn Tilbrgs Wordeboek, 1988 - (textiel) stukkenwasser, bediener wasmachine

 

waawelr
zelfstandig naamwoord
wauwelaar; uit wauwelen: kletsen, zwetsen, onzin uitkramen
- Cees Robben - Willem/ gewze wauwelr... (19660729)
 

walge

werkwoord, zwak

walgen

- Henk van Rijen; Mn Tilbrgs Wordeboek, 1988 - 'wallege' - vervelend doen, treiteren

 

walgnd

zelfstandig naamwoord

samenstelling uit walg + eind

- 2019 verveeloor (Mededelingen van Hans Hessels, opgetekend uit zijn familiekringen Hessels en Marinus 1960-1980. 

Voor de volledige lijst Klik hier

 

walkvat

zelfstandig naamwoord

walkvat

- WBD - walkvaate (mv); een om een horizontale as roterend gesloten vat, dat bij diverse bewerkingen in de leerlooierij kan worden gebruikt; (II 697)

- WBD - walkvaate (mv) - vat waarin wordt gelaafd. (II 623)

- WBD - walkvaate (mv) - looivat, vat gebruikt bij o.a. de snellooiing (II 636)

 

wammis

zelfstandig naamwoord

wambuis, kiel

- Een roestpraatje (Weekblad van Tilburg, 5 oktober 1867): En daor en up spinningen kan i zen wammis niet derven.

 

wankelbeureg

bijvoeglijk naamwoord

- WBD - III.1.2:113 'wankelbarig wankelbeurig' = onvast ter been

 

wanneer

bijwoord

wanneer?

- Kernkamp - Bezorging Dialectenqute 1879 - Waannir komd u bruur jaaw bezuuke?

 

wanneer d

voegwoord

als

- Interview Hermans - 1978 - Wanneer d nu meej d mesjien gaare gemaakt wrt (transcriptie Hans Hessels, 2013)

► KLIK HIER om het interview te beluisteren

 

waofelbinding

zelfstandig naamwoord

wafelbinding

- WBD - waofelbinding (II:1046) - wafelbinding: overeenkomend met wafels

 

waoge

werkwoord, zwak

wagen, durven

- Dialectenqute 1887 Willems - waoge - waogde - gewaogd; geen vocaalkrimping

- Pierre van Beek - Wanneer iemand moeilijk een beslissing kan nemen in een bepaalde aangelegenheid omdat er risico aan verbonden is, zegt de oude Tilburger: "Kom, kom, Botermans waogde z'n dochter wel en d was zo'n kosteluk paand." De heer Botermans dreef destijds het best bekende hotel van Tilburg, namelijk "De gouden Zwaan" op de Heuvel. Zijn dochter trouwde met een kellner uit de zaak, zekere P.F. Bergmans, een verbintenis, die de openbare mening nogal als 'n waagstuk beschouwde. De eervolle levensloop van wijlen de bekende wethouder P.F. Bergmans, naar wie thans in Tilburg zelfs een straat heet, heeft het bewijs geleverd hoe die volksopinie zich vergiste. (Tilburgse taalplastiek 4 Nieuwe Tilburgse Courant - zaterdag 25 februari 1950)

- Frans Verbunt, Tilburgs vur tonpraoters, zeuvende perbeersel, 1996 - die nie waogt die nie wint, die nie scht die nie stinkt

- A.P. de Bont - Dialekt van Kempenland - 1958 e.v. - ww. (met gemengde vervoeging: woeg, gewaogd) tr. - wagen

 

waoge, waogel, waogeltje

zelfstandig naamwoord

wagen, kar, auto

Het verkleinwoord is waogetje of waogeltje

blauwe waoge - ziekenauto voor psychiatrische inrichting

- Kees en Bart, krantenrubriek in Groot Tilburg, ca. 1935 - knderwaoge

Twee peerde veur nen waogel? (Piet Heerkens; uit: De Kinkenduut, Trouwsumke, 1941)

En 's Zaoterdags was er et waogeltje klaor, geverfd en gelakt: een gerijke! (Piet Heerkens; uit: Brabant, Den bok, 1941)

en laoide ze gaaw op z'n waogeltje...  (Piet Heerkens; uit Vertesselkes, De kerk verdouwd, 1944)

In d efkes dek aon d waogeltje stint waren er kender, die in ettelukke minute vur drie kwartjes nor binne spulden. (Karel en Sjarel, dialoog in Groot Tilburg, 20 april 1945)

- Cees Robben - Ze hebben dr waogeltje daor laoten staon... (19600102)

- Mandos - Brabantse Spreekwoorden - 2003 - meej Dielemanse waogetje nrt paopekltje gaon ('72) - overleden zijn [Dielemans = begrafenisonderneming]

- Henk van Rijen; Mn Tilbrgs Wordeboek, 1988 - hdde wir ne nuuwe waoge? et zit er ngal aon!

- Henk van Rijen; Mn Tilbrgs Wordeboek, 1988 - 'waoge, waogel'

- Cees Robben - 'die sprong d'n waogel in' [ongedateerd knipsel]

- WBD - III.3.1:390 'wagen' = voertuig, ook genoemd: 'stootkar of gerij; auto

- Ruud Damen & G.W.J. Steijns; Et Buukske - W en hoe in de Tilburgse Taol, 2008 - waogeslouwe - evenement vr carnaval waarbij het Tilburgs publiek in aanbouw zijnde wagens in de bouwhal kan bewonderen.

- Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch dialect - 1899 - WAGEL zelfstandig naamwoord mannelijk - wagen, Frans chariot (ook in Limb. en Brab.)

- WNT - WAGEN (I), WAGEL

 

waoghaaw(st)er

zelfstandig naamwoord

waaghouder(ster)

- Lodewijk van Dorrus Misters - Deze werd niet van gemeentewege benoemd, maar was pachter van de waag op de botermarkt. De laatste die dit baantje waarnam, was mej. Trees van Borne. De botermarkt werd eertijds gehouden op de verhoging voor het stadhuis, maar deze verhoging strekte zich uit zo ver als nu voor het stadhuis klinkerbestrating is gelegd. Op deze verheven vlakte waren Vrijdags de boeren en boerinnen uit Tilburg en omliggende dorpen met hun boter en eieren. Velen van hen hadden ook in de stad hun vaste klanten onder de winkeliers, zoals de firma Bronsgeest, Sjoo de Beer, Ferd. Wittens, in de onmiddellijke omgeving der markt. Vele huismoeders kochten echter op de markt, maar een hele "weg" boter was voor de meesten te veel. Als zij dan hun keuze gemaakt hadden, kochten zij met twee of gedrien zo'n "weg". Ze lieten die afwegen en verdelen aan de waag en ieder betaalde naar gelang het gewicht dat ieder had; voor het afwegen gold een tarief van 1 cent per pond. De boterwaag had haar vaste plaats voor de deur onder het bordes van het stadhuis. Behalve boter hadden de boerinnen en boeren ook eieren, maar deze werden zoals nog heden per stuk verkocht. Deze boter- en eiermarkt had een groot nadeel. De lui stonden in zomer en winter, in regen en sneeuw, steeds buiten. Om die reden werd dan ook de "boterhal" gebouwd. Hierin werden ook ondergebracht de vleesstalletjes, die door de slagers konden worden gehuurd, zodat ieder steeds een vaste plaats had. Voordien hadden zij hun kraampjes op de markt. (Lowie van Dorrus Misters; rubriek Onze Tilburgse folklore, afl. 5 Voorlezer en wijkmeesters; Nieuwe Tilburgsche Courant 17-2-1951)

 

waogemaoker

zelfstandig naamwoord

wagenmaker, 'krsmid'

- Dialectenqute 1887 Willems - Witte ginne waogemaoker?

- WBD - (II:2693) 'waogemaoker' - wagenmaker rojmaoker' - rademaker

 

waoke

werkwoord, zwak

waken, wakker blijven, de wacht doorbrengen bij een overledene

- Kernkamp - Bezorging Dialectenqute 1879 - sloapen en woake

- Dialectenqute 1887 Willems - waoke - wkte - gewkt - ook in tegenwoordige tijd vocaalkrimping: gij/hij wkt

 

Lowie van Dorrus Misters; rubriek Onze Tilburgse folklore, afl. 2 Doden-cultus van eertijds; Nieuwe Tilburgsche Courant 16-11-1950

Het was ook de gewoonte, dat bij grotere lijken 's nachts gewaakt werd. Dit was weer een burenplicht. Die wake werd gehouden door minstens twee personen. Om wakker te blijven gebruikten zij dan sterke, zwarte koffie. Dus zonder melk. Als men dit laatste eens vertelt in gezelschap van jongelui, wordt dit waken onzin genoemd. Zij zeggen: dood is toch dood! Inderdaad, dat zal niemand ontkennen. Maar er is verschil tussen dood en schijndood. Bij het beoordelen van vroegere gewoonten en gebruiken moet men niet afgaan op de tegenwoordige maar vroegere tijden. Het is nog niet zo heel lang geleden, dat er dikwijls epidemisch besmettelijke ziekten uitbraken zoals typhus, cholera, pokziekte enz. en dan was het in 't geheel geen zeldzaamheid, dat lijders aan een dier ziekten dood gewaand en ook als zodanig behandeld werden. Juist daarom was en is er nog wettelijk een tijd bepaald, waarin het lijk niet begraven mag worden. In die tijd is waarschijnlijk ook de verplichte koepokinenting tot stand gekomen. Dat het waken in die omstandigheden niet zinneloos maar noodzaak was, begrijpt nu iedereen wel en het gebeurde ook vaak, dat het niet vruchteloos was.

 

Fringilla coelebs

 

waol
zelfstandig naamwoord; ook waolvink; de naam is waarschijnlijk door Vlaamse vogelaars gemunt: een vink uit Walloni; namelijk een vink die niet mooi zingt.
vink (Fringilla coelebs)
- Cees Robben - Ik heurde van dn tuureluut/ van takkeling en waol (19600708)
- Henk van Rijen; Mn Tilbrgs Wordeboek, 1988 - vink (Fringilla coelebs)

 

waone

werkwoord, zwak

wanen

- Dirk Boutkan & Maarten Gosling Kossmann, Het stadsdialekt van Tilburg, 1996 - in verl. tijd vocaalkrimping: wnde; waone - wnde - gewnd

 

waope

zelfstandig naamwoord

wapen

- Kees en Bart, krantenrubriek in Groot Tilburg, ca. 1935 - 'waopen', 'waopens'

- Pierre van Beek - Ze heeget hoog in der waopes - is nogal hoogmoedig (Tilburgse Taalplastiek 174)

- Hessels 2020 - Bij het zien van een koppel met vrouw in verwachting: - die heej zen waopes te hog gedraoge! (Zegsman dhr. Hessels (1931-2006).

Volledige bron: KLIK HIER

 

waor, wr

bijwoord, bijvoeglijk naamwoord

waar

- Miep Mandos-v.d.Pol - Aantekeningen Brabantse spreekwoorden - Ast nie waor is, geef ik men gat vur en kummeke soep.

- Theo de Wijs, schriftelijke mededeling aan Cees Robben, (interessante cafpraat: ) ge mt toegeve as t waor is en t is waor, d'es klaor! (09-04-1973)

- Cees Robben - t Was waor... (19550402)- Dialectenqute 1887 Willems - ik weet nie waor ik em zuuke moet

- Cees Robben - waor d ge kekt... (19540724)

- Mandos - Brabantse Spreekwoorden - 2003 - as et waor is, zgge ze in de joodekrk (AM'84) - hiermee wordt twijfel uitgedrukt aan de waarheid van een bewering.

- Mandos - Brabantse Spreekwoorden - 2003 - ast nie waor is, steele de dieve me (D'16) - bezweringsformule

- Henk van Rijen; Mn Tilbrgs Wordeboek, 1988 - ds zo waor as de Lonse tram tuut - dat is beslist waar

 

waoraon en waoraaf

bijwoordelijke uitdrukking

alle details van een situatie of kwestie

't Menneke moet precies weten waoraon-en-waoraaf. Weten w-t-ie maag en nie maag, w-t-ie mot en nie mot doen of laote. (Jan Jaansen; pseudoniem van Piet Heerkens svd; Oome Teun als opvoeder; feuilleton in 6 afl. in Nieuwe Tilburgsche Courant 2-3-1940 6-4-1940)
...en toen kos ie ons vertelle, waoraon en waoraaf... (Jan Jaansen; pseudoniem van Piet Heerkens svd; Boere-Profeet; feuilleton in 5 afl. in de Nieuwe Tilburgsche Courant 1-7-1939 29-7-1939)
- Cees Robben - Zeg mar gerust waoraon of waoraaf meneer dokter... (19650521)
- Cees Robben - Dan weten ze tenminste waoraon... en waoraaaf... (19720408)
 

waore, waort

werkwoord, persoonsvorm

waren, waart

- Dialectenqute 1887 Willems - verleden tijd van zn: wij waore, gij waort, zij waore

 

waorend

zelfstandig naamwoord

waarheid

- Cees Robben - De waorend mot gezeej...  (19611020)

 

waos

zelfstandig naamwoord

- WBD - III.4.4:58 waas' = mist; ook: 'wasem', 'mot, of 'smook

- WBD - III.4.4:212 'waas' = damp, stoom, ook 'blaak', 'rook', stoom

 

waot

zelfstandig naamwoord

scherpe kant, snede van een wapen

- WBD - (II:2708) 'Waot' - waat, vouw, snede van een beitel

 

Lechim - Gedicht van de week uit de Tilburgse Koerier (1957-1982)

waoter

zelfstandig naamwoord

water

- A.J.A.C. van Delft - Bij noodzaak moet men z'n buren een dienst bewijzen, en dit drukt men volgenderwijs uit: "Waoter en vuur en weigert men ginnen gebuur." (Nwe. Tilb. Courant; Van Vroeger Dagen afl. 117; 5 juni 1929)

- Pierre van Beek - Water kan geen bloed worden. - Een stiefkind kan men niet als een eigen kind beminnen. (Nwe. Tilb. Courant; Dialect en spreekwijzen; 10 januari 1959)

- Cees Robben -  We hebben n haoven mee waoter dr in... (19540515)- Henk van Rijen; Mn Tilbrgs Wordeboek, 1988 - Kaaw p zen waoter hbbe - aan een blaasaandoening lijden.

- Informant Toine Raaijmakers - Waoter, d dugt ng nie in oew schoene! (dus niet drinken)

- WBD - waoterput - waterput (op het boerenerf), ook 'put' genoemd

- WBD - III.1.1. lemma urine verspreid in Tilburg

- WBD - III.1.1. lemma urineren  - Tilburg Het is hoog water. [Hoge nood hebben]

- WBD - III.4.4:21 'waterlucht' = regenvoorspellend wolkje

- WBD - III.4.4:189 'getwater', 'mooswater' = vuil water

- Dialectenqute 1887 Willems - ik hb et em afgeraoje m zoo laot langs et waoter te gaon

- Dialectenqute 1887 Willems - twaoter zal gaa kooke - het water zal dadelijk koken

- Mandos - Brabantse Spreekwoorden - 2003 - hil w waoter vl gemkt hbbe (Pierre van Beek -Tilburgse Taalplastiek  '72) - na veel moeite de zaak toch geklaard hebben.

- Mandos - Brabantse Spreekwoorden - 2003 - meej waoter valt niks goed te maoken n meej sker kunde niks bederve (Pierre van Beek - Tilburgse Taalplastiek 1965) - om iets te verbeteren dient men de juiste middelen te gebruiken. (ook - Stadsnieuws -   040508)

- A.A. Weijnen; Onderzoek dialectgrenzen in Noord-Brabant (1937) - Volgens krt. 6l valt T nog net binnen het gebied waar de vocaal lang is

- Jan Naaijkens, D's Biks (1992) - waoter zelfstandig naamwoord  - water

Haor WATTER - water

 

waoterachtig

bijwoord

waterachtig; slechts eenmaal aangetroffen; waarschijnlijk is er een verband met 'watertanden', 'het water loopt in de mond':

Daornao gekookte ham, gin gewone zooas ge in de winkels koopt, n ham die bij den bakker 'n wijltje in den oven gesmoord h, half en half gebraojen zood 't er 'nen geur afsloeg om waoterachtig van te worren. (Kubke Kladder; pseudoniem van Pierre van Beek; Nieuwe Tilburgsche Courant; Uit t klokhuis van Brabant 9; 22-02-30)

 

waoterbisje

zelfstandig naamwoord, verkleinvorm

waterbeestje

- WBD - III 4.2:179 lemma Schrijvertje - Het schrijvertje of de draaikever (Gyrinus natator) meet 5-7 mm. Vroeger kwam het door Gezelle beroemd geworden zeer kleine schijverke nog algemeen voor, maar het heeft zeer onder de watervervuiling geleden. Het is een klein glanzend zwart roofkevertje dat kringen op het wateroppervlak maakt en bliksemsnel onderduikt bij gevaar.
schrijverke frequent in Tilburg
watertor Tilburg
- WBD - noemt hier voor Tilburg niet schaatsenrijder (wel in Oud Gastel); waterbeestje Tilburg

 

waotere

werkwoord, zwak

wateren, urineren

- WBD - III.1.1. lemma urineren  - ook in Tilburg

 

Gallinula chloropus - bron: Wikipedia

 

waoterhn

zelfstandig naamwoord

waterhoen (Gallinula chloropus)

Ik z ok in Orscht vur moete koome! Vur waoterhnnekes vange! [- Interview (audio) uit 1978 met het echtpaar Staps; transcriptie Hans Hessels, 2015]

 

waoterhoen

zelfstandig naamwoord

waterhoen (Gallinula chloropus)

We waare nt waoterhoenekes vange n toen kwaame de majesjesees! [- Interview (audio) uit 1978 met het echtpaar Staps; transcriptie Hans Hessels, 2015]

 

waoterkiepke

- Henk van Rijen; Mn Tilbrgs Wordeboek, 1988 - waterhoen (Gallinula chloropus)

- WBD - III.4.1:233 'waterkipke' - waterhoen (Gallinula chloropus), ook: 'schieteendje', 'witgatje', 'witkontje' of 'markoot' genoemd

 

waoterscht, -scheut

zelfstandig naamwoord

tak die ontstaat op de stam

 

waotertoore

zelfstandig naamwoord

watertoren

Ok de koeltorens [ van de gasfabriek], deur onze onwetendheid waotertorens genoemd, waren geen sieraad vur de buurt. Zij lieten bij enne verkeerde wend, un sort motregen vallen. Hil vremd waar d, et gebeurde ok as de zon scheen. (Lodewijk van den Bredevoort pseudoniem van Jo van Tilborg, Kosset den brne eigeluk wel trekken? Dl. 1, Tilburg 2006)

 

waotertr

zelfstandig naamwoord

watertor

- WBD - III 4,2:178 lemma Watertor - Watertor is de algemene naam voor kevers die onder de waterspiegel leven. De bekendste soort is de spinnende watertor of waterkever (Hydrous piceus, 35-45 mm; zie afb.), een grote, pikzwarte en bolvormige tor, vroeger zeer algemeen in stilstaand water en sloten, die zich met waterplanten (en soms met viskuit) voedt. Ze ademen lucht in door hun sprieten. (...) Een andere bekende soort is de geelgerande watertor (Dytiscus marginalis,
35 mm), een glanzend groene roofkever die zich met zwakke en zieke (kleine) vissen voedt.
watertor zeldzaam in Tilburg

Hydrous piceus

Dysticus marginalis


- WBD - III 4,2:179 lemma Schrijvertje - Het schrijvertje of de draaikever (Gyrinus natator) meet 5-7 mm. Vroeger kwam het door Gezelle beroemd geworden zeer kleine schijverke nog algemeen voor, maar het heeft zeer onder de watervervuiling geleden. Het is een klein glanzend zwart roofkevertje dat kringen op het wateroppervlak maakt en bliksemsnel onderduikt bij gevaar.
schrijverke frequent in Tilburg
watertor Tilburg
- Sjef Paijmans - In de sloten en grachten gingen we:"Ruigt" draaien. Deze sloten en grachten waren onder water bijna dicht gegroeid met allerlei waterplanten. Vooral met waterpest. Met een schepnetje had men weinig succes. Daarom werd er in die sloten alleen maar:"Ruigt
gedraaid". Hiervoor werd een dikke tak gezocht, liefst met nog wat uitsteeksels van oude takjes er aan. Die tak werd dan in die dichte begroeing van waterplanten gestoken en paar maal rond gedraaid en dan uit het water getrokken. Op de slootkant werd dan goed nagekeken wat er allemaal tussen die waterplanten mee omhoog gekomen was. Vooral naar salamanders zochten we, want die hadden onze speciale belangstelling en werden thuis in het aquarium gezet. De viskesfreters en torren werden in een glazen pot mee naar school genomen voor de frater, die ons tijdens de natuurkundeles vertelde hoe deze waterdiertjes allemaal heetten en hoe nuttig ze waren. Viskesfreters werden later Libellen. We leerden wat de Geel Gerande Watertor was, de Waterschorpioen en de Zwarte Watertor. Maar wij hadden voor die torren en torretjes onze eigen namen. Een
schrijvertje was voor ons een schotelwaserke; en de verschillende larven bleven voor ons viskesfreters. (uit: 'Herinneringen', CuBra, ca. 2001)

 

waozeg, wsseg

bijwoord, bijvoeglijk naamwoord

- Henk van Rijen; Mn Tilbrgs Wordeboek, 1988 - wazig, mistig

 

war (warre)

tussenwerpsel; vragend; waarschijnlijk een verkorting van ware het niet?, ofwel is het niet?, ofwel nietwaar?
- Cees Robben - Wen weer wir war... war Willeke...! (19560218)
- Cees Robben - En tijd die slet war... (19560929)
- Cees Robben - ...d witte war.... (19540417)
- Cees Robben - 'k Was benuut... d snapte warre (19560714)

- Dialectenqute 1887 Willems - die krs gift en goej licht war - die kaars geeft 'n helder licht he?

- Henk van Rijen; Mn Tilbrgs Wordeboek, 1988 - d wodde wl, war - dat zou je wel willen, nietwaar

- Dirk Boutkan & Maarten Gosling Kossmann, Het stadsdialekt van Tilburg, 1996 - (blz. 97) die krs gift en schon licht, nie/ niewaor/ war?

- A.A. Weijnen; Onderzoek dialectgrenzen in Noord-Brabant (1937) - war + wr (krt. 105)

- Jan Naaijkens, D's Biks (1992) - war tsw - nietwaar?

Str. war (1:42)

Bosch war - nietwaar

 

wasdag, waasdag

zelfstandig naamwoord

wasdag

- Kernkamp - Bezorging Dialectenqute 1879 - mndag ist wasdag

samengesteld uit 'waas' + 'dag'

 

washs

zelfstandig naamwoord

- WBD - bijkeuken (op de boerderij), ook 'moos', 'goot' of 'aachterhus' genoemd

- Henk van Rijen; Mn Tilbrgs Wordeboek, 1988 - 'waashs'

- Frans Verbunt, Tilburgs vur tonpraoters, zeuvende perbeersel, 1996 - 'waashus' huis waarvoor een vrouw de was doet; deel van een huis waarin de was gedaan wordt

 

wasmesjien

zelfstandig naamwoord

wasmachine

- Henk van Rijen; Mn Tilbrgs Wordeboek, 1988 - 'waasmesjien'

- Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch dialect - 1899 - WAS(CH)MACHIEN znw.o. (niet v.) - waschmachine

 

Gravure van onbekende kunstenaar - De wasknijpersnijder

 

waspinneke

zelfstandig naamwoord

wasknijper

- Henk van Rijen; Mn Tilbrgs Wordeboek, 1988 - 'waaspinneke'

- WBD - ( III.2.1:341) waspin, wasknijper

 

watjekou

zelfstandig naamwoord

oplawaai

- Pierre van Beek - "Iemand een watjekou geven" betekent een opstopper verkopen. - "What you call". (Nwe. Tilb. Courant; Tilburgse Typen afl. XIII; 28 maart 1958)

Ewoud Sanders - Waar komt het vandaan? De vroegste verklaring vinden we in 1885 in een bundeling van journalistieke stukken van J. van Rennes, getiteld Vonken en Vlammen. Nieuwe schetsen van een Dagbladcorrespondent. Hierin lezen we: ,,Moet er eerst eens een raadslid een ferme what-you-call - of, zooals wij dat vertalen, watjekou krijgen? t Zou jammer zijn van de lui die vr den tijd nog dood geslagen worden, als men daarop wacht. (Blog Woordhoek, NRC.nl; 2009)

 

wats

oorveeg

- N. Daamen, Handschrift Tilburgs dialect 1916 - "ik gaaf 'm 'n wats om z'n ooren (een klap)"

- WNT - WATS (I) - l) slag, bepaaldelijk met de vlakke hand tegen iemands gezicht, wangen e.d., draai om de ooren, oorvijg

 

Afbeelding uit het 'Nuuw Tilburgs Leesplngske' dat in 2020 door de Stichting Tilburgse Taol werd samengesteld en uitgegeven in samenwerking met Stadsmuseum Tilburg en Bibliotheek Midden-Brabant en Erfgoed Tilburg. De illustraties werden verzorgd door Ruben de Bruijn.

 

'we

verkorte vorm van 'oewe', 'uw'

in deze vorm alleen opgetekend bij Lechim

- Lechim (pseudoniem van Michel van de Ven), De Tilburgse Koerier, 78 06 08 - Aanders sjoefelde toch mar rond / Mee oew haande in 'we zak.

- Lechim (pseudoniem van Michel van de Ven), De Tilburgse Koerier, 77 10 13 - Om s zondagssaoves aon z'n vrouw / Meer trktemnt te vraoge? / Motte diep in we visjeszak

► Voor dergelijke verkorte vormen zie ook lemma 's en lemma 'ze / 'zen

 

w, wt

voornaamwoord

wat

- Cees Robben - w wilde meer..! (19540213)

- Kernkamp - Bezorging Dialectenqute 1879 - W doetie daor?

- Kernkamp - Bezorging Dialectenqute 1879 - Ze nemen aalles wetter te krgen is; w vur 'n kld?

- Dialectenqute 1887 Willems - ik hb w krs

- Mandos - Brabantse Spreekwoorden - 2003 - gij k w? want gij zt er k ginne van Zibrgs (Kn'50) - jij mag meedelen (gezegd als er uitgedeeld wordt: die van Zeebregts hadden bij een erfenis niets gekregen)

- Dirk Boutkan & Maarten Gosling Kossmann, Het stadsdialekt van Tilburg, 1996 - (blz. 20) w

- Jan Naaijkens, D's Biks (1992) - w vn - wat

- Grot diktee van de Tilburgse taol 2005 - d waar wd aanders

 

wblief

tussenwerpsel

wat b(e)lieft u?

- Kees en Bart, krantenrubriek in Groot Tilburg, ca. 1935 - wblief

 

wchche

samentrekking

wat je -> w ge

Ik zeg: witte wechche dan doet (Karel en Sjarel, dialoog in Groot Tilburg, 20 april 1945)

 

wddeschap, wddingschap

zelfstandig naamwoord.

weddenschap

- Dialectenqute 1887 Willems - ze springe wiet vrste kan vur e wddeschap

...naor aonleiding van 'n weddingschap. (Jan Jaansen; pseudoniem van Piet Heerkens svd; feuilleton Bad Baozel, 8 afl. in Nieuwe Tilburgsche Courant 31-12-1938 18-2-1939)

- WBD - (III.3.2:190) weddingschap = weddenschap

 

wdst

bijwoord, bijvoeglijk naamwoord, superlatief van 'wd'

verst

- Mandos - Brabantse Spreekwoorden - 2003 - die et wdst van hs zit, mkt et et bist ('70)

 

wdte, wtte

zelfstandig naamwoord

wijdte

- WBD - III.4.4:196 'wijdte' - uitgestrektheid

- Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch dialect - 1899 - WIJDDE (uitspr. wedde) - wijdte. Van hier naar Amsterdam is 'en heel' wijdde.

 

wd

bijvoeglijk naamwoord

wijds

- Dirk Boutkan & Maarten Gosling Kossmann, Het stadsdialekt van Tilburg, 1996 - et laand is wd - et wje laand (wj laand) wt laand

 

wd, wjer, wdst

bijwoord, bijvoeglijk naamwoord

wijd, ver, ver weg, wijds

- Voorbeeld van systeemkaart Wil Sterenborg - enen blscheut/kaajscheut wd

- WBD - (Hasselt) 'wd staon' (van een paard) - met de benen te ver uit elkaar staan, ook genoemd 'bred' resp. 'rm , (Hasselt) 'rm staon

- Interview Van den Aker (1978), transcriptie door Hans Hessels (2014) - Sint Job d was Berkel-Enschot, d was himmel nie zo wd h, hier bi,  zo w bi, binnendeur dan waar, dan zder zo Klik hier om dit bestand te beluisteren

- Lechim (pseudoniem van Michel van de Ven), De Tilburgse Koerier, 66 07 14 - Nog efkes en 't is z wd...
- Lechim (pseudoniem van Michel van de Ven), De Tilburgse Koerier, 65 06 04 - Dicht in de buurt, vf straoten wd / Is un biebliejoteek.

- Mandos - Brabantse Spreekwoorden - 2003 - k meej klmpen aon kunde wd koome, mar dan meuder nie meej klossenbakke (Pierre van Beek - Tilburgse Taalplastiek 1968) - Iemand van gewone komaf kan het ver brengen als hij zijn manieren maar aanpast.

- Mandos - Brabantse Spreekwoorden - 2003 - te wd, Bt, twee keer van doen ('7l) - aansporing tot zuinigheid

- Henk van Rijen; Mn Tilbrgs Wordeboek, 1988 - wont ie wd? - woont hij ver weg?

- Henk van Rijen; Mn Tilbrgs Wordeboek, 1988 - 'wt-eweg' - ver weg

- Dirk Boutkan & Maarten Gosling Kossmann, Het stadsdialekt van Tilburg, 1996 - et laand is wd - het land is wijds - Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch dialect - 1899 - WIJD, wedder, of: wijer

- Jan Naaijkens, D's Biks (1992) - wd bw - wijd, ver, erg

- WBD - III.1.2:151 'wijd stappen = met grote stappen lopen

- Dirk Boutkan & Maarten Gosling Kossmann, Het stadsdialekt van Tilburg, 1996 - (blz. 50; wd - wjer - wdst

 

weedeman, weeduuwman

zelfstandig naamwoord
weduwnaar

- Interview met de heer De Kok (1978)  In mn jeugd? J, veul gezoope! Ik z drie keer weeduuwman gewist, dan kundet wl begrpen, h!?

KLIK HIER om de audiobestanden van dit interview te beluisteren

- WBD - III.2.2:55 'weduwman' = weduwnaar; ook 'weeuwenaar'

- J. H. Hoeufft, Proeve van Bredaasch Taal-eigen(1836) - WEDUWMAN, voor weduwenaar; het is elders minder gemeen dan weduwvrouw. Men vindt bij de ouden ook 'wifman', wijfman.

- WNT - WEDUWMAN, weduweman, wedeman, weedman, enz.

 

wdt

bijwoord

- Frans Verbunt, Tilburgs vur tonpraoters, zeuvende perbeersel, 1996 - verreweg

 

weedevrouw

zelfstandig naamwoord

weduwe

- Lechim (pseudoniem van Michel van de Ven), De Tilburgse Koerier, 81 03 26 - 'n Weedevrouw die aachter bleef / Mee zeuve klne kiendjes.

- Mandos - Brabantse Spreekwoorden - 2003 - in wrsten n weedevrouwe witte nie wsse indouwe (Kn'50) - pas op voor een huwelijk met een weduwe

- Henk van Rijen; Mn Tilbrgs Wordeboek, 1988 - 'weedevraaw'

- Frans Verbunt, Tilburgs vur tonpraoters, zeuvende perbeersel, 1996 - 'weedevraaw'

- J. H. Hoeufft, Proeve van Bredaasch Taal-eigen(1836) - WEDUWVROUW. Men hoort hier onder de mindere klasse meer 'de weduwvrouw N.N.' dan 'de weduwe N.N.

►wuw, weuw

 

weeduuwman

zelfstandig naamwoord

weduwnaar

- Interview met de heer De Kok (1978)  In mn jeugd? J, veul gezoope! Ik z drie keer weeduuwman gewist, dan kundet wl begrpen, h!?

KLIK HIER om de audiobestanden van dit interview te beluisteren

 

wf, wfke, wve

zelfstandig naamwoord, verkleinwoord en meervoudsvorm

vrouw, wijf

- Hoe komt zunne sinjeur naa nog aon 'n wefke? (Karel en Sjarel, dialoog in Groot Tilburg, 27 april 1945)

- Pierre van Beek Met het rijmpje "Beter de broek aan een wieg gescheurd dan een aauw (oud) wijf op bed gebeurd" geeft ons volk uiting aan zijn mening over een huwelijk van een bejaarde man met een nog jonge vrouw. (Tilburgse taalplastiek 10 Nieuwe Tilburgse Courant, 8 april 1950)

- Miep Mandos-v.d.Pol; Aantekeningen Brabantse spreekwoorden - Ik was liever zene rozekraans as zen wf

- Rolf Janssen; We hebben gezongen en niks gehad (1984) - ik zeej teegen et wf - ik zei tegen mijn vrouw

- Mandos - Brabantse Spreekwoorden - 2003 - hij is ermee gestld as ene wver meej en lui wf (Pierre van Beek - Tilburgse Taalplastiek 1966)-hij kan met zo iemand niet werken; die is hem meer tot last dan tot hulp

- WBD - 'wt wf' (II:1051) - oud wijf, benaming van een verkeerde knoop (zie: aawwveknup)

- Frans Verbunt, Tilburgs vur tonpraoters, zeuvende perbeersel, 1996 - ge kunt nie alles hbbe: goej booter n en vt wf

- Piet van Beers Van tn veraandere is ok nie alles: Tienus Mone ha 'n wfke,/ zg mar gerust, en lillek wf. (Brabants Bont 1; z.j., ca. 2005)

- WBD - III.3.1:23 'wijf', vrouw - vrouw

- WBD - III.3.1:194: 'wijf', 'schooierswijf, schooister, schooierin, schooier, trut, sloerie' = schooiersvrouw

- Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch dialect - 1899 - WIJF znw.o. - De buitenlieden gebruiken nog immer 'wijf' om hun echtgenoote aan te duiden en vinden daar niets onbeleefds of minachtends in.

- J. H. Hoeufft, Proeve van Bredaasch Taal-eigen(1836) - WIJF. De bouwlieden der Baronie van Breda, aan den kant der Langestraat wonende, noemen, van hunne eigene vrouwen sprekende, dezelve standvastig 'mijn wijf.

- WBD - (III.3.2:178) wf = vrouw in het kaartspel

- WBD - (III.1.1:5) 'wijf = vrouw

- WBD - (III. 1.4:35) 'stom wijf' = domme vrouw

 

wfketaaw

zelfstandig naamwoord

weefgetouw

- Ad van den Boom, uit: B de wvers n tffel, circa 2005 - Ze werkten mee hil wnig schoft [schafttijd] Durlopend op dur wfketaaw

- Ad van den Boom, uit: De wvers van Tilburg, circa 2005 - Ge hurt de fluit van ut febriek al/ Ent wfketaaw d wocht

- WBD - ketaaw (II:944) getouw; handketaaw, haandgetaaw (II:944)

- A.P. de Bont - Dialekt van Kempenland - 1958 e.v. - znw.o. 'weefketaauw' weefgetouw

 

wfkam

zelfstandig naamwoord

wfkam, weefraam

- WBD - wfkam, kam (II:966) - weefkam

 

weeg

zelfstandig naamwoord

weg

'in de weeg' - in de weg

't de weeg' - uit de weg

- Dirk Boutkan & Maarten Gosling Kossmann, Het stadsdialekt van Tilburg, 1996 - in de weeg - in de weg (De rekkingsvocaal duidt op een oorspronkelijk open lettergreep "wege" in de datief enkelvoud.)

- Voorbeeld van systeemkaart Wil Sterenborg - Ziede nie dgge in de weeg staot?

- Voorbeeld van systeemkaart Wil Sterenborg - Ik gao gin man t de weeg - Ik ga voor niemand opzij.

- Kees en Bart, krantenrubriek in Groot Tilburg, ca. 1935 - t de weeg kunnen - zich kunnen verplaatsen; kunnen rondkomen

- Theo de Wijs, schriftelijke mededeling aan Cees Robben, (Horen zeggen tegen iemand die zwaar in verband zat) - Gij het zeker erges in de weeg gestaon (04-07-1969)

- In die straot voetballen ging nie, de stoep waar te smal en op die kaaien koste alln oewe nek breken, as ge nie tkkt en die kaaibaande zaten ok verekkes in de weeg. (Lodewijk van den Bredevoort pseudoniem van Jo van Tilborg, Kosset den brne eigeluk wel trekken? Dl. 1, Tilburg 2006)

- Jan Naaijkens, D's Biks (1992) - weeg zelfstandig naamwoord  - weg 'in de weeg'; tteweejg' - uit de weg

- C. Verhoeven, Herinneringen aan mijn moedertaal (1978) - WEG 3) in de uitdr. 'uit de weg' uitgesproken als 'weeg'.

- A.P. de Bont - Dialekt van Kempenland - 1958 e.v. - bijw.verb. 'uitteweeg' (d.i. uit de weg)

- Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch dialect - 1899 - WEEG - te weeg - op het punt: Ik was zjust te weeg om te vertrekken.

 

weege

werkwoord, sterk

wegen

- Dialectenqute 1887 Willems - weege - wog - gewooge

- geen vocaalkrimping in tegenwoordige tijd

- Henk van Rijen; Mn Tilbrgs Wordeboek, 1988 - 'wge'

- Cees Robben - kwk wies wk woog [ongedateerd knipsel]

- A.P. de Bont - Dialekt van Kempenland - 1958 e.v. - st.ww. (woeg: vgl. Franck e.a.) tr.+ intr. wegen

 

wgere

werkwoord, zwak

weigeren

- Dialectenqute 1887 Willems - wgere - wgerde - gewgerd

- geen vocaalkrimping

- WBD - III.1.4:51 'weigeren' = iemand weerstaan - WBD - III.1.4:333 'weigeren' = idem

 

weeges

voorzetsel

wegens

Leo Goemans - Leuvens taaleigen (1936) - WEGENS - w:ges

 

weegescheet

zelfstandig naamwoord

- WBD - III.1.2:336 'wegenschaat = strontje

 

weegetaks

zelfstandig naamwoord

- Henk van Rijen; Mn Tilbrgs Wordeboek, 1988 - wegenbelasting

 

weejband

zelfstandig naamwoord

- WBD - 'weejbant' (II:1391) - w-band (bep. versiering van een pet)

 

weejseej

zelfstandig naamwoord

wc, water closet

- Interview Van den Aker (1978), transcriptie door Hans Hessels (2014) - En die weejseejs, die waaren er toen ng gin. En dan wieren er en paor van die paolen in de grond gezt n daor laag zonnen ballek laag ooverheene n as gij behoefte moest doen dan koste gij meej oew blote reet op zonnen ballek gn zitte, dan viel d aachter oewe rug, viel d in zonne grit neer! Klik hier om dit bestand te beluisteren

 

week

zelfstandig naamwoord

week

- in de week = doordeweeks, op weekdagen: ...in de week iederen mrgen om kwart veur aachte op de zwartgelakte klumpkes nor de kerk klefferen... (Kubke Kladder; pseudoniem van Pierre van Beek; Nieuwe Tilburgsche Courant; Uit t klokhuis van Brabant 2; 16-10-1929)

- WBD - ng en week aaf, ng en week n de reekening - de koe moet over een week kalven

- A.P. de Bont - Dialekt van Kempenland - 1958 e.v. - we.k, zelfstandig naamwoord vrouwelijk  - week

- Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch dialect - 1899 - WEEK (met zachtl. e) znw.v.: de Witte week - Goede week; gebroken week

 

wek

zelfstandig naamwoord

- Frans Verbunt, Tilburgs vur tonpraoters, zeuvende perbeersel, 1996 - het weken, het weekprooes

- Frans Verbunt, Tilburgs vur tonpraoters, zeuvende perbeersel, 1996 - iets in de wek ztte

- Jan Naaijkens, D's Biks (1992) - week zelfstandig naamwoord  - iets in de week ztte

bijvoeglijk naamwoord

zacht

- WBD - wek (gezegd van een paard) - week in de bek

- WBD - III.1.4:68 'week' = zachtzinnig

- WBD - III.4.4:211 'week' - klam, ook 'taai', 'klammig', 'klef'

- Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch dialect - 1899 - WEEK, WEEKELIJK - zwak van gezondheid

- A.P. de Bont - Dialekt van Kempenland - 1958 e.v. - we.k, bijvoeglijk naamwoord  - week

- Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch dialect - 1899 - WEEK (met scherpl. e) bvw.: week hout - dat gemakkelijk bewerkt wordt

 

wk

zelfstandig naamwoord

wijk; ook: het weken (zacht maken)

- Henk van Rijen; Mn Tilbrgs Wordeboek, 1988 - wijk

 

weke

werkwoord, zwak

weken, zacht maken

- Dialectenqute 1887 Willems - weke - wikte - gewkt

in tegenwoordige tijd ook vocaalkrimping: gij/hij wikt; part. gewikt!

 

wke

werkwoord, sterk

wijken

- WBD - III.1.2:159 'wijken' = achteruitgaan

- Dialectenqute 1887 Willems - wke - wek - geweeke

- in tegenwoordige tijd vocaalkrimping: gij/hij wkt

 

wkmister

zelfstandig naamwoord

wijkmeester

Lowie van Dorrus Misters

rubriek Onze Tilburgse folklore, afl. 5 Voorlezer en wijkmeesters; Nieuwe Tilburgsche Courant 17-2-1951

De Wijkmeesters of Burgerkapiteinen vertonen in hun functin overeenkomst met de honderdmannen uit de Frankische tijd. In de Middeleeuwen stond aan het hoofd van elk tiental huisgezinnen (tiendemanschap of gebuurte) een deken of tiendeman. Aan het hoofd van tien tiendemannen stond een honderdman of wijkmeester. Elke wijk of herdgang had er n. Vr 1810 werden zij aangesteld door de Heer, doch ook wel door de schout (later drost) en schepenen. De wijkmeesters waren de hoofden en rustbewaarders der wijken terwijl zij ook als brandmeesters optraden. Tevens verrichtten zij met (door hen opgeroepen) manschappen politie- of schuttersfuncties, bijv. bij het jacht maken op bedelaars en landlopers, of bij het afzetten van het terrein bij executies.

In een oude verordening op de brandweer in de gemeente Tilburg (van 18 Aug. 1856) lezen we als volgt:

Art. 9. De wijkmeesteren der onderscheidene wijken zullen ten allen tijde zes personen, die niet tot de brandspuit behoren, bij voorraad commanderen, welke bij het ontstaan van brand zich met schoppen of platte rieken bij den brand zullen moeten doen vinden ten einde des noodig het brandende puin met aarde te overschieten.

Art. 10. Voor de in art. 9 bedoelde gecommandeerde personen zullen de wijkmeesters lijst houden en zal niemand hunner zich daaraan mogen onttrekken.

Wie de wijkmeesters in de 19de eeuw aanstelde wordt niet vermeld. Instructies of benoemingen waren tot dusverre niet te vinden. Ze zijn misschien als semi-officieel te beschouwen. In een register van de plaatselijke bedieningen (1852) worden zij wel genoemd, maar over de aanstelling wordt niet gerept.

 

weeks

bijvoeglijk naamwoord

- WBD - III.1.3:3 'weekse kleren', ''s weekse kleren' = doordeweekse kleren

 

wl, wltje

zelfstandig naamwoord en verkleinwoord

wijle, poos, tijd

- Voorbeeld van systeemkaart Wil Sterenborg - Et zal ng wl en wltje duure vurdt zoomer is.

- WBD - III.4.4:131 'wijl' = poosje, ook 'hortje, 'wijltje

- A.P. de Bont - Dialekt van Kempenland - 1958 e.v. - we.l, zelfstandig naamwoord vrouwelijk  - wijl, wijle, tijd

- Jan Naaijkens, D's Biks (1992) - wl zelfstandig naamwoord  - tijd, poos

- WNT - WIJL (I) - begrensde tijd van zekeren duur

 

calandra granaria - Wikipedia

weemel

zelfstandig naamwoord

graanklander - cakandra granaria

- WBD - III 4,2:158 lemma Kevers - De kalander (Calandra  granaria, een snuitkever die in meel of graan leeft) heet in het Kempenlands Wb. 1 en het Noordmeierijs Wb. wemel.

- WBD - III 4,2:235 lemma Mijt - De mijten (Acari) vormen een zeer uitgebreide familie van kleine spinachtige diertjes, die veelal schadelijk zijn. Sommige leven parasitair op andere organismes en voeden zich aan hun gastheer, anderen leven van producten van de mens, zoals meel en kaas.
mijt Tilburg
wemel zeldzaam in Noorden van Tilburg
kalander, klander Tilburg
- WBD - III 4,2:238 lemma Meelmijt - De meelmijt (Tyroglyphus farinae) is een zeer kleine mijtsoort die in vochtig meel leeft. Enkele woordtypen berusten waarschijnlijk op verwarring met andere diertjes die in het meel kunnen leven, zoals de kakkerlak (...) en de kalander (...) Sommigen [van de respondenten] noemen alles wat het meel doet bewegen foutief 'klander'.
wemel zeldzaam in Tilburg
 

 

Wijnflessen, aangetroffen bij archeologisch onderzoek naar het Kasteel van de Hasselt. Ill. uit: Graven naar het kasteel van Tilburg, H. Stoepker 1986

 

wn

zelstandig naamwoord

1. wijn

- Kernkamp - Bezorging Dialectenqute 1879 - bier en wn (: vgl. gte - geiten)

- Dialectenqute 1887 Willems - de pestoor heej goeje wn

- Mandos - Brabantse Spreekwoorden - 2003 - Latn drinkt wn (Kn 34) - mensen met gymn. opleiding drinken wijn

- Mandos - Brabantse Spreekwoorden - 2003 - km drinke we wn, bier n spons; pt gld stao te leeze 'God zij mt ns (D'16) - aansporing om het glas te heffen

...strak zdet ammol meej mn ens/ d wn verrkkes fn is. (Lechim; pseudoniem van Michel van de Ven; ongedateerd knipsel 1960-1980; uit: Ws wn tch fn)

- Frans Verbunt, Tilburgs vur tonpraoters, zeuvende perbeersel, 1996 - as den boer wn drinkt n de pestoor mlk, dan zn der twee ziek

Dettie waoter veraanderde in wn. (Lodewijk van den Bredevoort pseudoniem van Jo van Tilborg, Kosset den brne eigeluk wel trekken? Dl. 1, Tilburg 2006)

- Stadsnieuws -   As den boer wn drinkt n de pestoor mlk, dan zn der twee ziek (13040?)

2. dommekracht

N. Daamen - handschrift 1916 - "wain - een dommekracht"

 

 

Wijnetiketten ter promotie van het lettertype TilburgsAns. Bron: internet 2018.

 

wnaos, wnaos

zelfstandig naamwoord

windas

N. Daamen - handschrift 1916 - "wainoas - windas"

- Henk van Rijen; Mn Tilbrgs Wordeboek, 1988 - 'wnaas'

- WBD - I.1.169 wend(as) K 183; wainoas hs Nicolaas Daamen (Handschrift Tilburgs) - 1916 -

 

wne

werkwoord, sterk

winden; wenden; woelen

- Cees Robben - s naachts doek niks as ruure en wne... (19780407)
- Cees Robben - Ik kan nie slaope en lig hil de naacht al te ruure en te wne... (19851206)

- Mandos - Brabantse Spreekwoorden - 2003 - n veul wnen n draaje wast gevnde (Pierre van Beek - Tilburgse Taalplastiek 1969)- na veel wenden en keren; na een langdurig proces was de oplossing gevonden.

Piet van Beers De IFF: Ak saoves (laoter dan normaol)/ nog flink getffeld hb/ n ik hb w strke draanke ingenoome/ dan lig ik irst nog uurelang/ te wne in m n bd/ vur d teliste toch de slaop gao koome. (Spoeje doemmeniemer; 2009)

Piet van Beers Hoest: k Laag te draaie n te wne. (Spoeje doemmeniemer; 2009)

- Dialectenqute 1887 Willems - wne - wn - gewnde

K. Heeroma - Brabants uit de 18e eeuw (woordenlijsten Verster,1968) - WIJNEN - winden. Kiliaen -  heeft 'wijnden'. Z.a.

- A.P. de Bont - Dialekt van Kempenland - 1958 e.v. -
zw.ww.tr. 'waennen' (d.i. weinnen), weinden, wenden, omkeren

- Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch dialect - 1899 - GEWONNEN: 3e hoofdvorm van 'wijnen' (winden) WIJNEN - winden; wenden, omkeeren

 

wneg

telwoord, bijvoeglijk naamwoord

weinig

n diejen boom zitte mar wneg pren aon.

- Cees Robben - die zn er vrt z wneg; tis sund dk z wneg verstaand hb;

- Cees Robben - ds te wneg;

- Kernkamp - Bezorging Dialectenqute 1879 - gllie kree wnig - gijlieden kreegt weinig

- Cees Robben - ''tis sunt dek zoo wnig verstaand heb want prakkezeere ak toch dikkels doe'

- WBD - III.4.4:257 'weinig' = gering aantal

- A.P. de Bont - Dialekt van Kempenland - 1958 e.v. -
bijvoeglijk naamwoord  l) weinig, niet veel; 2) klein: Hij is wnig va perseun - klein van gestalte.

 

wntapper

zelfstandig naamwoord

- Henk van Rijen; Mn Tilbrgs Wordeboek, 1988 - tapuit (Oenanthe oenanthe), ook 'stenbikker'

- WBD - III.4.1:92 'wijntapper', 'holkruiper' of 'steenbikker' voor de tapuit

- WNT - WIJNTAPPER 3) benaming voor verschillende vogelst a) mees, b) roodstaartje, c) de gewone tapuit (Saxicola oenanthe)

 

Lechim - Gedicht van de week uit de Tilburgse Koerier (1957-1982)

weer

zelfstandig naamwoord

kwast in het hout; weersgesteldheid

- Mandos - Brabantse Spreekwoorden - 2003 - et weer is goed, zi den boer, as et trktemnt k mar goed was (Si '67)

- Mandos - Brabantse Spreekwoorden - 2003 - tis goej weer vur de kel (Bi'40) - het is zonneschijn na regen

- Mandos - Brabantse Spreekwoorden - 2003 - gin weeren in de haande krge (Pierre van Beek - Tilburgse Taalplastiek 1972)- 'n hekel hebben aan werk

- Mandos - Brabantse Spreekwoorden - 2003 - meej rauw weer gevange zn (Pierre van Beek - Tilburgse Taalplastiek 1972) - er slordig en ongekapt uitzien

- Mandos - Brabantse Spreekwoorden - 2003 - weer van de Nobis Jacobis krge (Pierre van Beek - Tilburgse Taalplastiek 1969) - heel slecht weer krijgen (Nobis - plaats des duivels, hel, heeft altijd ongunstige betekenis) - Frans Verbunt, Tilburgs vur tonpraoters, zeuvende perbeersel, 1996 - et schonste weer van de wreld - heel mooi weer

- WBD - III.1.2:350 'weer' = eelt

- WBD - III.4.4:25 'schoon weer' = mooi weer; ook 'goed weer', 'fijn weer', 'droog weer', 'open weer' - A. Weijnen, Etymologisch dialectwoordenboek (1995) - weer, wier, wier - eelt, knoest, kwast

- C. Verhoeven, Herinneringen aan mijn moedertaal (1978) - WEER v-l) weder; 2) verweer: z'n weer hebben - niet om een weerwoord verlegen zitten; in zijn knollentuin zijn (of; het weer mee hebben); 3) m - kwast in het hout.

- Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch dialect - 1899 - WEER (scherpe e) zelfstandig naamwoord mannelijk en niet o. - eelt, hardigheid in de huid; knoop, knoest, kwast in het hout.

- WBD - III.4.3:68 'weer' = knoest in het hout

- WBD - III.4.4:26 'vast weer' - bestendig weer, ook 'staand weer', hangend weer', 'goed weer'

- WBD - III.4.4:25/57 talloze kwalificaties van 'weer' - WBD - III 4.4:82 'zwaar weer' = onweer

 

wr

zelfstandig naamwoord

war

- Voorbeeld van systeemkaart Wil Sterenborg - in de wr - in de war;

Wie doeget t de wr? - Wie ontwart het?; dur de wr - in de war (contaminatie van 'in de wr' en 'dur mekaare')

- Cees Robben - t Zit nog gelk in de wr... (19690502)

- Henk van Rijen; Mn Tilbrgs Wordeboek, 1988 - et weer is wir in de wr, war - het weer is weer van streek, nietwaar

- Steeds in de wr om noote te verzaomele... (Henritte Vunderink, Vlmse gaaj, uit: Tis de moejte wrd; 2011)

- WBD - (III.4.4:311 'in de war', 'door de war' = in de war

- Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch dialect - 1899 - WR znw.v. - in de wr zijn - druk bezig zijn

 

wrde

zelfstandig naamwoord

waarde

- Kees en Bart, krantenrubriek in Groot Tilburg, ca. 1935 - waerde

- Mandos - Brabantse Spreekwoorden - 2003 - ge leert de wrde van ene ffteger pas knne, as ge der ene moet gn lene (Pierre van Beek - Tilburgse Taalplastiek 1970)

 

wrdelos

bijvoeglijk naamwoord

waardeloos

- Kees en Bart, krantenrubriek in Groot Tilburg, ca. 1935 - 'wairdeloos'

- WBD - III.4.4:282 'waardeloos' - onbelangrijk

 

weere

zelfstandig naamwoord, meervoud

- Henk van Rijen; Mn Tilbrgs Wordeboek, 1988 - groeven, kloven in de handen

 

wre

warren, in de war raken

- Henk van Rijen; Mn Tilbrgs Wordeboek, 1988 - de draoj zn dur bekaar gewrd - de draden zijn in de war geraakt

 

wreke

werkwoord, zwak, geen vocaalkrimping

werken

- Dialectenqute 1887 Willems - wrke - wrkte - gewrkt

- Dirk Boutkan & Maarten Gosling Kossmann, Het stadsdialekt van Tilburg, 1996 - (blz. 22) 'wreke'

- Miep Mandos-v.d.Pol; Aantekeningen Brabantse spreekwoorden - Gij zult vant wreke ginne krommen rug krge. (= Je werkt niet hard)

- Kernkamp - Bezorging Dialectenqute 1879 - haard wrreke is z'n zoak nie - hard werken is zijn zaak niet

- Dialectenqute 1887 Willems - hij kan nie gaon wreke

- Mandos - Brabantse Spreekwoorden - 2003 - van et wreke ginne kromme rug krge (Pierre van Beek - Tilburgse Taalplastiek 197l)-niet hard werken

- Frans Verbunt, Tilburgs vur tonpraoters, zeuvende perbeersel, 1996 - as wrken in en fles zaat, kreder et stpke nie aaf

- WBD - de koej werkt - maakt uitdrijvende bewegingen bij het kalven; ook genoemd: de koej 'arbjt', arbt', perst'

- Leo Goemans - Leuvens taaleigen (1936) - WERKEN - w:reke wkw (rg.)

- Jan Naaijkens, D's Biks (1992) - wreke ww - werken

- Pierre van Beek - Gij zult van et wreke ginne kromme rug krge (- Gezegde:Tilburgse Taalplastiek 120)

 

wreld

zelfstandig naamwoord

wereld

- Informant Toine Raaijmakers - Aachter men gat vergao de wreld (opmerking van onverschilligheid)

Miep Mandos-v.d.Pol - Aantekeningen Brabantse spreekwoorden - Beeter in de wije wreld as in nen ngen bk.

- Kees en Bart, krantenrubriek in Groot Tilburg, ca. 1935 - waereld, waireld, wereld

- Theo de Wijs, schriftelijke mededeling aan Cees Robben, Hij kan noot zn haande tus kaauwe, ik geleuf dettie erg van de wreld is (17-10-1966)

- Cees Robben - Hij is echt vur de wreld..! (19661111)

- Cees Robben - Detter vuls te veul vrouwen op de wreld zen... (19720818)

- Cees Robben - De wreld is nie dur unne haos gedekt... (19780217) [haastige spoed is zelden goed]

Pierre van Beek - van de wreld zn - niet weglopen voor de erotiek

- Kernkamp - Bezorging Dialectenqute 1879 - wreld ( = Frans mme)

- Dialectenqute 1887 Willems - die mkte hil de wreld nt vchte

- Cees Robben - 'hij kekt onws de waereld rond'

- WBD - III.2.2:8 'op de/ ter wereld komen' = geboren worden

- Jan Naaijkens, D's Biks (1992) - wreld zelfstandig naamwoord  - wereld

- Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch dialect - 1899 - WERELD zelfstandig naamwoord v + m, Frans monde

- A.P. de Bont - Dialekt van Kempenland - 1958 e.v. - zelfstandig naamwoord vrouwelijk  'werreld' - wereld, grond

- C. Verhoeven; Herinneringen aan mijn moedertaal (1978) - WERELD (wrelt) v - dikwijls gebruikt in de zin vans wereldse gezindheid, zin in erotiek en huwelijk: 'r zit gin wrelt in - hij/zij zal wel een ongehuwd leven leiden.

Haor WERRELD - wereld

 

wreme

werkwoord, zwak

warmen

- Stadsnieuws -   Die et krtst bij et vuur zit, wremt zengen et bist (060108)

 

wrepe

werkwoord, sterk

werpen

- wrepe - wierp/wierepe - gewrrepe

 

wergaoj

zelfstandig naamwoord

van: weergave, zijns gelijke

► wirgaoj

"D daankt me de weergaoi, kster, 't is oorlog!" (Jan Jaansen; pseudoniem van Piet Heerkens svd; De nuuwe dokter; feuilleton in 4 afl. in Nieuwe Tilburgsche Courant 27-1-1940 17-2-1940)
...om den weergaoi nie! (Jan Jaansen; pseudoniem van Piet Heerkens svd; Oome Teun naor zee; Nieuwe Tilburgsche Courant 18-11-1939)
"Loop naor den weergaoi", riep den kapelaon... (Jan Jaansen; pseudoniem van Piet Heerkens svd; De nuuwe kapelaon van Baozel, afl. 10; Nieuwe Tilburgsche Courant 3-12-1938)
- Cees Robben - W trekt ie [het kind] toch op dn aauwe, war/ Haoreender de weergaoi... (19840217)
- in uitroepen met as de: in zeer hoge mate, verschrikkelijk [- WNT - lemma Weerga 5.f.a]
- Cees Robben - Dooien doeget as de weergaoi.. (19580315)
 

weerik

zelfstandig naamwoord

- WBD - III.4.3 weerik - grote wederik (Lysimachia vulgaris)

 

wrk, wrek, wrik

zelfstandig naamwoord

werk

- Kees en Bart, krantenrubriek in Groot Tilburg, ca. 1935 - gin wrek

- Theo de Wijs, schriftelijke mededeling aan Cees Robben, en kussen as ze kan. ze maokt 'r echt wrk van (23-10-1963)

- Cees Robben - Bende klaor meej oe wrik Merie? (19650917)
- Cees Robben - t is wir mieke-muik-wrik, Wimke... Ge hetter wir meej oew pet naor gegooid... (19770909)
- Cees Robben - Want ge wit toch d goei wrik heel veul td en geld maag koste... (19780210)

Schon wrk waar, programmabuukskes vur concerten van et toonkunstkoor o.l.v. Louis Toebosch. Buukskes vur concerten van de Nieuwe Koninklijke Harmonie, ondertrouwkaorte, bidprentjes, geboortekaortjes en visitekaortjes (Lodewijk van den Bredevoort pseudoniem van Jo van Tilborg, Kosset den brne eigeluk wel trekken? Dl. 2, Tilburg 2007)

- Kernkamp - Bezorging Dialectenqute 1879 - wrrek ( = scherplang)

- Dialectenqute 1887 Willems - zwaor wrek;

- Mandos - Brabantse Spreekwoorden - 2003 - z te wrk gaon (Nicolaas Daamen (Handschrift Tilburgs) - 1916 - ) zo te keer gaan, misbaar maken

- WBD - III.1.4:305 'werk' = handeling

Leo Goemans - Leuvens taaleigen (1936) - WERK - w:rek znw.o. Frans: travail

- A.P. de Bont - Dialekt van Kempenland - 1958 e.v. - znw.o. - werk, arbeid

- A.P. de Bont - Dialekt van Kempenland - 1958 e.v. - znw.o. - 'werk' - afvaldraden van vlas of hennep

- C. Verhoeven, Herinneringen aan mijn moedertaal (1978) - -WERK, in samenstellingen (wrek) behalve 'werk van', bv. Kinderwerk: l) achter onbep.wijs, met verbindings-s: aanleiding tot, reden voor, meestal met ontkenning: 't is gin lagerwrek - er is geen reden om te lachen) 2) achter een stam, zonder verbindings-s: spullen, het geheel waarmee iets gedaan kan of moet worden: breekwerk, snoepwerk.

- A.A. Weijnen; Onderzoek dialectgrenzen in Noord-Brabant (1937) - wrk (blz. 18)

 

wrm, wrem, wrm

bijvoeglijk naamwoord

warm

- Kernkamp - Bezorging Dialectenqute 1879 - wrm (lange )

- Cees Robben - As t wrum is...(19830805)

- Cees Robben - n wrm wiegske. (19540213)
- Cees Robben - W lief is mn blumke...... / W wrm mn bloed...... (19540424)
Wij gongen elke dag naor ons wrk, we kwaame tusse de middag gewoon ths om wrm te eete net as onze paa. (Lodewijk van den Bredevoort pseudoniem van Jo van Tilborg, Kosset den brne eigeluk wel trekken? Dl. 2, Tilburg 2007)

- - Dialectenqute 1887 Willems - et is wrm gewist vandaog

- WBD - III.2.3:40 - 'warm eten' = middageten

- Dirk Boutkan & Maarten Gosling Kossmann, Het stadsdialekt van Tilburg, 1996 - (blz.97) tis ene wremen dag gewist

- Stadsnieuws -   Wsset toch wrm war! (180606)

- Hessels 2020 - Als je in je broek hebt gekakt: - d blft nie lang wrm! (Zegsman dhr. Hessels (1931-2006). Volledige bron: KLIK HIER )

Aanvullende bronnen

Leo Goemans - Leuvens taaleigen (1936) - WARM w:rem bijvoeglijk naamwoord /bw

- Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch dialect - 1899 - WARM, WERM (Kemp.) - warm

 

weerpper

zelfstandig naamwoord

- Mandos - Brabantse Spreekwoorden - 2003 - in zene weerpper koome ('65) - in zijn weeropper komen: er bovenop komen; weer beter worden (opperweert = naar boven)

- N. Daamen, Handschrift Tilburgs dialect 1916 - "hij komt wir in z'n weeropper - wordt weer tevreden, weer beter)

 

wes

persoonsvorm, verleden tijd van wze

wees

hij wes ons de gerichste wg

 

wes

zelfstandig naamwoord

wees, kind zonder ouders

 

ws, wske

zelfstandig naamwoord

wijs, wijze, melodie

- WBD - III.1.4:306 'wijze = manier

De stadslui mee d'r meskes,/ Die  naor 't  concert van  Korvel gaon,/ Daor spulde ze de wskes. Willem van Mook, voorwoord in programmaboekje van de Korvelse revue Vruuger en naa, 1926.

 

ws, wzer, wst

bijvoeglijk naamwoord

wijs

- Miep Mandos-v.d.Pol; Aantekeningen Brabantse spreekwoorden - Iemand wsmaoke d onze Lieven Heer Hndrik hiet n in de Bikse haaj peeje stao te steeke.

- Mandos - Brabantse Spreekwoorden - 2003 - z ws as Saaloomns kat; die viel van wshei van de trappe (Nicolaas Daamen (Handschrift Tilburgs) - 1916 - ) - ter hekeling van iemand die zich wijs voordoet

- WBD - III.1.4:25 'wijs' = idem; 31 'wijs - vlug van begrip; 67 'wijs' = braaf

- Zegsman Hans Hessels; Uit het geheugen van Hans Hessels, 2022 - Hast [haast] zo ws as ene meens Compliment dat meteen teniet wordt gedaan

J. H. Hoeufft, Proeve van Bredaasch Taal-eigen(1836) - WIJS wordt hier veel gebruikt voor slim of verstandig.

 

weesee

zelfstandig naamwoord

w.c., wc, (afkorting van water closet)

- WBD - III.1.1. lemma Naar de WC gaan naar de wc gaan - frequent noordelijk Tilburg

- WBD - III.1.1. lemma Naar de WC gaan naar de wc moeten vooral noordelijk Tilburg

 

weesgegruutje

zelfstandig naamwoord verkleinwoord

- Henk van Rijen; Mn Tilbrgs Wordeboek, 1988 - weesgegroetje

- WBD - ( III.3.3:185) weesgegroetje = weesgegroet

 

wsmaoke

werkwoord, zwak

wijsmaken, op de mouw spelden

Lt oe tch niks wsmaoke!

weesmaoke - mkte ws - wsgemkt

- Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch dialect - 1899 - WIJSMAKEN: Iem. iet wijsmaken - hem iets duidelijk maken, aan 't verstand brengen

 

weet

zelfstandig naamwoord

- Frans Verbunt, Tilburgs vur tonpraoters, zeuvende perbeersel, 1996 - et is mar en weet n vlooje vangen is en gaaweghd

 

weete

werkwoord, sterk

weten

weete - wies - geweete

klinkerverkorting in de 2e en 3e persoon enkelvoud van de tegenwoordige tijd, in de gebiedende wijs, en soms 2de  persoon meervoud in plaats van jullie

- je weet / ge wit / witte gij

- hij weet / hij wit

- zij / ze weet / ze wit

- jullie weten / gullie wit / witte gullie

- weet! / wit...!

Infinitief

- Jan Naaijkens, D's Biks (1992) - weejte ww weten

- Pierre van Beek - Nie beeters te weete - voor zover ik weet.

Tegenwoordige tijd 1e persoon - ik

Miep Mandos-v.d.Pol - Aantekeningen Brabantse spreekwoorden Sprikt! Prt f lt en scheet, dk iets weet. [Zeg iets, al is het nog zo weinig]

- Cees Robben - Gij moet nie zveul praote; dan weete de meense nie hoe lmp dgge zt.

- Henk van Rijen; Mn Tilbrgs Wordeboek, 1988 - d week ng wl - dat weet ik nog wel

- Kernkamp - Bezorging Dialectenqute 1879 - D beger ik vaan jaau te wte (: tusschen ee en )

- Mandos - Brabantse Spreekwoorden - 2003 - 'Dk weet, weet ik z goed as de pestoor!', zi den boer,' mar nie z veul' (Nicolaas Daamen (Handschrift Tilburgs) - 1916 - ) - zeispreuk

- Dirk Boutkan & Maarten Gosling Kossmann, Het stadsdialekt van Tilburg, 1996 - (blz.99) ik wee(t) nie waor k em moet gn zuuke

Tegenwoordige tijd 2e persoon jij, gij, ge

- Dialectenqute 1887 Willems - witte ginne waogemaoker?

- Kubke Kladder - Witte w ze bij ons schaand noemen? Zelf goei boter eten en oe kender margerine (Column in Nwe. Tilb. Crt. 1930)

- Kubke Kladder - Toen de goeie boerin nog een tas dampende koffie ingeschonken en mee 'ne punt van d'ren blauwen schort 'ne tip van de tafel schoongeveegd had, zei ze voldaan: "Ziezoo Toontje, ge kunt aan den slag," en ze voegde er lachend bij: "as ge nie genog hed wittet mar te zeggen...  (Column in Nwe. Tilb. Crt. 1930)

- Jan Jaansen - "Alla kom, haawdoe war, en d ge bedaankt bent d witte wel!" (pseudoniem van Piet Heerkens; uit: Nieuwe Tilburgsche Courant, t briefke van duuzend, 1939)

- Piet Heerkens - Zeg, witte gij nog van Jan Viool/ die langs de deure liep/ en geurde naor 'n vuil riool/ en in de schuure sliep? (Uit Jan Viool, in Den rgel, 1938)

- Henk van Rijen; Mn Tilbrgs Wordeboek, 1988 - agge wir w wit - als je weer eens wat weet!

- Jan Naaijkens, D's Biks (1992) - witte ww. - weet je

- Piet van Beers; Want dieje lucht van vles... d witte/ gao wl in oe klere zitte. (uit: Eete van unne steen, 2004)

- Rudolph van Veen - 2012 - 'Manneke witte gij wel wa dat is?'

 

 

Rudolph van Veen in de Top 2000 van 31 december 2012

In de laatste aflevering van de Top 2000 van 2012 vertelde de populaire Tilburgse meesterkok Rudolph van Veen waarom hij van mening is dat eigenlijk het nummer 'God Save the Queen' (het Engelse volkslied) op nummer 1 zou moeten staan, zij het dan in de uitvoering van de Sex Pistols, de punkgroep die zijn eerste muzikale liefde was. Van Veen: 'Ik ben naar de platenwinkel gegaan in Tilburg. Ik zeg, ik kom Never Mind the Bollocks halen. Die man die keek mij aan, en die zei, op z'n Tilburgs: "Manneke witte gij wel wa dat is?"

 

Tegenwoordige tijd 3e persoon hij, zij, ze, het, et, dat, d

- Miep Mandos-v.d.Pol - Aantekeningen Brabantse spreekwoorden - Hij kmt van Gol n wit van niks.

- D w nie wit, d ok nie deert. (Henritte Vunderink, Heure, zien n zwge, uit: Tis de moejte wrd; 2011)

- Cees Robben - God wit;

- Cees Robben - hier witte wt is

- Van Hepscheuten - Witte wttie wo?... wippe wottie! (Jan van Rijthoven in We tobbe mar aon, 1992)

Tegenwoordige tijd 2de persoon meervoud jullie

Sterneberg sj - Wat da zegge wil, in Indi, da witte gullie ok wel. (n Busselke Braobaants; 1930)

Lodewijk van den Bredevoort -  Gullie wit intussen w d is. (2007)

- Piet van Beers; Gullie wit nie hoe t voelt... (Uit: Versjes maoke; 2004)

Verleden tijd

- Dirk Boutkan & Maarten Gosling Kossmann, Het stadsdialekt van Tilburg, 1996 - (blz.68) wiezek, wieste, wiesie, wieseme/ wiesewe, wiestegullie, wieseze.

ik wies

gij wiest / wieste gij? / wieste?

hij, zij, et wies

wij wiese

gullie wiest / wieste gullie

hullie wiese

- Jan Naaijkens, D's Biks (1992) - wies(e) ww - wist(en)

Verleden tijd 1e persoon enkelvoud

Kwok wies wk wo. - Ik wou dat ik wist wat ik wilde.

- Theo de Wijs, schriftelijke mededeling aan Cees Robben - kw dek wies wt waar (feb. 1962)

As ik wies w ons Wies wies, dan wies ik ut wel! (Hein Quinten, Tilburgse spreuken; ca. 1990)

- Kernkamp - Bezorging Dialectenqute 1879 - g daacht d 'k d nie wiest [met t!]

- Henk van Rijen; Mn Tilbrgs Wordeboek, 1988 - kwies nie d d d betekende

Mn schonste Tilburgse spreuk is: Kwo dk wies wk wo, Wies. (Ed Schilders; W zeetie?; website Brabants Dagblad Tilburg Plus 2009)

Verleden tijd 2e persoon enkelvoud

Tony Ansems - Hoe wieste wgge moest zegge (uit 'Toon' van de cd Tilburgse Liedjes - American Style, 2007)

Lodewijk van den Bredevoort - Wieste gij d nie menneke?, zittie. D menneke wies d dus hillemol nie en hatter om eerlek te zn zen ge ok not druk over gemaokt. (pseudoniem van Jo van Tilborg; uit: Kosset den brne eigelek wel trkke?, deel 2, 2007)
Henritte Vunderink - Wieste d amml nie?/ ookeej, dan wittet nou. (uit: 'Wieste...', in kZal van oe blven haawe, 2007)
Verleden tijd 3e persoon enkelvoud

- Cees Robben - hij wies nie n wlke kaant te begiene; hil de hoef wies ervan;

- Henk van Rijen; Mn Tilbrgs Wordeboek, 1988 - Wies wies wie ze waar - Wies wist wie ze was

Verleden tijd 3e persoon meervoud

Ze wiese nie wsse wn. Ze wisten niet wat ze wilden.

- Cees Robben - Asse wiese det gewist was, dan zn ze wl gewist zn.

- Cees Robben - Asse mar wiese wsse won!; asse wiese w ze aate;

- Frans Verbunt, Tilburgs vur tonpraoters, zeuvende perbeersel, 1996 - Asse wiese dt was, zon ze wl gewist zn.

Woordspeling met witte, namelijk de klankovereenkomst in de werkwoordsvormen van weten en witten (met witkalk verven)

J. H. Hoeufft, Proeve van Bredaasch Taal-eigen(1836) - Witten voor 'weten'; z.a.

- A.J.A.C. van Delft - Z'n vrouw had zich bij dit gezegde nog lachend aan de deur omgewend, toen ze sprak: "God wit alles en God wit niks." Op mijn groote vraagoogen, die het verband niet snapten, snapte zij gemoedelijk: "Jj ik bedoel, dat Onze Lievenheer heel veul weten kan, mr alles wit-ie nie, want aanders zou ie onze kelder nou in de schoonmaoktijd ook wel gewit hebben." (Nwe. Tilb. Courant; Van Vroeger Dagen afl. 110; 20-04-1929)

Karel de Beer - Eens ging hij [textielfabrikant Henri M.J. Blomjous]  met zijn zusters (zie Toos en Maria Blomjous) hun broer Joseph M.D. Blomjous (1873-Den Haag 1930) opzoeken, die zich in 1923 in de Residentie had gevestigd. Aldaar meldde de conducteur van de tram op een zeker moment: "Witte de Withstraat", waarop een van de zusters antwoordde: "D moete n onzen Harrie (Henri) vraoge, die wit alles!" Een andere lezing voor het gegeven antwoord luidt: "Dan zudde veul kallek nodeg hbbe!" (Tilburgs Bijnamenboek, 2000)

 

weetere

werkwoord, zwak.

waarschijnlijk uit 'wateren'

- Een roestpraatje, in Van de Schelde tot de Weichsel (deel 1, 1882): Want vruug geweeterd zulle ze [de biggen] stug zn en borstig goed slabbe [drinken].

- A.P. de Bont; Dialekt van Kempenland 2 (1958) - het vee drenken, te drinken geven.
 

Weven, 18de eeuw

 

wve

werkwoord, sterk

weven

- WBD - wve / haandwve / tswve / btewve/fabriekswve / masjienaal w./ masjienaol wve (II:949)

- WBD - wve meej ketoenen inslag (II:1039) - katoen inslaan

wve - wef - geweeve

- tegenwoordige tijd: gij/hij wft

- Dialectenqute 1887 Willems - wve - wfde - geweeve

- Cees Robben - verdiend meej enkelt wve... (19610922)

- Audioregistratie 1978 -  Mar dan hadde vruuger ng wl, war, d man n vrouw weven h, den ene, den ene snachs n den andere ooverdagwar. (interview met dhr. Hermans, transcriptie door Hans Hessels)

- WBD - 'inwaeve' (II:1044) - inweven; ook 'krimpe' genoemd

- Dirk Boutkan & Maarten Gosling Kossmann, Het stadsdialekt van Tilburg, 1996 - 'wve - wef - geweeve'

Karel de Beer, Tilburgs bijnamenboek - 2000 - Pr Wve = prof. Weeve (blz.83)

Leo Goemans - Leuvens taaleigen (1936) - WEVEN w:ve wkw

 

wve
zelfstandig naamwoord, meervoud van wf
wijven, vrouwen
- Cees Robben - As lui wve vlug worre... (19861212)
 

Ill.: Mandos

 

wver

zelfstandig naamwoord

wever

- Miep Mandos-v.d.Pol; Aantekeningen Brabantse spreekwoorden - w ist hier toch dnker; tis krk f er ne wver p strve leej.

Kekkis Karel, veronderstel d gij den bisten wver bent van hil Tilburg en ikke den bisten wielendraaier van hil den Ateljee. (Karel en Sjarel, dialoog in Groot Tilburg, 25 mei 1945)

- Pierre van Beek - Hoor maar: als 't erg donker in een vertrek is, zegt 'n ouwe wever: "'t Lijkt wel d hier ne wver op sterven leej"; (Nwe. Tilb. Courant; Typisch Tilburgs afl. ?; 22 jan. 1958)

- Cees Robben - Wij zn wvers van prefessie... (19560630)

 

Ill.: - Cees Robben - 'Wij zijn wvers van prefessie' (detail)


- Cees Robben - Wij zn uit t laand van de wvers niewaor... (19580308)
- Cees Robben - wverkes in nd... (19570313)

- Lechim (pseudoniem van Michel van de Ven), De Tilburgse Koerier, 68 02 15 - Onze grutvadder d was ene wver/ van stukke hattie veul verstaand/ hij sjouwde hel hard, alle daoge/ vur den ,,Heer" de fabriekaant. (Lechim; pseudoniem van Michel van de Ven; ongedateerd knipsel 1960-1980; uit: Et heej nie geholpe. )

- Interview met de heer De Kok (1978) Want mn vaader d was ene weever, en wver, ene wver nne die kos toen nie zo wd lope van et Gurke aaf dr nr toe. n die wrkte bij Louis Donders in de Zwijsenstraot, daor wrktenie. (transcriptie Hans Hessels 2014; KLIK HIER om de audiobestanden van dit interview te beluisteren

- De straote waare vol mee wvers Uit: Unnen droom, Ad van den Boom, circa 2005.
- Mandos - Brabantse Spreekwoorden - 2003 - hij is ermee gestld as ene wver meej en lui wf (Pierre van Beek - Tilburgse Taalplastiek 1966) - hij kan met zo iemand niet werken; die is hem meer tot last dan tot hulp.

- WBD - handwver / haandwver (II:941) wever met handweefgetouw

- WBD - tiswver, butewver (II:942) wever buiten de fabriek

- WBD - laokewver (II:942) - lakenwever

- WBD - baojwver (II:942) - baaiwever

- WBD - bukskinwver / bukswver (II:942) - bukskinwever

- WBD - dubbeldoekwver / dobbeldoekwver (II:942) - dubbeldoekwever

- WBD - deejkewver (II:943) - dekenwever

- WBD - III.4.1:77 - 'weverke' - grauwe vliegenvanger (vogel), ook 'mussensnapper' of 'grauwtje'

- Leo Goemans - Leuvens taaleigen (1936) - WEVER - w:ver

 

Tijs Dorenbosch - Vignetten uit De Mus en D'n rgel van Piet Heerkens (1939 & 1938)

 

Overzicht: Van Wasserij tot weefmachine - de voorbereidingen van het weven

 

wverij

zelfstandig naamwoord

weverij

- WBD - 'waeverjke (II:940) - weverijtje, plaats waar geweven werd, weefkamer

- Daorneffen waar de wverij. (Lodewijk van den Bredevoort pseudoniem van Jo van Tilborg, Kosset den brne eigeluk wel trekken? Dl. 1, Tilburg 2006)

 

wversknp

zelfstandig naamwoord

weversknoop

- WBD - 'waeversknp' (II:1051) - weversknoop

- WBD - 'lnnewaeversknp' (II:105l) - linnenweversknoop = weversknoop, ook 'pltte knp' of kattekp genoemd

 

wversschrke

zelfstandig naamwoord, verkleinwoord

- Henk van Rijen; Mn Tilbrgs Wordeboek, 1988 - (textiel) weversschaartje, speciaal schaartje om foute knopen en draadjes tijdens het weven te verwijderen

 

weeze

Zelfstandig naamwoord

Wezen; hier: gezicht

- Een roestpraatje (Weekblad van Tilburg, 5 oktober 1867): Mer vajer! Ou brudt iet in t heut; k zaag t te mentij aon oe weze

 

wze

werkwoord, sterk

wijzen

- D wst zenge - Dat behoeft geen nadere toelichting..

- Dirk Boutkan & Maarten Gosling Kossmann, Het stadsdialekt van Tilburg, 1996 - (blz. 37) doublet: 2/3 p. sing. wst/ wst' (wijst)

- Dialectenqute 1887 Willems - wze - wes - geweeze

- in tegenwoordige tijd geen vocaalkrimping

- Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch dialect - 1899 - WIJZEN zie wdbb.; iemand niet kunnen thuis wijzen - niet weten wie hij is

 

weezelek

bijwoord

- Paul Spapens et al; Goedgetld, diksjenr van de Tilburgse taol (2004) - werkelijk, echt

 

wzer

zelfstandig naamwoord

wijzer

de groten n de klne wzer

- Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch dialect - 1899 - WIJZER zelfstandig naamwoord mannelijk - De wijzer in 't rond slapen - 12 uur slapen

 

wffer, wffere, dewffere

vragend voornaamwoord

wat voor, welke, wat voor een

- Voorbeeld van systeemkaart Wil Sterenborg - Wffer rpel krk, n de wffere vatte gllie? - Wat voor aardappels krijg ik, en welke nemen jullie?

- N. Daamen, Handschrift Tilburgs dialect 1916 - "weffere - welke? - de weffere?"

- A.J.A.C. van Delft - Hangen er meerdere hoeden aan een kapstok, dan vragen wij: "Wffere ies de jouwe". (Welke is de uwe?) "Ne fijne meens" (gierig man) zou er den beste willen uitpikken.(Nwe. Tilb. Courant; Van Vroeger Dagen afl. 110; 20-04-1929)

- ...zood de musschen niemir wiesen weffre kaant ze op moesten (Kubke Kladder; pseudoniem van Pierre van Beek; Nieuwe Tilburgsche Courant; Uit t klokhuis van Brabant 8; 31-12-1929)

- "Al kos ik er den hemel mee verdienen Jaanske, ik weet nie weffre kaant ge ut wilt." (Kubke Kladder; pseudoniem van Pierre van Beek; Nieuwe Tilburgsche Courant; Uit t klokhuis van Brabant 7; 30-11-1929).

- Nee, ds vur de kraant! Vur weffere? Vur de Nieuwe Tilburgsche Uit het land der Brabantsche week, Nieuwe Tilburgsche Courant 31-07-1930, door W.v.M. = Willem van Mook.

- Kees en Bart (krantenrubriek in Groot Tilburg, ca. 1935)

- Cees Robben - De weffere mende? (19551015)

- Cees Robben - Wij wiessen precies weffer srt d we han... (19570525)

- Cees Robben - Weffur moeite dettie deej... (19571214)

- Pierre van Beek - "De wffere is de jullieje?" wil zeggen: Welk is de uwe? (Nwe. Tilb. Courant; Typisch Tilburgs afl. XI; 10 jan. 1958)

- Theo de Wijs, schriftelijke mededeling aan Cees Robben - De weffere mende van die driederaande (feb. 1962)

- Lechim (pseudoniem van Michel van de Ven), De Tilburgse Koerier, 78 04 27 - Ze vroeg mee wffer spul we waasse / En wffer sokke 't biste paasse.
- Lechim (pseudoniem van Michel van de Ven), De Tilburgse Koerier, 64 11 20 - Daor hedde ok twee srten in / Mar wffer raoide nt.
- Lechim (pseudoniem van Michel van de Ven), De Tilburgse Koerier, 61 02 03 - Ons Sjefke hee z'n kpke vol / Van 't komend Karneval / Mar hij wit niet goed wffer pak / Dttie aontrekken zal.

- ...die gjeemiese stffe wffer rtzoj dttet is. [- Interview (audio) uit 1978 met het echtpaar Staps; transcriptie Hans Hessels, 2015]

- Stadsnieuws -   Wffer: wat voor, welke. De wffere mnde? De die daor. (09092009)

- Stadsnieuws -   Wffer knder hdde gllie? Van baaje sorten en. (16062010)

n wffer snuupkes zak men dubbeltje dees keer besteeje? n et grotste f n et lkkerste? (Tillie B.: pseudoniem van Nicole van Wagenberg; uit een column van haar website Tilburgs Taolbuuroo, 2012)

- Jan Naaijkens, D's Biks (1992) - wffer(e) vn - welk? wat voor?

- A.P. de Bont - Dialekt van Kempenland - 1958 e.v. - wafer(e), voornaamwoord  'waffer' wat voor (een), welk(e)

- Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch dialect - 1899 - DEWAFFERE(N) vrnm. - wat voor een, welke, Frans: lequel

 

wfke

zelfstandig naamwoord, verkleinde vorm van wf

vrouwtje, wijfje

- Henk van Rijen; Mn Tilbrgs Wordeboek, 1988 - d wfke is nie prut, hurre.' - dat vrouwtje is niet voor de poes, hoor!

- Cees Robben - n menneke... of wel n wefke (19570525)

- WBD - III.4.2:63 'wijfke' - wijfje van een haas

-  WBD - III 4,2:162 lemma Meikever met witachtige rug - Dit lemma bevat de specifieke benamingen voor een meikever die met meel bestoven lijkt te zijn.

mulder Tilburg
mulderke Tilburg
molenaar Tilburg
bakker frequent in Tilburg
bakkerke Tilburg
kapucientje Tilburg, Goirle
manneke frequent in Tilburg
wijfje, wijfke frequent in Tilburg

- Piet Brock, uit Vuurstintjes ketsen (1996) Mlders/ Ge he't z'in soorten:/ 'nen bkker of kappesien,/ 'n mnneke of 'n wfke,/ d kunde hil goed zien.

- Karel de Beer, Tilburgs bijnamenboek - 2000 - wfke Eras (M.J. Eras) (blz.37)

- WBD - III.2.2:47 'jong wijfje' = jonge vrouw

- WBD - III.2.2:88 'wijfje' = echtgenote


Naar het begin van de pagina

Inhoud Woordenboek Tilburgse Taal
CuBra Home

wg

zelfstandig naamwoord

weg

meervoud: weege

D is z eenvoudig as de weg in oewen eigensten broekzak. (Kubke Kladder; pseudoniem van Pierre van Beek; Nieuwe Tilburgsche Courant; Uit t klokhuis van Brabant 1; 9-10-1929)

- Mandos - Brabantse Spreekwoorden - 2003 - langs de weg gescheeten hbbe (Oost-Brabant) zie pad

- Henk van Rijen; Mn Tilbrgs Wordeboek, 1988 - alle weege zn gin kerkweege - niet elke Weg leidt naar een bep. doel

- WBD - III.3.1:397 'weg' = openbare weg; ook genoemd: 'baan, klinkerd'

- WBD - III.3.1:402 'weg = pad

- Dirk Boutkan & Maarten Gosling Kossmann, Het stadsdialekt van Tilburg, 1996 - (blz.53) wgske, wggetje

- Jan Naaijkens, D's Biks (1992) - wg zn, bw - weg

 

wgge
samentrekking
wat je
- Cees Robben - Wegge ruurt/ Degge meevuurt [Wat je aanraakt, dat moet je nemen] (19640313)
- Cees Robben - Ons Too en ik zen wegge noemt/ Nog van dn pronten staand (19700116)
- Cees Robben - ge mot haauwe wegge het... (19701023)
- Cees Robben - Ge kunt doen of laote wegge wilt.. (19781215)

- Zegsman Hans Hessels; Uit het geheugen van Hans Hessels, 2022 - Al wgge geleerd ht Je uiterste best doen
- Hessels 2020 - Als iemand pocht dat hij iets specifieks veel beter kan dan jij: - as d alles is wgge kunt! (Zegsman dhr. Hessels (1931-2006). Volledige bron: KLIK HIER

 

wggeefkiesje

zelfstandig naamwoord, verkleinwoord

samenstelling uit weggeven en kistje

- Henk van Rijen; Mn Tilbrgs Wordeboek, 1988 - kistje goedkope sigaren

 

wggoje

werkwoord, zwak

weggooien

- Pierre van Beek - Aan huurhuizen en dienstmeiden is alles weggegooid. - Geen van beide bevorderen het belang van hem, die ze benut. (Nwe. Tilb. Courant; Onze folklore afl. 4; 19 maart 1959)

 

wgleere

werkwoord, zwak

- C. Verhoeven, Herinneringen aan mijn moedertaal (1978) - WEGLEREN ov.ww - doceren, didactische talenten hebben: de mister is veul geleerd, mr ie kan nie weglere.

- A.P. de Bont - Dialekt van Kempenland - 1958 e.v. - zw.ww.tr. - wegleren, al lerende (docerende) in een ander overstorten.

- Pierre van Beek - toch anders dan gewoon onderricht geven

 

wgmaoke

werkwoord, zwak

wegmaken, doen verdwijnen;

Pierre van Beek - nder narcose brengen van een patint

- wgmaoke - mkte wg - wggemkt

- ook in tegenwoordige tijd vocaalkrimping: gij/hij mkt wg

- Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch dialect - 1899 - WEGMAKEN (ook: eweg-) zijne goederen vermaken aan personen die geene bloedverwanten zijn.

 

Screenshot: Roy Donders naait zijn friteuse weg.

 

wgnaaje

werkwoord, zwak

naaj wg, naajde wg, wggenaajd

wegwerpen, weggooien

Roy Donders - As et vet oud is en et moet er uit, zeg mar, dan pak ik die frietpan, die gooi ik in 'n vuilniszak, eigeluk drie vuilniszakke, enne die naai ik gewoon weg, en dan koop ik 'n nieuwe. (Stylist van het Zuiden, aflevering 4, 18 november 2013, RTL 5)

naaje

 

-wgt

2e lid v. samenstelling

-weg

Berdssewgt

- WNT - WEG, weeg, wegt, weug

J. H. Hoeufft, Proeve van Bredaasch Taal-eigen(1836) - WEGT voor 'weg'. Het komt in de boerentaal voor bij Huygens, in Hofwyck.

- C. Verhoeven, Herinneringen aan mijn moedertaal (1978) - WEG 1) m - dikwijls uitgesproken als 'wegt'; route, baan: de wegt is glattig; 2) bw - verdwenen, uitgesproken als 'eweg: hij is eweg; 3) in de uitdr. uit de weg uitgesproken als weeg.

 

wgt
zelfstandig naamwoord
weg
- Cees Robben - De wegt is wel lang.. mar ik heb tij genogt.. (19760423)
 

weie

werkwoord, zwak

wieden

- Dialectenqute 1887 Willems - weie - weide - geweid

- WNT - WIEDEN, wie()n, wij(d)en, wee(d)en, wai(.d)en, wuden

 

wjer, waajer

bijwoord, bijvoeglijk naamwoord

verder, wijder (comp.van wd)

- Cees Robben - vier deur wjer

- Mandos - Brabantse Spreekwoorden - 2003 - snip, snap, snijer, mkt oew broek wa wijer (Si'64) - spot op de kleermaker

- Frans Verbunt, Tilburgs vur tonpraoters, zeuvende perbeersel, 1996 - 'wijer' - verder

- Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch dialect - 1899 - Wedder of wijer

Haor wr - verder; wrop verderop

 

wjere

werkwoord, zwak

verwijden

- Frans Verbunt, Tilburgs vur tonpraoters, zeuvende perbeersel, 1996 - 'wijere - wijder maken

 

wk

samentrekking van w + ik = wat ik

- Cees Robben - En witte wek zaag... (19590822)
- Cees Robben - Wek van den onzen krg.. (19650416)
- Cees Robben - ...al wek kan ... (19701023)
- Cees Robben - Wek naa vort t mn noem (19701023)
- Cees Robben - Moeder, ik weet nie wek moet doen... Dan spult mar mee oew teen tot vermaok van oew hielen... (19821119)

 

wkker

zelfstandig naamwoord

wekker, klok die geluid geeft op uur en tijd van opstaan

hier echter figuurlijk gebruik voor een neus en het opsnuiven van neus-slijm.

- Lechim (pseudoniem van Michel van de Ven), De Tilburgse Koerier, 68 05 16 - Hij haolde irst z'ne wekker op...

- WTT 2023 - zegsman Ed Schilders - Het gezegde 'Haal op die wekker, Snot is lekker' werd gebruikt als aansporing wanneer bij een kind duidelijk een 'snotbel' uit een neusgat droop.

 

wlk

tussenwerpsel

wat?

- Frans Verbunt, Tilburgs vur tonpraoters, zeuvende perbeersel, 1996 - wat zeg je?

- Informant Toine Raaijmakers - Ter correctie wegens het niet met-twee-woorden-spreken luidt soms het antwoord: dlk!

 

wllekrabber

zelfstandig naamwoord

- WBD - rolkrabber (voor het schoonmaken van de roller waarmee de grond wordt aangedrukt)

 

wllie

persoonlijk voornaamwoord

1e persoon meervoud: wij.

Eigenlijk: wij lieden.

- WNT - XXVI:248 - (r.7 v.o.) 'Uit wijlie(den) ontwikkelden zich vormen als wellie, welle, wielie, wijle.

- J.M. Van der Donck, Mooi Truike, in Joh. A. Leopold en L. Leopold, Van de Schelde tot de Weichsel, deel 1, 1882: Enwitte wel, Truike, w wellie naauw zulle gaon doen?

- Cees Robben - Dur de mert zeggen wellie.. t is wir naatje... (19580315)
- Cees Robben - [een pastoor spreekt] Aon die snorrepperijen daor doen wellie nie aon meej... (19600116)

- G. Steijns; Grot Dikteej van de Tilburgse Taol 2000: Vural die gaasten t rme laande mnde we hier hard nodeg te hbbe. Zullie kossen et wrk doen waor wllie vort onze snufferd vur ophlde.

- Grot diktee van de Tilburgse taol  2000 '...waor wllie vort onze snufferd vur ophaole'

- A.P. de Bont - Dialekt van Kempenland - 1958 e.v. - voornaamwoord  'wijlie' wij

- Leo Goemans - Leuvens taaleigen (1936) - WIJ, WIJLIE

 

wllik

tussenwerpsel

wat?; wat zeg je?

- De W van Wllik?  (Uit: F. van der Meer, Ferry van de Zaande, verhalen van een echte Tilburger, 2010.)

- WTT 2020 - De vraag werd vaak beantwoord met de dooddoener 'Stront meej karnemellik.'

 

wltje

zelfstandig naamwoord, verkleinwoord

poosje, tijdje

- verkleinwoord van 'wl', met vocaalkrimping

- Kees en Bart, krantenrubriek in Groot Tilburg, ca. 1935 - ' 'n wijltje '

Toen ik zoo in wltje gezete ha... (Naarus; pseudoniem van Bernard de Pont; in: Groot Tilburg 1941; CuBra)

- Cees Robben - ...nog n weltje, en ze bouwen... (19540227)
- Cees Robben - Ge het mepessaant toch n weltje oe verzet gehad... (19810417)
- Cees Robben - Over n weltje ben ik vf-en-virtig jaor getrouwd (19850322)

- Henk van Rijen; Mn Tilbrgs Wordeboek, 1988 - et zal ng wl en weltje duure vurdt zoomer is

- Stadsnieuws -   Kunde nog en wltje wchte, ik zder zo - Kun je nog even wachten, ... (300510)

- WBD - III.4.4:131 'wijltje' = poosje, ook 'wijl', hortje'

- A.A. Weijnen; Onderzoek dialectgrenzen in Noord-Brabant (1937) - Krt.101 sluit 'wltje' niet uit, evenmin als 'tdje' en 'fkes'

- A.P. de Bont - Dialekt van Kempenland - 1958 e.v. - e weltje

- Jan Naaijkens, D's Biks (1992) - wltje zelfstandig naamwoord  - poosje

 

wn

samentrekking

wat (voor) een

- Cees Robben - Wen weer wir war... (19560218)

Ik zit hier zeker in China

Want iederendeen die zeej

We'n wang, we'n wang, we'n wang toch h

Kik toch die kaok toch, w'en wang

We'n wang toch he, we'n wang toch h

Hollebolle Kaok van un wang

(Tony Ansems, Wen wang toch; van de cd Gatvermiedenhoet; 2010)

CiT (18) 'Hh, wenne wend war!

- Dirk Boutkan & Maarten Gosling Kossmann, Het stadsdialekt van Tilburg, 1996 - (blz. 62) wn, wnne; flexie-n alleen in mannelijk sing.

 

wnaos, wnaos

zelfstandig naamwoord

windas

- WBD - wndas, hs K183: wainoas - Hasselt: putrl - windas boven de put

- Henk van Rijen; Mn Tilbrgs Wordeboek, 1988 - 'wnaas'

- Hoe ontstond 'aos' voor 'as'?

- A.P. de Bont - Dialekt van Kempenland - 1958 e.v. - zelfstandig naamwoord vrouwelijk  (molenaarst.) 'wijndas - windas

- Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch dialect - 1899 - WIN(DE) znw.v. - windas, dommekracht

 

Uit het weekblad Groot Tilburg, dat tussen 1939 en 1946 verscheen. De tekening van Frans Mandos van een professor voor een schoolbord dateert uit 1939 en was het vaste kader van de rubriek 'Cursus in Tilburgs'. Lezers konden korte Tilburgse zinnetjes insturen, die op het schoolbord werden afgedrukt.

 

wnd, wnde

zelfstandig naamwoord

wind

- Voorbeeld Sterenborg - Wnne wnd war! - Wat een wind he!

- Om aacht uur doken wij de vrieskou in meej de wnd rcht op kop. (Lodewijk van den Bredevoort pseudoniem van Jo van Tilborg, Kosset den brne eigeluk wel trekken? Dl. 2, Tilburg 2007)

- Cees Robben - En de wend die fraozelt zuutjes,/ liefdesliekes in mun oor.. (19540612)
- Cees Robben - Dur t geweld van weer en wend... (19591031)
- Cees Robben - t Lied van de wend.. (19600102)
- Cees Robben - De wend streek zachtjes langs mn haor (19600715)
- Cees Robben - Wilde wende... (19701106)
- Cees Robben - natte klamme wende (19611208)

Lechim - Ge dnkt : Zot aaltij wnter blve/ meej zonne kaawe zuure wnd? (Lechim; pseudoniem van Michel van de Ven; ongedateerd knipsel 1960-1980; uit: Vurjaor)

Lechim - ...ik gao dur weer n wend/ want agge ts blft vur de sneuw/ dan zde ginne vnt. (Lechim; pseudoniem van  Michel van de Ven; ongedateerd knipsel 1960-1980; uit: Ons Sjfke zee: Tis vuls te glad paa)

- Mandos - Brabantse Spreekwoorden - 2003 - de wnd van Gol dugt nie

- Mandos - Brabantse Spreekwoorden - 2003 - meej de wnd int noorde spaorde de ntten n de koorde (Si'65) - noordenwind is goed voor de vissers

- Frans Verbunt, Tilburgs vur tonpraoters, zeuvende perbeersel, 1996 - iemand wnd in zen broek jaoge

- Frans Verbunt, Tilburgs vur tonpraoters, zeuvende perbeersel, 1996 - de wnd gao meej de kiepe te bd

- Noovmber, hrfst, ene kaawe wnd.... (Henritte Vunderink, Hrfst, uit: Tis de moejte wrd; 2011)

- Jan Naaijkens, D's Biks (1992) - wnd zelfstandig naamwoord  - wind

- A.P. de Bont - Dialekt van Kempenland - 1958 e.v. - zelfstandig naamwoord mannelijk 'wijnd' - wind

- Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch dialect - 1899 - WEND, zelfstandig naamwoord mannelijk - wijnd, wind

- Henk van Rijen; Mn Tilbrgs Wordeboek, 1988 - winding, (textiel) de winding om de weefboom: 'wnt'

- WBD - III.1.1:211 'wind, windje' = wind

- WBD - III.4.4:107 'zucht', 'zuchtje', 'zoefje', 'zweepje' = zacht windje

- WBD - III.4.4:108 'koude wind' = koele wind, ook 'dun windje'

- WBD - III.4.4:110 'schrale wind' = koude noordenwind

- WBD - III.4.4:111 'windstoot' = rukwind, ook 'snuk(wind)'

- WBD - III.4.4:112 'wervelwind', 'draaiwind' = windhoos

- WBD - III.1.4:394 'wind' = koude drukte

WEND

 

Heur de wend 'ns waaien, jong,

over huizen en heggen en tuinen,

over de hooge boomenkruinen

doet ie al uren lang oversprong.

 

Heur 'm tuimelen over et laand,

over d'ekkers van de boere!

Heur 'm, heur 'm toch 'ns rumoeren

rauw van taol, brutaol en 'straant!

 

Heur 'm fluiten om ons huis,

heur 'm om de boome waaie,

heur 'm in de blaoier graaie,

grabbelen onder stof en gruis!

 

Waai en graai en raos mar raok,

stroebel mar blaoier van de boome......

'k lig mee open oogen te droomen,

lekker vecht ik mee Klaoske Vaok.

(Piet Heerkens; uit: De Mus, 1939)

wndaaj

zelfstandig naamwoord

- WBD - ei zonder schaal, ook 'windaaj' genoemd

- A.P. de Bont - Dialekt van Kempenland - 1958 e.v. - znw.vr.+ o. 'wijndei' - windei

- Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch dialect - 1899 - WINDEI(E)- Informant Toine Raaijmakers - znw.v. - windei

- Jan Naaijkens, D's Biks (1992) - wndaaj zelfstandig naamwoord  - windei

 

wnddrg

bijvoeglijk naamwoord

- WBD - winddroog: de toestand waarin het leer geklopt moet worden (II:758)

- Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch dialect - 1899 - WINDDROOG - in den wind gedroogd zonder zon.

 

wnddrppel

zelfstandig naamwoord

samenstelling uit wind + druppel

- 2019 verwaaide regendruppel (Mededelingen van Hans Hessels, opgetekend uit zijn familiekringen Hessels en Marinus 1960-1980. 

Voor de volledige lijst Klik hier

 

wndmeule

zelfstandig naamwoord

windmolen

- WBD - wntmeule ('wntmujle') (II:1027) - windmolen: windmeulen

 

wndsbraawe

zelfstandig naamwoord meervoud

- WBD - III.1.1:74 'windsbrauwen' = wenkbrauwen; ook: 'wenksbrauwen'

 

wndvaon

zelfstandig naamwoord

- Henk van Rijen; Mn Tilbrgs Wordeboek, 1988 - windvaan, windwijzer

 

wndvr

zelfstandig naamwoord

afdichtingsplank aan de rand van dakpannen

- Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch dialect - 1899 - WINDVEER znw.v. -bij timmerlieden: De windveren zijn planken, die men op het uiteinde van een dak nagelt om te beletten, dat de wind de pannen er zoude afwerpen.

 

wndzuger

- WBD - windzuiger (paard dat lucht in de mond zuigt en daardoor oploopt), ook genoemd 'zger', 'wndhapper', kribbter of kribbenbter

 

wngske
zelfstandig naamwoord, verkleinwoord van wang
wangetje
- Cees Robben - t wengske dicht bij moeders wang (19571207)
 

wnke

werkwoord, sterk

wenken

- Dialectenqute 1887 Willems - wenke - wnk - gewnke

 

Schilderij (detail) - 'Winterpad met oude vrouw' - auteur onbekend

 

wnter

zelfstandig naamwoord

winter

- Lechim (pseudoniem van Michel van de Ven), De Tilburgse Koerier, 70 01 29 - Mar ikke wel en k vn t zund / Dt vruuger nie gebeurde / Toen was alln mar "slibbere" / Al wgge 's wnters heurde.

- Kees en Bart, krantenrubriek in Groot Tilburg, ca. 1935 - durgewenterd

- Lauran Toorians; Wenterlieke; CuBra; 200? - Over witbevrore waaie /

schent waoterig een wenterzunneke, / een wenterwaoterzunneke / over witte waaie schent.

- Piet van Beers Ge moet iets hebben w oe tegenstikt: Ik roep munnen hond, en hij heurt aon m'n stem,/ d ik uit mun humeur uit ben./ 't Bisje is nog blijer as ik /As we van diee Wenter af zen. (With Love; 1982-1987)

- WBD - III.1.3:147 'winterdas' = dikke wollen das

- A.P. de Bont - Dialekt van Kempenland - 1958 e.v. - zelfstandig naamwoord mannelijk 'wijnter' - winter

als onzijdig zelfstandig naamwoord

- Lechim (pseudoniem van Michel van de Ven), De Tilburgse Koerier, 79 05 23 - 't Is 'ne trubbel mee d'n ollie, / We motte mindere en gaauw, / Aanders zitte we van 't wnter / Mee allemolle in de kaauw.

 

wntere

werkwoord, zwak

winteren

- Kees en Bart, krantenrubriek in Groot Tilburg, ca. 1935 - 'et heej gewnterd'

- Cees Robben - Wnteren... d doeget nie (19580315)

 

wntergoed

zelfstandig naamwoord; wintergoed; kleding voor de winterdagen

- Lechim (pseudoniem van Michel van de Ven), De Tilburgse Koerier,  57 09 20 - Ge ziet de winkels overal/ 't Wntergoed uitstallen.

 

wntertn

zelfstandig naamwoord

wintertuin

- Henk van Rijen; Mn Tilbrgs Wordeboek, 1988 - naam van vroegere uitspanning op de Heuvel, later City,thans Gallery

 

Wepke - Collectie Regionaal Archief Tilburg / Stadsmuseum

 

wpke

zelfstandig naamwoord

schild met doodskop en attributen

- Interview Van den Aker (1978), transcriptie door Hans Hessels (2014) - Jao, ge hd van die dod, ge hd van die dodsbidders hadde, die kwaame dan. Want vruuger, vruuger hadde op veul pltse as de meense enen dojen in hs hadde, dan wier der zon wpke bte gezt, en paor stene teege mekaaren aon n daor zon palmtkske tusse, en boske stroj

Klik hier om dit bestand te beluisteren

- Audioregistratie 1978 - D wrd vruuger vur et hs gezt asser iemand ooverleede was! Asser iemand dod was. Zon, zon ding. Dan konde de mnse d konde ze dan zien n d wpke! D wrd op straot gezt! En wpke, d was zon, zon ding, ja (- Interview met Heikanters - Transcriptie door Hans Hessels)

- Audioregistratie 1978 - Enen dodskp meej tweej planke n dan daor en sten onder n dan stond d vur de deur.  (- Interview met Heikanters - Transcriptie door Hans Hessels)

- Rolf Janssen; We hebben gezongen en niks gehad (1984) - 'moeder daor stao' 'n wepke'

morf. wijp - wp wpke als tijd td tdje, e.d.

- Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch dialect - 1899 - WIJP zelfstandig naamwoord v. handvol stroo, in t midden toegebonden; ook bondeltje stroo, lichtjes bijeengebonden, om te branden gelijk eene fakkel. Eertijds liep men op St.-Jansnacht met brandende wijpen over het veld.

- WNT - XXV:2422 WIEP (I) 2) bundel stroo

 

wps

zelfstandig naamwoord

wesp

Ik heb aatij heure zegge d 'n bij den honing uit de blomme holt en 'n weps ut vergif. (Karel en Sjarel, dialoog in Groot Tilburg, 2 februari 1945)

- WBD - III.4.2:139 weps - wesp (Paravespula vulgaris)

 

Weraande

toponiem; Oude warande; stadsbos in Tilburg West

- Lechim (pseudoniem van Michel van de Ven), De Tilburgse Koerier, 72 10 05 - Ik mg - as knd - mee onzen opa / Dikkels naor de Weraanda mee / En dan zeetie: "Kik, m'ne jonge, / Ds 't schnste gruun w Tilburg hee."
- Lechim (pseudoniem van Michel van de Ven), De Tilburgse Koerier, 73 01 18 - En de Waranda MOET van ons / Ok blve bij 't aauwe. / / Mar w d'n brger gre hee / Is van gin impertaansie / De hgeschool krgt zunne zin / D'n brger de kwietaansie.
 

wrd

bijvoeglijk naamwoord

waard

- Dialectenqute 1887 Willems - geeveswrd - weerd om te geven

Tis nie wrd dgger nor kkt.

- Kees en Bart, krantenrubriek in Groot Tilburg, ca. 1935 - waerd

- Cees Robben - ... werd om op-te-haauwe (19580705)

- Cees Robben - As ge meej oewen remoei ginne raod wit... Dan zde nie werd deggem het... (19840420)

- Dialectenqute 1887 Willems - rde ptte zn nie veul wrd

- Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch dialect - 1899 - WRD, WRDE, WRDIG - waard, waarde, waardig

 

werchteg, werndig

bijwoord, bijvoeglijk naamwoord

waarachtig, waarlijk

..."'t Is werendig waor! (Jan Jaansen; pseudoniem van Piet Heerkens svd; De nuuwe kapelaon van Baozel, afl. 3; Nieuwe Tilburgsche Courant 15-10-1938)

- Cees Robben - werechtig (19641231)
- Cees Robben - werechtig (19600422)
- Cees Robben - t stao werechtig schn en deftig [de kleding] - (19550806)

- Henk van Rijen; Mn Tilbrgs Wordeboek, 1988 - 'wergteg'

- A.P. de Bont - Dialekt van Kempenland - 1958 e.v. - bijw. 'waaraechtig' - waarachtig

 

wrft, wrf

zelfstandig naamwoord

- WBD - erf (open vrije ruimte tussen boerderij en bijgebouwen), ook 'rf genoend

- Henk van Rijen; Mn Tilbrgs Wordeboek, 1988 - 'wref, wrreft' - werf, erf

- C. Verhoeven, Herinneringen aan mijn moedertaal (1978) - WERF (werft) v - erf, ongeveer hetzelfde als 'dam en 'missem', maar met de bijbetekenis van 'plaats waar gewerkt wordt'.

- Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch dialect - 1899 - WERFT, WERF zelfstandig naamwoord mannelijk - open plein vr eene boerderij, tusschen de woning van den boer en de afhankelijkheden.

- WNT - WERF, werft, werve, warf, warve enz.

 

wrke

werkwoord, zwak

werken

Pierre van Beek - "Werken is zaolig, zeej de begijn en ze droegen mee z'n vieren 'nen boonstaok." We hebben hier te doen met een geestig sarcasme op iemand, die het air aanneemt van heel wat te werken, maar die in werkelijkheid niet veel uitvoert. (Tilburgse taalplastiek 6 Nieuwe Tilburgse Courant zaterdag 11 maart 1950)

 

wrkeloshei

zelfstandig naamwoord

werkloosheid

- Kees en Bart, krantenrubriek in Groot Tilburg, ca. 1935 - 'werkelooshei'

 

wrkendag

zelfstandig naamwoord

werkdag

K&- Dialectenqute 1887 Willems - 'werkendag'

- Theo de Wijs, schriftelijke mededeling aan Cees Robben, Ik wil wel efkens binnen kome, mar ik z op zn s werkendags (13-07-1966)

- Henk van Rijen; Mn Tilbrgs Wordeboek, 1988 - mregen ist wir 'wrkendag' geblaoze - morgen moet er weer gewerkt worden.

- WBD - III.3.1:214 'werkendag', 'werkdag' = werkdag

- WBD - III.l.3:3 ''s werkendaagse kleren' = doordeweekse kleren; ook ''s weekse kleren' - WBD - III.1.3:195 's werkendaagse muts' = witte kanten muts zonder sierkrans

- A.P. de Bont - Dialekt van Kempenland - 1958 e.v. -
znw. mannelijk 'werkendag' - werkdag

- Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch dialect - 1899 - WERKENDAG zelfstandig naamwoord mannelijk - werkdag

- Jan Naaijkens, D's Biks (1992) - wrkedag zelfstandig naamwoord  werkdag

 

wrkmeens

zelfstandig naamwoord

arbeider

- Voorbeeld van systeemkaart Wil Sterenborg - En gen hs was niks vur ene wrkmeens

- Anoniem; in Nieuwe Tilburgsche Courant 30-01-1941 - Hoe was het in onze streken?", 1941 - De scheldtitel waarmede de jongeren [in de textielfabrieken] vooral werden aangeduid was fabriekslap en vethol; de welwillende algemeene benaming was voor de kleinen: draadmaker en voor de grooten fabrieksmeens, werkmeens, en voor allen te samen 't of d werkvolk! Mt de noodige minachting a.h.b. Dat was misschien nog het ergste van al, dat de waardeering al te veel zich uitte in weinig achting.

- WBD - III.3.1:215 'werkmens' = arbeider

 

wrkplts

zelfstandig naamwoord

werkplaats

- WBD - werkplaats, het lokaal waar o.a. het zwikblok opgesteld stond (II:667)

 

wrktffel

zelfstandig naamwoord

- WBD - werktafel: het lage tafeltje waaraan de schoenmaker, op een werkstoel gezeten, werkte en waarop hij het gereedschap en het onraad legde (II:694)

 

wrkvlk
zelfstandig naamwoord

werkvolk

- Anoniem; in Nieuwe Tilburgsche Courant 30-01-1941 - Hoe was het in onze streken?", 1941 - De scheldtitel waarmede de jongeren [in de textielfabrieken] vooral werden aangeduid was fabriekslap en vethol; de welwillende algemeene benaming was voor de kleinen: draadmaker en voor de grooten fabrieksmeens, werkmeens, en voor allen te samen 't of d werkvolk! Mt de noodige minachting a.h.b. Dat was misschien nog het ergste van al, dat de waardeering al te veel zich uitte in weinig achting.
 

wrmte

zelfstandig naamwoord verkleinwoord

warmte

- Henk van Rijen; Mn Tilbrgs Wordeboek, 1988 - 'wrremte'

- Cees Robben - 'de wermte vur d'n klne man'

- A.P. de Bont - Dialekt van Kempenland - 1958 e.v. - znw.vr. 'wermt' - warmte

 

wrom

bijwoord

waarom

-Hij [de ooievaar] heej wir un zusje veur jullie gebrocht. Zde gullie nie blij? W blij, wie blij, wrom blij? Wrom zodde blij zn meej iets waor ger al zat van het? (Lodewijk van den Bredevoort pseudoniem van Jo van Tilborg, Kosset den brne eigeluk wel trekken? Dl. 1, Tilburg 2006)

 

wrre

werkwoord, zwak

in de war / in verwarring zijn of komen, warren CiT (30) 'De draoie zen dur bekaar gewrd'

- wrre - wrde - gewrd

 

werschnlek

bijwoord, bijvoeglijk naamwoord

waarschijnlijk

- Kees en Bart, krantenrubriek in Groot Tilburg, ca. 1935 - werschijnlik

 

wsd?

samentrekking

- Paul Spapens et al; Goedgetld, diksjenr van de Tilburgse taol (2004) - wat is dat?

 

wsser

samentrekking van 'w + is + er' = wat is er?

- Voorbeeld van systeemkaart Wil Sterenborg - wsser naa, wir gnde? - wat is er nu weer aan de hand?

 

wstminster

zelfstandig naamwoord

westminster

- Theo de Wijs, schriftelijke mededeling aan Cees Robben, as ik gao vissen, zettik aaltij munne westminster op (10-03-1967) [spreker bedoelt: zuidwester]

 

wt, w

voornaamwoord

- Henk van Rijen; Mn Tilbrgs Wordeboek, 1988 - wat

Un potje zingen, veur ene appel, of wet snoep... (Tony Ansems, Drie koningen; van de cd Tilburgse Liekes American Style 2; 2009)

 

wthaawer

zelfstandig naamwoord

wethouder

- Kees en Bart, krantenrubriek in Groot Tilburg, ca. 1935 - wethauwer, wethaawer.

 

wtsten

zelfstandig naamwoord

- WBD - wetsteen, een steen voor het wetten van messen (II:682)

 

wtter

samentrekking van 'w + der' = wat er

- Voorbeeld van systeemkaart Wil Sterenborg - Hij wies niet wtter afgesprooke was

 

weuw, wuw, weuwke

zelfstandig naamwoord

weduwe

- A.J.A.C. van Delft - "Ik werk veur de Wuw", waarmede een firmanaam aangeduid wordt, die begint met "Weduwe N.N.". Zulke kennen de Tilburgers natuurlijk nu direct meerdere. (Nwe. Tilb. Courant; Van Vroeger Dagen afl. 111; 27 april 1929)

- Kees en Bart, krantenrubriek in Groot Tilburg, ca. 1935 - weuwke; weuw;

- Taante Lies waar 'n weuwke en ze ha goeie klandizie as weuw zijnde; ze ha 'n net kruidenierswinkeltje... (Jan Jaansen; pseudoniem van Piet Heerkens svd; De nuuwe dokter; feuilleton in 4 afl. in Nieuwe Tilburgsche Courant 27-1-1940 17-2-1940)
- En vrouw Cornelissen uit den Gouwen Os, 'n weuw, die ok mar wir gaaw moes trouwe... (Jan Jaansen; pseudoniem van Piet Heerkens svd; Boere-Profeet; feuilleton in 5 afl. in de Nieuwe Tilburgsche Courant 1-7-1939 29-7-1939)
- Zoo hadde vruuger jaoren in weuwke en die hiette Mieke. (Naarus; pseudoniem van Bernard de Pont; in: Groot Tilburg 1941; CuBra)

- Lechim (pseudoniem van Michel van de Ven), De Tilburgse Koerier, 79 01 11 - 'n Zondag kwaam 'nen aauwe buur / naor 's moeder - ds n weuw...
- Frans Verbunt, Tilburgs vur tonpraoters, zeuvende perbeersel, 1996 - en weuw is en prd zonder voerman

- WBD - III.2.2:55 'weeuw', 'weduwe' = weduwe

- A.P. de Bont - Dialekt van Kempenland - 1958 e.v. -
znw.vr. 'weuw', - weeuw, weduwe.

- Jan Naaijkens, D's Biks (1992) - weuw zelfstandig naamwoord  - weduwe

- WNT - WEDUWE, weduw, wedewe, weeuw(e), weve, weef, wee

 

wicht

zelfstandig naamwoord

- WBD - III.4.4:295 'wicht = honderd pond, ook 'zak'

 

wichje

zelfstandig naamwoord, verkleinwoord

- WBD - III.4.4:294 'wichtje' = gram, ook 'gewichtje'

 

widde

werkwoord, zwak

wedden

- Dialectenqute 1887 Willems - widde - widde - gewid

 

wiebele

werkwoord, zwak

De Heuvelstraot spant de kroon terwijl de Kurvelscheweg en den Heuvel d'r bist doen om mekare niks toe te geven. Ik h m'n eigen wijs laoten maoken, d in de Heuvelstraot van die nuuw caf aaf tot on den Heuvel toe precies nog tien tegels vaast zitten. De rest lee, as ge d'r op trapt te wiebelen as 'n keekwalk op de kermis. (Kubke Kladder; pseudoniem van Pierre van Beek; Nieuwe Tilburgsche Courant; Uit t klokhuis van Brabant 7; 30-11-1929)

 

wiebelgat, wiebelkuntje

zelfstandig naamwoord

onstuimig temperament, niet stil kunnen zitten

- Cees Robben - Kender meej n wiebel-gat (19601111)

 

wiebelstrtje

zelfstandig naamwoord verkleinwoord

Pierre van Beek - kind dat niet stil kan zitten

- Cees Robben - knder meej en wiebelgat

- Cees Robben - wiebelklot dgge zt;

 

wiebere

werkwoord, zwak

- Henk van Rijen; Mn Tilbrgs Wordeboek, 1988 - wiebelen

- WBD - III.1.2:24 'wieberen = wiebelen; ook: 'wiegelen, waggelen, kwakkelen, wiemelen'

26 'wieberen = heen en weer schuiven; ook 'friemelen'

 

wiebes, wiebus

bijwoord

- Pierre van Beek - "Ds nogal wiebus". - Dat spreekt vanzelf.  (Nwe. Tilb. Courant; Typisch Tilburgs afl. XI; 10 jan. 1958)

D ze zukke kost vur ons nie mokt is nog al wiebus, aanders z ze mee hil d'r gekook gaauw d'r erten uit hebben... (Kubke Kladder; pseudoniem van Pierre van Beek; Nieuwe Tilburgsche Courant; Uit t klokhuis van Brabant 9; 22-02-30)

...d's nogal wiebus geleuf ik. (Kubke Kladder; pseudoniem van Pierre van Beek; Nieuwe Tilburgsche Courant; Uit t klokhuis van Brabant 1; 9-10-1929)

- Cees Robben - "Ds nogal wiebus.." zeej une meens... (19560908)

 

wiegele
werkwoord, zwak; de ie is kort
wiebelen
- Cees Robben - Mn kumke wiegelt z detter de koffie uit-kwaanselt... (19660826)
 

wiegestroj

zelfstandig naamwoord

- Mandos - Brabantse Spreekwoorden - 2003 - et wiegestroj hangt em ng n zen gat te bmmele ('16) - hij is nog niet droog achter zijn oren

- Mandos - Brabantse Spreekwoorden - 2003 - et wiegestrj zit n in zen ge ('71) - idem

 

wiegske
zelfstandig naamwoord verkleinde vorm van wieg
wiegje
- Cees Robben - n wrm wiegske. (19540213)
 

wieje

werkwoord, zwak

wieden

- Kernkamp - Bezorging Dialectenqute 1879 - wieje wieden

- Dialectenqute 1887 Willems - weie weide geweit

- WBD - I:1457 wieden: 'wije' (bedoeld als 'wi-je'?)

- WBD - I:1457 onkruid uittrekken met de hand: 'wie'

- WBD - III.2.1:413 wieje = onkruid wieden

wieje - wiejde - gewiejd

 

wieks

zelfstandig naamwoord

- WBD - vocht waarmee het brood wordt gewassen zodra het uit de oven is

 

wiel

zelfstandig naamwoord

wiel

- Kernkamp - Bezorging Dialectenqute 1879 - wiel

- WBD - III.4.4:182 wiel', 'wieling' = draaikolk

 

wielewauw, wiewauw

zelfstandig naamwoord

- WBD - III.4.1:156 'wielewouw' - wielewaal (Oriolus oriolus)

 

wielewtje

zelfstandig naamwoord, verkleinwoord

[dit lemma dient nog geverifieerd te worden]

- Pierre van Beek - Een fascinerend woord dat 'wielewotje'. Een 'wiele' was in het mnl. een 'non' en een 'wade' is een gewaad. Zo vermoeden we dat het 'wielewotje' de  dialectische verbastering is van wielewade of nonnenkleed (met kap en sluier). Die uitrusting pleegt heel wat te verbergen. "De klne leej meej zen wielewotje blot." Bij de baby was bloot wat, in de opvatting van de spreker, verborgen diende te zijn. Helemaal bevredigen doet de verklaring niet. Daar komt nog bij dat 'wielewotje' nog in andere zin gebruikt wordt, nl. in die van 'hebben en houwen'. Wanneer iemand 'met zen hele wielewtje vertrkken is' dan heeft hij zijn hele bezit meegenomen. (Tilburgse Taalplastiek 142)

- Mnl. Wdb. WIEL (wiele), zelfstandig naamwoord o. vrouwelijk mannelijk; Mhd. wl(e), m; mnd. wl o., uit lat. velum, sluier; fri. wiel. 1) Hoofddoek voor vrouwen; 2) Hoofddoek der nonnen, sluier, nonnensluier.

WILE (WIJLE) znw.m; WIJL o.m. Hetzelfde als WIEL(E), doch met andere vocaal uit lat. vlum, l) hoofddoek, sluier, nonnensluier.

- Pierre van Beek - Hy viel meej hel zen wielewtje in dge; hil zen wielewtje sloeg teheuj; hij ks meej zen hele wielewtje vertrkke. (Tilburgse Taalplastiek 731124) Het woord komt vermoedelijk van 'wieles-wade' dat een gewijd gewaad, kloosterkleed of habijt aangeeft, voor een kloosterling zijn enige bezit.

 

wiemele

werkwoord, zwak

zowel in gebruik als 'wiebelen', onrustig bewegen, als 'wemelen'

Zit nie z te wiemele...

En dan wiemelet [wemelt het] in de kraant van ingezonde stukke. (Karel en Sjarel, dialoog in Groot Tilburg, 6 april 1945)

- Theo de Wijs, schriftelijke mededeling aan Cees Robben, Moeder, hedde niet unne feftiger waant de taofel stao hil de td te hukkele en mn kumke stao k al te wiemele (rijksdaalder onder tafelpoot leggen) (13-07-1966)

- Henk van Rijen; Mn Tilbrgs Wordeboek, 1988 - 'wiebele'

- WBD - III.1.2:24 'wiemelen' = wiebelen; ook 'wieberen, waggelen, kwakkelen'

- A.P. de Bont - Dialekt van Kempenland - 1958 e.v. -
zw.ww. intr. 'wiemelen' - wemelen

- WNT - WIEMELEN - l) van groepen personen of dieren: voortdurend en onrustig zich in allerlei richtingen door elkaar heen bewegen; krioelen; enz.

 

wier(e)

werkwoord, persoonsvorm verleden tijd

werd(en)

Verleden tijd van 'wrre' - worden

- lange ie

Der wier vusteveul gezoope. - Er werd veel te veel gedronken.

- Cees Robben - toen wier de gt op stel en sprong ...;

- Henk van Rijen; Mn Tilbrgs Wordeboek, 1988 - hij wier hoe langer hoe kaojer - hij werd almaar bozer

- A.A. Weijnen; Onderzoek dialectgrenzen in Noord-Brabant (1937) - Krt. 69 laat T juist in het 'wier'-gebied vallen; in het Z en O is het 'wierde'

 

wierooksvat

zelfstandig naamwoord

wierookvat

 

Detail uit een schilderij van David Teniers - 17de eeuw

 

meej et wierooksvat lof toe te zwaaie (Lodewijk van den Bredevoort pseudoniem van Jo van Tilborg, Kosset den brne eigeluk wel trekken? Dl. 2, Tilburg 2007)

 

wies(e)

verledentijdsvorm bij weten

wist(en)

ik wies

gij wiest / wieste gij?

hij, zij, et wies

wij wiese

gullie wiest / wieste gullie?

hullie wiese

►weete

- Cees Robben - 'k Wies.. (19560714)
- Cees Robben - D wies ik nie.. (19590912)
- Cees Robben - Ak-naa-mar-wies-wek-w... (19771007)
- Cees Robben - Ons Wies wies alles... Van wiezet wies d wies ik nie... mar ze wiest... (19870227)

- Cees Robben - Wij wiessen precies weffer srt d we han... (19570525)
- Cees Robben - [Ze] zont nie eete... asse wiesse wesse aate... (19750606)
- Lechim (pseudoniem van Michel van de Ven), De Tilburgse Koerier, 75 01 09 - Iets w bekaant gin niemand wies.

 

Wieske Snuf

bijnaam

Tilburgs volkstype, bekend om haar bedelarij

- Interview dhr. Van den Aker - 1978 - Wieske Snufdie ging aatij langs de deur h, die ging aatij meej der, meej der waogen n dan hasse en paor lange rkken aon n vies n vl, d kunde wl begrpe, h腔 (transcriptie Hans Hessels 2014)

Klik hier voor audiofragment

 

wietele

werkwoord, zwak

wietele = wiebelen, onrustig zijn

...zoo'n ijzeren ledikantje, eenpersoons, waor de heel de naacht in ligt te wietele... (Jan Jaansen; pseudoniem van Piet Heerkens svd; Oome Teun op collecte; feuilleton in 3 afl. in de Nieuwe Tilburgsche Courant 12-8-1939 26-8-1939)

 

wietelr

zelfstandig naamwoord

onrustig iemand, wiebelaar, draajknt', 'wietewaaj'

- A.P. de Bont - Dialekt van Kempenland - 1958 e.v. -
znw.m. 'wietelkloot'; witele(n): zwak werkwoord intransitief  'wietelen' - zachtjes met kleine beweginkjes te werk gaan.

- WNT - WIETELAAR - volksbenaming voor den brandnetel WIETELEN 2) heen en weer bewegen, spartelen

 

wietewaaj

zelfstandig naamwoord

onrustig iemand, wiebelaar, 'draajknt, 'wietelr'

 

oriolus oriolus - Wikipedia

 

wiewauw, wielewauw

zelfstandig naamwoord

vD. gele wiewouw - wielewaal

- N. Daamen, Handschrift Tilburgs dialect 1916 - "gaile wiewouw - wielewaal, gele merel"

- Cees Robben - ...gle wiewouws... (19600708)

- WBD - III.4.1:156 'wielewouw' - wielewaal (Oriolus oriolus) 157 'gele wiewouw' idem

- WNT - WIEWAUW - wielewaal (ook: wielewauw)

 

wiggele

werkwoord, zwak

wiebelen

et Vlonderken is mar smal en zwak,

mar och, et is nie zo lang;

et vlonderke wiggelt, maar haaw oe gemak,

'nen engel gao mee, zee nie bang! (Piet Heerkens; De brug, gepubliceerd in De Zaaier, bijlage van de Nieuwe Tilburgsche Courant, 1941)

 

wigt

zelfstandig naamwoord

- WBD - III.2.3:145 'wigt boter' = klomp boter; ook: 'weg boter

- WNT - zie lemma Wicht II

 

wije

werkwoord, sterk

wijden, inwijden met een zegening

- Dialectenqute 1887 Willems - wije - weej - geweeje

...toen 't nuuw rgel ingeweje wier. (Jan Jaansen; pseudoniem van Piet Heerkens svd; Oome Teun als opvoeder; feuilleton in 6 afl. in Nieuwe Tilburgsche Courant 2-3-1940 6-4-1940)
Daor waren al jaoren over hene gegaon en Fraanske waar intusschen al priester gewejen en kapelaon geworren... (Jan Jaansen; pseudoniem van Piet Heerkens svd; n Staandbild in Baozel; feuilleton in 4 afl. in de Nieuwe Tilburgsche Courant 20-5-1939 17-6-1939)

Henk, de cistercinzer wier verheeve tot de dienst der altaren in bloemrijke kattelieke woorden, tot priester geweeje wrren in gewoon Tilbrgs. (Lodewijk van den Bredevoort pseudoniem van Jo van Tilborg, Kosset den brne eigeluk wel trekken? Dl. 2, Tilburg 2007)

De pas priestergeweeje bruur van Lia, hulli Henk zo ons huwelijk inzeegene. (Lodewijk van den Bredevoort pseudoniem van Jo van Tilborg, Kosset den brne eigeluk wel trekken? Dl. 2, Tilburg 2007)

- WBD - I.8.1457 wije = wieden (183c)

 

wijer

bijvoeglijk naamwoord

wijder, verder (comparatief van wd)

 

wijwaoterpisser

zelfstandig naamwoord

wijwaterpisser

- Mandos - Brabantse Spreekwoorden - 2003 - heilige boon ('80)

 

wijwaotersvat, -vtje

zelfstandig naamwoord, verkleinwoord

wijwatervaatje

Pierre van Beek De verstokte Tilburgse vrijgezel Duse, die we hier al eens eerder ten tonele voerden, moest de schijnheiligen ook niet. Hij gaf zijn oordeel op de volgende, wel heel karakteristieke en vooral ook plastische wijze: "'k Zie ze nie gre, die z sloef-sloef, 's mrgens de kerk binnensjokke en z lang stil blijven staon om die....ie....iep... in 't wijwaotersvat te dpen!"... (Tilburgse taalplastiek 8 Nieuwe Tilburgse Courant zaterdag 25 maart 1950)

- Henk van Rijen; Mn Tilbrgs Wordeboek, 1988 - spartelen as en duuveltje in en wijwaotersvtje - tegenstribbelen, erg

- Frans Verbunt, Tilburgs vur tonpraoters, zeuvende perbeersel, 1996 - ds en cht wijwaotersvtje: daor spt iederen in

- Grot diktee van de Tilburgse taol  2000 wijwaotersvat

- WBD - (III.3.3:30) wijwaotersbak, wijwaotersbkske = wijwatervat

- WBD - (III.3.3:154) wijwaotersvtje = wijwateremmer s ook ' wijwatersemmer

 

wikke

zelfstandig naamwoord

- WBD - III.4.3:395 wikke - warkruid (Cuscuta europaea)

- WBD - III.4.3:270 wikke - wikke (Vicia cracca), ook genoemd: wik

 

wikt(e)

werkwoord, persoonsvorm

weekt(e), maakt(e) zacht

tegenwoordige tijd sing., resp. verleden tijd van 'weke', met vocaalkrimping

 

wil

zelfstandig naamwoord

wil

- Mandos - Brabantse Spreekwoorden - 2003 - jouwe wil stao aachter de deur (Do'75) jij hebt hier niets in te brengen

- Mandos - Brabantse Spreekwoorden - 2003 - jouwe wil hangt n de kapstk ('71) - idem

 

wild

bijvoeglijk naamwoord /bw

wild

- WBD - dartel (gezegd van een paard), ook 'spuls' genoemd \

- WBD - wilde - koe van onbekende afstamming

- WBD - wilde haor - (bij een paard) witte vlekken, ook genoemd 'gedrukt'

N. Daamen - handschrift 1916 - "wilde vairkes - pissebedden"

- Henk van Rijen; Mn Tilbrgs Wordeboek, 1988 - wilde rammel - dartele, uitgelaten jonge vrouw of meisje

- Dirk Boutkan & Maarten Gosling Kossmann, Het stadsdialekt van Tilburg, 1996 - wilt + st = wilst (superlatief) (blz.28)

- WBD - III.4.4:11 'wilde lucht' = onstuimige, bewolkte lucht

 

wilde

zelfstandig naamwoord

weelde

J. H. Hoeufft, Proeve van Bredaasch Taal-eigen(1836) - WILDE voor weelde, waarvoor men oudtijds 'welde' zeide, van 'wel' waarvoor men insgelijks 'wil' vindt. Welde = eigenlijk 'welvaart . Z.a.

 

wille

werkwoord, sterk

willen; vaak met de betekenis 'zullen'

- Dirk Boutkan & Maarten Gosling Kossmann, Het stadsdialekt van Tilburg, 1996 - wille - wouw/w - gewild

- Dialectenqute 1887 Willems - wille w(n) - gewild; ik/hij wil, gij wilt; wik = wil ik

- Cees Robben - Ik z wille dk was zo as hij moes zn; j, w wilde!

Samentrekking wimme - willen we

- Kees en Bart, krantenrubriek in Groot Tilburg, ca. 1935 - Wimme k is gn kke?

Samentrekking wik - wil ik

Wik alle toffels van vermenigvuldiging is opzegge tot tien toe? (Karel en Sjarel, dialoog in Groot Tilburg, 23 maart 1945)

Sametrekking wikkis - wil ik eens

SJAREL. Wikkis eerluk zegge hoe ik er tegen aon kk? (Karel en Sjarel, dialoog in Groot Tilburg, 4 mei 1945)

- Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch dialect - 1899 - GEWILLEN; 3e hoofdvorm van willen, ook; gewild en gewouwen

 

willeg

bijvoeglijk naamwoord

gewilleg; hier: redelijk mooi, welwillend

- As 't willig weer waar,/ gonk 'k meej heur,/ m'n moeder,/ drent'len deur de dreven... (H.A. Sterneberg s.j., Een Busselke Braobaansch, uit: Levensles,  1932) [Alleen aangetroffen bij Sterneberg.]

 

Willeke II

eigennaam, konig Willem II; hier voor de voetbalclub met zijn naam

- Lechim (pseudoniem van Michel van de Ven), De Tilburgse Koerier, 58 06 13 - Toen kos Willeke II t nie minder doen / En wier op z'n aauwverwets kampioen.

 

Willemienakenaol

naam

Wilhelminakanaal

- Audioregistratie 1978 - D Willemienakenaol, d heej ok lang geduurd eer d doorgetrokken is! Hier tt et Linshaajke toe heeget lang stp geleege! Op den irsten bot d, die binnegekoome is daor hb ik opgezeete! ()  d was in neegetienenentwinteg, dnk  (- Interview met Heikanters - Transcriptie door Hans Hessels)

 

wimpel

zelfstandig naamwoord

- WBD - III.1.1:72 'wimpel' = wimper

 

wind

zelfstandig naamwoord

flatus, scheet

- WBD - III.1.1. lemma Wind frequent omgeving Tilburg

- WBD - III.1.1. lemma Wind windje - noordoostelijke omgeving van Tilburg

 

winkelhaok

zelfstandig naamwoord

winkelhaak, rechthoekige scheur

- WBD - 'winkelhaok', 'winkelhoek (II:1253) - winkelhaak

 

winne

werkwoord, sterk

winnen, verdienen, opbrengst hebben van grond
- Cees Robben - Ik beteul zelf munnen hof en win veul. (19850517)

- Mandos - Brabantse Spreekwoorden - 2003 - ge kunt wl winne, mar nie zinne (HM'70) -je kunt wel kinderen krijgen, maar ze niet naar je zin vormen

- Dirk Boutkan & Maarten Gosling Kossmann, Het stadsdialekt van Tilburg, 1996 - winne - wn - gewnne

 

wipkrt

zelfsstandig naamwoord - stofnaam (textiel)

uit Engels: whipcord

- Henk van Rijswijk  - Whipcord: zwaar strijkgaren of kamgaren wollen weefsel met steile, sterk opvallende diagonale keperlijnen, steiler dan bij gabardine. De keperlijn is breed, enkelsporig en ligt hoog op de stof. Het weefsel is ook zwaarder dan gabardine en wordt gebruikt voor uniformstoffen, overjassen en bovenkleding.

 

(Herinneringen aan zijn opleiding aan de Hogere Textielschool - 1 september 1950 tot en met juli 1954), http://www.cubra.nl/auteurs/henkvanrijswijk/textielschool.htm 
- J.T. Bonthond, Woordenboek voor de manufacturier (1947) Whipcord. Kamgaren dubbelweefsel voor o. a. regenjassen. De bovenkant van het weefsel is meestal geweven in een verstelde satijnbinding of steile keperbinding (63). Naam is Engelsen en beteekent whip = zweep; cord = touw.
- WNT - lemma Whipcord 1991 - zelfstandig naamwoord onz., g. mv. Ontleend aan gelijkbet. eng. whipcord. Ben. voor een geribd geweven stof met een steile, sterk gewelfde keper, meestal van kamgaren gemaakt en o.m. gebruikt voor uniformen, rijbroeken en regen- of rouwkleeding. Tot de stoffen, die voornamelijk in het zwart voor aanneems- en rouwkleeding gemaakt worden, behooren krip, whipcord, cachemir, serge, diagonaalcoating, wollen rips ook corduroy genoemd en wollen popeline, V. WESSEM, Kostuumn. 11 [1908].

 

wipperd

zelfstandig naamwoord

- Frans Verbunt, Tilburgs vur tonpraoters, zeuvende perbeersel, 1996 - (bijnaam voor iemand die mankt)

 

wir

bijwoord

weer, alweer, opnieuw

- Cees Robben - Wen weer wir war... (19560218)

- Hessels 2020 - Bij een onsamenhangend en van de hak op de tak springend verhaal: - n toen ging ze wir bij Mieke van Riel nr binne! (Zegsman dhr. Hessels (1931-2006). Volledige bron: KLIK HIER )

 

wirbrsel

zelfstandig naamwoord

- Henk van Rijen; Mn Tilbrgs Wordeboek, 1988 - weerborstel

- Jan Naaijkens, D's Biks (1992) - wirborsel zelfstandig naamwoord  - weerborstel

- WNT - WEERBORSTEL - l) tegen de vleug in staand haar; 2) (gewestelijk) ruziemaken, onhandelbaar persoon, weerbarstige jongen

 

wirgaoj

zelfstandig naamwoord ►wergaoj

weerga, drommel, bliksem

- Kees en Bart, krantenrubriek in Groot Tilburg, ca. 1935 - 'om de wirgoi nie'

- De meens vatte de zak en smrden um as de wirgaoi. (Naarus; pseudoniem van Bernard de Pont; in: Groot Tilburg 1941; CuBra)
En toen naam ik de beene as de wirgaoi. (Naarus; pseudoniem van Bernard de Pont; in: Groot Tilburg 1941; CuBra)

- Cees Robben - Haorinder de wirgaoj! [Ongedateerd knipsel]

- Frans Verbunt, Tilburgs vur tonpraoters, zeuvende perbeersel, 1996 - as de wiede wirgaoj - zo snel mogelijk

- Zegsman Hans Hessels; Uit het geheugen van Hans Hessels, 2022 - Wirgaoj Evenbeeld

- WNT - WEERGA - l) gelijke, evenbeeld; 5) in uitroepen, bastaardvloeken, verwenschingen ... 'als de weerga - in zeer hooge mate, verschrikkelijk

 

wirke

zelfstandig naamwoord, verkleinvorm van weer

- Henk van Rijen; Mn Tilbrgs Wordeboek, 1988 - weertje

 

wirlicht

zelfstandig naamwoord

weerlicht, wederlicht

- Kees en Bart, krantenrubriek in Groot Tilburg, ca. 1935 - as de wirlicht

- Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch dialect - 1899 - WEERLICHT zelfstandig naamwoord mannelijk en niet o. - bliksem; op 'ne(n) weerlicht - op eenen oogwenk.

- Jan Naaijkens, D's Biks (1992) - wirlicht zelfstandig naamwoord  - weerlicht, bliksem

 

wirskaante

bijwoordelijke uitdrukking, meestal met 'aan', aan beide kanten

►swirskaante

- On wirskaanten langs den weg sliepen zilveren berkebumkes, waortusschen verglde schietvaorens wel z hoog as 'n koei in volle berusting te droomen stonden. (Kubke Kladder; pseudoniem van Pierre van Beek; Nieuwe Tilburgsche Courant; Uit t klokhuis van Brabant 3; 23-10-1929)

- Lechim (pseudoniem van Michel van de Ven), De Tilburgse Koerier, 59 06 05 - Aon wirskaanten hing aon dn draod / Ons Wies d'r waas te blken.

- Interview Hermans - 1978 - n d is halfwg den Heuvel, dddis van de Veejmrtstraot tt n de Sporlaon toe, hdde midde op et plein, hdde wirskaante ene wg daor ge dur kost rije meej de koetsjes f die enen autoo han enen autoo. (transcriptie Hans Hessels, 2013)

► KLIK HIER om het interview te beluisteren

- Interview Van den Aker (1978), transcriptie door Hans Hessels (2014) - Mn vadder ha vruuger, die was timmerman, die ha zon str gemkt. Zon, zon, zon, zon dinge rond gemkt n dan zon spilleke derdeur n wirskaante en str, en str gemokt, zo van die hout mar, n dan hj ie onder de dinge zon, onder spilleke en touwke aon en agge dan trok dan begs die strre rond te draajen, h!

Klik hier om dit bestand te beluisteren

- Audioregistratie 1978 - Dan wrd hil die dinge durgesneeje, h, van die pote n die pees, h, n wirskaante. Der wrd en touw durgedaon, h, n die wrd zo n die sprte van die ladder f die leer gehange n dan wrd ie oope gesneeje! (- Interview met Heikanters - Transcriptie door Hans Hessels)

- et waar vur wirskaante beter om nie dwars te gaon ligge. (Lodewijk van den Bredevoort pseudoniem van Jo van Tilborg, Kosset den brne eigeluk wel trekken? Dl. 2, Tilburg 2007)

- Laoter, hil veul laoter, toen we zelf in de kln manne zaate, not iemand van de femilie van wirskaante nie, gezien of geheurd meej: Redde gullie et wel? (Lodewijk van den Bredevoort pseudoniem van Jo van Tilborg, Kosset den brne eigeluk wel trekken? Dl. 2, Tilburg 2007)

 

wiste

werkwoord, infinitief

wezen

- Zde wiste waandele? Ben je wezen wandelen?

- Kees en Bart, krantenrubriek in Groot Tilburg, ca. 1935 - Hdde wiste kke? - Ben je wezen kijken?

- Kees en Bart, krantenrubriek in Groot Tilburg, ca. 1935 - 'naor 't uitgepakt weest te kijken'

- Kees en Bart, krantenrubriek in Groot Tilburg, ca. 1935 - ''n Zondag was ik mee duiven weest-te lossen'

- Grot diktee van de Tilburgse taol 94 ik z wiste kke

- Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch dialect - 1899 - WEEST, WEESTEN, WEST, WESTEN, in 't N. der Kempen: WIST, WISTEN, verl. deelw. gebruikt voor 'geweest' als er een inf. op volgt.

J. H. Hoeufft, Proeve van Bredaasch Taal-eigen(1836) - WEESTEN, voor 'geweest', Hebt gij uit weesten wandelen? In Friesland 'weest' voor geweest; in Plat-Duitsch 'west'.

- C. Verhoeven, Herinneringen aan mijn moedertaal (1978) - WEESTE (wiste), ook wel 'wezen'; (weg)geweest om te: we zen wezen hooien; hij is wiste pisse.

- A.A. Weijnen; Onderzoek dialectgrenzen in Noord-Brabant (1937) - Krt.74 plaatst T in het gebied van 'wiste, wieste, weeste' .

 

wit

tegenwoordige tijd van weete
weet
- Cees Robben - En vur d ge t wit... is ie [de dag] tine (19561222)
- Cees Robben - Wie-wit-waor... (19571123)

- Cees Robben - ...Wittte gij waor degge kattespauwbrokke kunt kpe..? (19640424)
zelfstandig naamwoord
de kleur wit
- Cees Robben - [over een trouwerij:] Zosse in t wit zn... God-wit... (19800208)

► weete

 

wit

bijvoeglijk naamwoord

intiem, vriendschappelijk

Wst wir wit tusse hllie. - Wat kunnen ze weer goed met elkaar overweg.

gez.Pierre van Beek - Tis wit tt et stiltje toe. - Ze kunnen het zeer goed met elkaar vinden. (Tilburgse Taalplastiek 131)

Pierre van Beek - Meej die twee is et wit tt et puntje toe; z wit as pppestrnt

- Mandos - Brabantse Spreekwoorden - 2003 - hdde oew witweeke veur? (Pierre van Beek - Tilburgse Taalplastiek 197l) - vraag aan iemand die op een weekse dag met een witte boord voor de dag kwam.

- Mandos - Brabantse Spreekwoorden - 2003 - ds zo wit, daor kan ze wl p tffel poepe ('65) - het is dik aan

- Frans Verbunt, Tilburgs vur tonpraoters, zeuvende perbeersel, 1996 - wit as poppestront

- WBD - III.2.3:186 'witte mik' = wittebrood, ook 'wit mikje'

- Jan Naaijkens, D's Biks (1992) - wit bijvoeglijk naamwoord : w is 't toch wit tusse-n-ullie - dik aan

Leo Goemans - Leuvens taaleigen (1936) - WIT - wit, bijvoeglijk naamwoord : zoo - als nen doek; hij is wit met (bevriend)

- C. Verhoeven, Herinneringen aan mijn moedertaal (1978) - WIT bijvoeglijk naamwoord  - in de uitdr. "t is wit' - de onderlinge relatie is vriendschappelijk (zolang als het duurt).

- A.P. de Bont - Dialekt van Kempenland - 1958 e.v. -
wit, bijvoeglijk naamwoord  'wit': " t Is zeu wit a's poppestront" d.i. buitengewoon vriendschappelijk.

 

witkts

zelfstandig naamwoord

witharige persoon

- Stadsnieuws -   Dieje witkts van hiernffe zaat wir aachter de mdjes aon. (030607)

bahuvrihi (possessief-compositum)

 

witkp

zelfstandig naamwoord

- WBD - koe met witte kop; koe met witte vlek op het voorhoofd

- Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch dialect - 1899 - WITTEKOP zelfstandig naamwoord mannelijk - hoofd met wit, vlasblond haar.

 

Foto: WTT

 

witte

werkwoordsvorm; persoonsvorm van weete met voornaamwoord

weet je - 2e pers. enk. tegenwoordige tijd van 'weete', met vocaalkrimping en samensmelting met enclit. pronomen

► weete

- Cees Robben - ...d witte war.... (19540417)
- Cees Robben - Mar witte waor t blft... (19600311)
- Cees Robben - Dan witte gllie t wel. (19670428)
- Cees Robben - En witte w den lillukkerd toen zeej... (19671110)
- Cees Robben - Hoe witte gij d (19700501)
- Cees Robben - Wittet al... [?] (19800208)

- Cees Robben - ...Wittte gij waor degge kattespauwbrokke kunt kpe..? (19640424)

 

wittighd

zelfstandig naamwoord

witheid, vriendschap

Ze laag goed in de kaast bij ons mskes, men zusjes en men bruurs kosse ok goed meej der opschiete, d zo nie lang mir duure, die wittighd. (Lodewijk van den Bredevoort pseudoniem van Jo van Tilborg, Kosset den brne eigeluk wel trekken? Dl. 2, Tilburg 2007)

 

wo, won

verleden tijden van 'wille'

wou(den), wilde(n)

Verl. tijd van 'wille', sterke vervoeging

- Kees en Bart, krantenrubriek in Groot Tilburg, ca. 1935 - ''k wosse begosse (zie opmerking bij 'd' vw)

- Cees Robben - Hij w wel w... (19801017)

- Dialectenqute 1887 Willems - ik w d de pst enen brief brcht

- Dirk Boutkan & Maarten Gosling Kossmann, Het stadsdialekt van Tilburg, 1996 - 'gij wout'

Bosch wossebegosse (ik wossebegosse)

CiT (69) 'Kwtjoebeet' - ik zou willen dat hij jou beet

 

wchte

werkwoord, zwak

wachten

- wchte - wchtte - gewcht

- Dialectenqute 1887 Willems - waachte - waachtte - gewaacht

- Dialectenqute 1887 Willems - Mn mt zenge vur verraojers waachte. - Men moet zich wachten van verraders.

M waachte

- Cees Robben - Swels det ik efkes wochte moes (19590912)
- Cees Robben - k Kreeg de kiepekrs vant wochte... (19560714)
- Cees Robben - Ik weet w wochten is... (19670922)

- Theo de Wijs, schriftelijke mededeling aan Cees Robben, (Twee ouwe vrijsters kopen bij de boer 4 kippetjes maar willen er (voor de orde) ook 4 haantjes bij hebben. (de Boer:) D is nie nodig, 4 haontjes bij 4 kiepen (Een van de vrijsters:) J, mar wij weten w wochten is. (10-03-1967)

- Henk van Rijen; Mn Tilbrgs Wordeboek, 1988 - dk van oe haaw d witte, n wchte zak - WBD - III.4.4:200 'wachten' wachten, ook 'tokken'

- A.P. de Bont - Dialekt van Kempenland - 1958 e.v. -
zw.ww.tr. + intr. 'wochten' - wachten

- Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch dialect - 1899 - WOCHTEN - wachten (trans.+ intr.)

 

woekerij

zelfstandig naamwoord

woeker

- WBD - III.3.1:67 woekerij = woeker

 

woele

tussenw.

- WBD - woele woele woele woele roepwoorden voor de eend, waarnaast ook gangbaar zijn: 'poel poel poel', 'eend', 'ind' en 'ndvoogel'

 

woensdag

zelfstandig naamwoord

woensdag

- Kernkamp - Bezorging Dialectenqute 1879 - Wuunsdaag - woensdag

- Mandos - Brabantse Spreekwoorden - 2003 - woensdag vur de wt, donderdag vur et bd (Kn'50) - men moest eerst burgerlijk gehuwd zijn, voordat het kerkelijk kon

 

wogget

werkwoordsvorm; persoonsvorm + vn/ lw

wilde het (uitsl. na gij/ge, gullie)

Ge wgget irst himml nie .

Hij wgget bekaant nie gelve.

- 2e pers. 'w' + vn. of lw. 'et'

- Jan Naaijkens - Ds Biks (1992) - 'wgget', ww - wou het, wilde het

 

wkte

werkwoord, persoonsvorm

waakt(e)

- tegenwoordige tijd sing., resp. verleden tijd van waoke, met vocaalkrimping

 

wol

zelfstandig naamwoord

wol; ook het meervoud 'wolle' is gehoord:

- Interview Hermans - 1978 - De fijnste wolle die koome t de Mienejoo schaap t Frankrijk n Itaalieje. (transcriptie Hans Hessels, 2013)

► KLIK HIER om het interview te beluisteren

- A.J.A.C. van Delft - "Hij is in de wol geverfd" zegt men, evenals: "Er vat niks op", van iemand die zich nergens aan stoort en z'n gang gaat. (Nwe. Tilb. Courant; Van Vroeger Dagen afl. 117; 5 juni 1929)

- WBD - wl - haar (in de leerindustrie) II 609

- WBD - wl - blootwol, wol van de huid van geslachte schapen, II 609

- WBD - wlle stf (II:894) - wollen stof

- WBD - wlle stuk (II:894) - wollen stuk

wolle flenl
- Henk van Rijswijk  - Wollen flanel: luxe wollen kamgaren stof met een kort door licht ruwen en licht vollen verkregen viltdek. Geweven in plat- of gelijkzijdige keperbinding geweven. De stof is kwetsbaar. Het verdient aanbeveling om een flanel kostuum na een dag dragen enkele dagen vrij te laten hangen. Afhankelijk van het dessin ook wel krijtstreep genoemd.


(Herinneringen aan zijn opleiding aan de Hogere Textielschool - 1 september 1950 tot en met juli 1954), ►http://www.cubra.nl/auteurs/henkvanrijswijk/textielschool.htm


wolle stf

- WBD - II.4. p. 894 J.T. Bonthond, Woordenboek voor de manufacturier (1947) zegt bij wol of haar": Dierlijke spinvezel, afkomstig van de huidbedekking van schapen (wol), koeien, geiten, kameelen enz. (haar). De haren groeien vanuit z.g.n. haarzakken en klitten aan elkaar door een afscheidingsprodukt der talkkliertjes (wolvet). De vezel bestaat uit drie lagen, die om elkaar liggen: a. opperhuidschubben; b. leerhuid en c. merg. De opperhuidschubben liggen dakpanvormig over elkaar en maken de wol verviltbaar (zie vollen). Wolvezels zijn fijner en meer gekroesd dan haren. Lange vezels (tops) leveren kamgarens (worsted). Korte vezels (nous) leveren kaardgarens (woollens). Vezellengte van tops: 170-500 mm; van noils: 36-250 mm.
het type wollen stof; wlle stf, K 183 (= Tilburg)

 

Wllek

zelfstandig naamwoord, topomiem

Waalwijk

- Mee de tram konde nor Wolluk Uit: Unnen droom, Ad van den Boom, circa 2005.

- Mandos - Brabantse Spreekwoorden - 2003 - wie in Wollek frtn wil maoke, die moet wakker zn ('42) - wie in Wllek frtn wil maoke, die moet dapper zn (74)

 

wllie

persoonlijk voornaamwoord

wij, wijlieden

- Interview met de heer De Kok (1978) En tn han wllie n die moete dan netuurlek omspitte! (transcriptie Hans Hessels 2014; KLIK HIER om de audiobestanden van dit interview te beluisteren )

- WTT 2012: de uitspraak van deze oude vorm van 'wij' is tot nu toe niet duidelijk.

In de gedrukte bronnen overheerst ►'wuillie'

 

wont, wonde

werkwoord, persoonsvorm

woont

- Cees Robben - de vrouw waor ge meej saomewnt

- Cees Robben - In mn buurt wnt m de aanderste deur en vrouw ...

- Henk van Rijen; Mn Tilbrgs Wordeboek, 1988 - wont ie wd? - woont hij ver weg?

- tegenwoordige tijd sing., resp. verleden tijd van 'woone', met vocaalkrimping

 

wog

werkwoord, persoonsvorm

- Henk van Rijen; Mn Tilbrgs Wordeboek, 1988 - woog

 

woojke

zelfstandig naamwoord, verkleinwoord

- WBD - 'woojke', 'wjke', 'schaopke', 'ha jnge', 'ha mnneke' vleiwoorden voor het schaap

- WNT - WOET (I), woete, woetje, wool, wooitje, wootje, wotje - lokroep voor het zwijn, de geit, het schaap

- A.P. de Bont - Dialekt van Kempenland - 1958 e.v. - tussenw. - roep tot een kudde schapen

 

woone

werkwoord, zwak

wonen

D daor ng meense woone! - Dat daar nog mensen wonen!

- Dirk Boutkan & Maarten Gosling Kossmann, Het stadsdialekt van Tilburg, 1996 - (blz. 23) 'wone'

- woone - wnde - gewnd, met vocaalkrimping; ook in tegenwoordige tijd vooaalkrimping: gij/hij wnt

 

wr, waor

bijwoord

- Henk van Rijen; Mn Tilbrgs Wordeboek, 1988 - waar

Bosch wor - nietwaar (ook: war)

 

wraaf

bijwoord

waaraf, waarvandaan

- Theo de Wijs, schriftelijke mededeling aan Cees Robben, Ik z sterk veur veurlichting, dan weten ze tenminste weraaf en weraon (23-02-1972)

- Informant Toine Raaijmakers - weete wrn n wraaf - weten waaraf en waaraan (waar men aan toe is)

 

wraon, wrn

bijwoord

waaraan en waaraf; hoe of wat; hoe het precies zit
- Cees Robben - Zeg naa gaa worraon of worraaf... (19670603)

 

wrdewil

zelfstandig naamwoord

losbandige, onstuimige (?)

Pierre van Beek - wddewil (wrdewil?) - iemand die niet weet wat hij wil

- WBD - III.1.4:219 'waardewil' = wispelturig persoon

- C. Verhoeven, Herinneringen aan mijn moedertaal (1978) - WORDEWIL mannelijk - iemand die niet weet wat hij wil (Udenhout; blz.58, Verhoeven) Samenstelling met 'worden'

- A.P. de Bont - Dialekt van Kempenland - 1958 e.v. -
znw. mannelijk 'wordewil' - 1) persoon die kan worden wat hij wil 2) het begin van een zaak of voorwerp waaruit nog alles groeien kan.

- WNT - (XXVI:2190) WORDEWIL (Kempen) - iemand die kan worden, wat hij wil

 

wrge

werkwoord, zwak

wurgen, worgen

wrge - wrgde - gewrgd

- Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch dialect - 1899 - WRGEN (uitspr. wrregen) - kroppen in de keel, wringen, sprekend van spijzen: die patatten wrgen danig in de kl.

 

wrm

zelfstandig naamwoord

worm

De wrm zit erin - (het fruit) is door wormen aangetast

- Kernkamp - Bezorging Dialectenqute 1879 - wurm (met 'doffe u', vgl. mulder en putje = potje)

al hai nog not en pierwrmke/ n enen haok gedaon. (Lechim; pseudoniem van Michel van de Ven; ongedateerd knipsel 1960-1980; uit: Onder waoter...)

- WBD - 'wrrem' - worm- of horzelgat in een huid (II 585)

- Frans Verbunt, Tilburgs vur tonpraoters, zeuvende perbeersel, 1996 - et wasser zo stil dgge de wrme in de grond kost heure niese

- A.P. de Bont - Dialekt van Kempenland - 1958 e.v. -
wrem, zelfstandig naamwoord mannelijk 'wurm' l) worm (vermis); 2) balk langs het dak van een huis, waarop de spanten worden bevestigd.

- Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch dialect - 1899 - WRM zelfstandig naamwoord mannelijk - worm, Frans ver

 

wrmsteek

zelfstandig naamwoord

aantasting door wormen; maajsteek, verwrmd

- WBD - III.2.3:161 'wormstekig', 'wormstekerig' = wormstekig; ook 'verwormd', 'er zit worm in', 'een wormsteek hebben', 'wormsteek (zijn

 

wrom

bijwoord

waarom

Wrm hddet nie tnemekaare gezeej? - Waarom had je het niet meteen gezegd?

- Kees en Bart, krantenrubriek in Groot Tilburg, ca. 1935 - ... wrm d wij ...

- Cees Robben - Wrrom zum daor hn neergezet (19590912)
- Cees Robben - Wrrom haauwde gij oew glas toch aaltij vaast... (19721027)

- Henk van Rijen; Mn Tilbrgs Wordeboek, 1988 - 'wrum'

- Frans Verbunt, Tilburgs vur tonpraoters, zeuvende perbeersel, 1996 - wrom, drom, omd ene wrm ginne pier is, drom

- Jan Naaijkens, D's Biks (1992) - wrrem - waarom

 

wrn, wraon

bijwoord

waaraan

- Informant Toine Raaijmakers - weete wrn n wraaf - weten waaraf en waaraan (waar men aan toe is)

 

wrpspoel

zelfstandig naamwoord

worpspoel

- WBD - wrpspoel (II:1034) worpspoel: handspoel, weefspoel die met de hand geworpen wordt; ook: worpspoel of spoel

 

wrre

werkwoord, sterk

worden

- Dirk Boutkan & Maarten Gosling Kossmann, Het stadsdialekt van Tilburg, 1996 - wrre - wier gewrre; (B: wrre - wrde - gewrre)

- Praesens: ik wr - gij/hij wrdt; imp.: wr

- 'wier' met lange ie

- Cees Robben - Die worren daor bewaord. (19600826)

- A.A. Weijnen; Onderzoek dialectgrenzen in Noord-Brabant (1937) - Krt. 69 geeft 'wier' als verleden tijd in T, doch even oostelijk of zuidelijk: 'w?rde'. [sic]

- A.P. de Bont - Dialekt van Kempenland - 1958 e.v. - ww. (met gemengde vervoeging; verl. tijd. 'wordde', bij n persoon steeds 'wier'; verl. deelw.' geworre(n)) intr. 'worren' - worden

- Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch dialect - 1899 - WRREN wordt gebruikt in den zin van 'gaan' of om eene daad uit te drukken, die staat te beginnen: Ik geloof dat 'et zal wrren sneeuwen.

 

- Cees Robben - Prent van de week - 18-03-1983

wrred, wrrend

zelfstandig naamwoord

waarheid

- Henk van Rijen; Mn Tilbrgs Wordeboek, 1988 - 'wrret, wrrent, wrht, wrhj

CM wrrend

- Kees en Bart, krantenrubriek in Groot Tilburg, ca. 1935 - waorhei

Ak oe naa de volle worrent mot zegge... (Naarus; pseudoniem van Bernard de Pont; in: Groot Tilburg 1941; CuBra)

worrend is 'n gevaorlijk iets!  (...)

want de worrend maokt iedereen kwaod! (Piet Heerkens; uit: De Kinkenduut, De Worrend, 1941)

- Mandos - Brabantse Spreekwoorden - 2003 - wie de wrrend sprikt, moet et hs t ('50), resp. ..., moetdert. - Men dient de mensen naar de mond te praten

- C. Verhoeven; Herinneringen aan mijn moedertaal (1978) - WARENT (worrunt) v - waarheid (zie blz. 42)

- Van Dale - WARENTIG bw + tw Verzw. voor waarachtig.

- A. Weijnen, Etymologisch dialectwoordenboek (1995) - worrend - waarheid (Meierij)

 

wrschouwe

werkwoord, zwak

waarschuwen

- wrschouwe - wrschouwde - gewrschouwd

- Kees en Bart, krantenrubriek in Groot Tilburg, ca. 1935 - wrschouwe; waorschouwe

Hij zal oe nog veul liever tien keer worschouwen dan oe eene keer opschrijve. (Kubke Kladder; pseudoniem van Pierre van Beek; Nieuwe Tilburgsche Courant; Uit t klokhuis van Brabant 4; 2-11-1929)

- Kernkamp - Bezorging Dialectenqute 1879 - waorschouwe

- Henk van Rijen; Mn Tilbrgs Wordeboek, 1988 - 'wrschaawe'

Ze han me gewaorschouwd, hij kan hillemaol nie teege zen verlies (Lodewijk van den Bredevoort pseudoniem van Jo van Tilborg, Kosset den brne eigeluk wel trekken? Dl. 2, Tilburg 2007)

- WBD - III.3.1:276 'het waarschuwen', 'waarschuwing = waarschuwing

- A.P. de Bont - Dialekt van Kempenland - 1958 e.v. - zw.ww.tr. 'waarschaauwen', 'waarschouwen - waarschuwen

- Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch dialect - 1899 - WAARSCHOUWEN - waarschuwen

- WNT - WAARSCHUWEN, waarschouwen

 

wrsje

zelfstandig naamwoord, verkleinwoord

worstje

- Dirk Boutkan & Maarten Gosling Kossmann, Het stadsdialekt van Tilburg, 1996 - (blz. 28) uit het cluster stj wordt de t (van 'wrst') verzwegen.

 

Schilderij van Frans van Mieris de jongere: 'Het aanbod van de vrijer' (1762)

 

wrst

zelfstandig naamwoord

worst

Tekening: - Cees Robben - uit 3 jaar voetbal concentratie van A.P.M. van de Ven jr., 1946

 

Ik h verleje week wir de toer mee den mllukwaogen gehad en ik kan oe vertellen d 't 's mergens om half zeuven nie meevalt. Eenen mrgen h'k 't getroffen: 'n Zaoterdag. Toen was 't weer as worst mar nie z vet, glk wij d zeggen. (Kubke Kladder; pseudoniem van Pierre van Beek; Nieuwe Tilburgsche Courant; Uit t klokhuis van Brabant 7; 30-11-1929)

- Mandos - Brabantse Spreekwoorden - 2003 - Et krt al, zit mnneke, n et bet van zene wrst ('69)

- Mandos - Brabantse Spreekwoorden - 2003 - Et krt al, zi den Brk, n hij bet van zene wrst ('69) - Reacties op een aansporing om op te schieten.

- Mandos - Brabantse Spreekwoorden - 2003 - in wrsten n weedevrouwe witte nie wsse indouwe (Kn'50) - pas op voor een huwelijk met een weduwe

As ge vur un bepaold fist, goei weer moest hebben, koste d krge
as ge hullie, die nonnen, enne worst beloofde. Die wier die nonnen nie
beloofd mar de Heilige Clara, aon wie de nonnen de naom clarissen te
danken han. W moes enne heilige naa meej enne worst doen. Ze zeeje der nie bij w vur worst et dan moes zn, want daor zn me toch veul sorte worst hk bij de slager wel ens gezien. (Lodewijk van den Bredevoort pseudoniem van Jo van Tilborg, Kosset den brne eigeluk wel trekken? Dl. 1, Tilburg 2006)

- WBD - III.2.3:56 'worst', 'metworst', 'verse worst' = worst van gehakt vlees ook 'droge worst', varkensworst'

 

wrstebrod, wrstebrojke

zelfstandig naamwoord

 

Tilburgsche Courant 25-2-1906

 

- Kubke Kladder - Netuurlijk hebben we daor bij k op tijd gegeten. Er waren tien worstenbrooikes de man gereserveerd mar omd 't vrouwvolk er mistal zveul nie lustte, zaag den braawer kaans er wel 'n stuk of vijftien te verdouwen. (uit: 'Uit 't Klokhuis van Brabant, Nieuwe Tilburgsche Courant 22-2-1930)

Lechim - 'k Zaat in 'n kaffetaaria/ List op ons Sjaan te wochte/ En zaag 'n vrouw en unne meens/ Die worstebrooikes kochte. (ps. v. Michel van de Ven; ongedateerd knipsel 1960-1980; uit: 'Gelk hasse')

Willy van Rooy - En veur 't geld aon drukwerk besteed kosse ze al veul worstebrooikes en segaren kopen. (uit: 'Veur 'n goei doel', in Schn en lilluk, 1983)

- Piet van Beers; van Hrderkes, Kooninge/ n aander schon wskes
n eete van taart,/ worstebrod en saucskes/ dan is er vur ons/ de krsmis pas goed/ n wort k t nuujaor/ vol vreugde begroet. (uit: 'Krst en Nuujaor', www.cubra, ca. 2005)
Lodewijk van den Bredevoort - As ze t waar, die naachtmis, liepen wij kleumend, stoken deje ze nie in de kerk, meej zen allemolle wir op hs aon. Et waar nog stikkedonker en koud, et ha nie gesneuwd, we waren blij d we in un wrm hs kwamen. Ons moeder zette thee en we aten un paor worstebrooikes, die onze vadder zelf gebakken ha, saome meej un snee krintemik, die k al deur de haande van onze vadder via de keukentoffel en meej den oven tot stand waar gebrocht.
(ps. v. Jo van Tilborg, Kosset den brne eigeluk wel trekken? Dl. 1, Tilburg 2006)

Ed Schilders - Mar dan. Nao de naachtmis. Dan begon et fist. Dan hamme wrstebrojkes. (W zeetie?; Website Brabants Dagblad Tilburg Plus; 2009)

- Henk van Rijen; Mn Tilbrgs Wordeboek, 1988 - worstebroodje

Jan Naaijkens - Ons moeder ha honderd worstebrooikes gebakke en binne 't ketier ware ze kuis op. (D's Biks, 1992)

- WBD - III, 2.3 lemma worstenbrood: saucissenbrood, uitsluitend opgetekend voor Tilburg en Tervuren.

- WTT 2012 - het bekendste adres voor worstenbrood in Tilburg was de bakkerij (vroeger annex lunchroom) van Marijnen in de Stationstraat. De zaak stond bekend onder de naam 'Ze Zijn Er', waarmee erop gewezen wilde zijn dat er altijd verse aanvoer was.

 

Advertentie, 1922

 

De schrijver Nescio noteerde een bezoek aan Ze Zijn Er in zijn 'Natuurdagboek': 26 April [1954] Maandag. Met Zus met den trein van 1/2 10 naar Tilburg. Eerst op het terras van de stationsrestauratie kopjes koffie gedronken om op de bus naar Hilverbeek [sic] te wachten (eerst even de stationsstraat op en neer gezanikt, om amandelbroodjes en tabak...) (Verzameld werk deel 2 Natuurdagboek 1946-1955 - Bezorgd door Lieneke Frerichs 1996)

 

Links, met het uithangbord 'Konings Gist', de bakkerij van Marijnen circa 1915. In de achtergrond het station zoals Nescio dat nog gezien heeft. De naam Ze Zijn Er ontbreekt nog op de gevel. Foto: Regionaal Archief Tilburg

 

Ze Zijn Er - Het pand is tegenwoordig een belwinkel; de naam op de eerste verdieping wordt in stand gehouden. (Foto WTT)

 

Charlotte Mutsaers - Mijn vader kwam uit Tilburg en daar aten ze die [worstenbroodjes] rond Nieuwjaar (evenals de Nieuwjaarskoeken). Zijn leven lang heeft hij in die tijd een doos vol worstenbroden uit Tilburg laten komen ('ze zijn er' heetten die van Marijnen). (Facebook, januari 2013)

►Nuujaorskoek van Ze Zijn Er

Pierre van Beek -  De heer Woestenbergh was o.a. jaren lang voorzitter van de afdeling Tilburg van de Kon. Ned. Maatschappij voor Land- en
Tuinbouw, die weleer haar jaarvergaderingen placht te besluiten met het eten van worstebrood. Ook goed Tilburgs gebruik!... (Tilburgse Taalplastiek 34, Nieuwsblad van het Zuiden, 10-4-1964)

► Woestenbergh - zie ook tebak
 

wrtel, wrteltje

zelfstandig naamwoord

wortel

- Miep Mandos-v.d.Pol; Aantekeningen Brabantse spreekwoorden - Et was er wir van Jan Schrap me de wrtel ('t was er weer van alle kanten mis)

- Theo de Wijs, schriftelijke mededeling aan Cees Robben - (n laat getrouwde juffrouw is ondanks alles (of dankzij) in verwachting geraakt) J, j, nen auwen struik wil nog wel groeien, asser w sap aon zunnen wortel komt! (15-06-1963)

- Mandos - Brabantse Spreekwoorden - 2003 - et is goed m wrtelzaod te zaaje (Pierre van Beek - Tilburgse Taalplastiek 1965) - gezegd bij plotselinge stilte in een gezelschap

- WBD - III.4.3:106 wrtel - dennenwortel; ook genoemd: stronk, stomp, pst, pin

- WBD - III.4.3:55 wrtel - hoofdwortel, ook genoemd (pin)wortel, (pn)wortel

- WBD - III.4.3:402 spkwrtel - smeerwortel (Symphytum officinale), ook genoemd: smrwrtel

- A.P. de Bont - Dialekt van Kempenland - 1958 e.v. - zelfstandig naamwoord vrouwelijk  'wortel' - 1) wortel (radix); 2) peen.

 

wrtelzoad

zelfstandig naamwoord

wortelzaad

- A.J.A.C. van Delft - "'t Is nou goed om wortelzaad te zaaien." "'t Is stil als 't niet waait." Dit is: Allen zwijgen stil, er wordt niet gesproken. (Nwe. Tilb. Courant; Van Vroeger Dagen afl. 109; 13 april 1929)

 

wrtpomp

zelfstandig naamwoord

- WBD - bierpomp (pomp die, als dat niet gebeurt door hoogteverschil, in een brouwerij gebruikt wordt om de gekookte wort naar de koelbakken te voeren)

- WNT - WORT - afkooksel of aftreksel van mout

 

wrvel

zelfstandig naamwoord

wervel, draaibaar houtje als sluitmiddel

- A.P. de Bont - Dialekt van Kempenland - 1958 e.v. -
znw.m. 'wurvel' - wervel

- Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch dialect - 1899 - WRETSEL znw.v. - houten draaiwerveltje Hees wurfel (VII:28)

- WNT - WERVEL, wa(a)rvel, wi(e)rvel, worvel, wurvel, welver, wilver, wulver - eenvoudig sluit- of klemmiddel voor deuren e.d.

 

wsseg, waozeg

bijvoeglijk naamwoord

mistig

- afleiding van 'wssem'

 

wssem

zelfstandig naamwoord

wasem, mist

- Cees Robben - Vur de wossum aon de zulder is heetjemop... (19711217) [Zeer snel eten, schrokken; het voedsel opgegeten hebben voordat het de kans heeft af te koelen]

Ik zie ng hoe ons moeder smaondags/ stond te zwete n de tl/ toe de rand toe vol meej sip-sop/ meej de wossem in der kl... (Lechim; pseudoniem van Michel van de Ven; ongedateerd knipsel 1960-1980; uit: N DE WAAS)

 

 

Lechim - Gedicht van de week uit de Tilburgse Koerier (1957-1982

 

- Henk van Rijen; Mn Tilbrgs Wordeboek, 1988 - ik kos em nie zien van de wssem

- WBD - III.4.4:58 'wasem' = mist; ook 'waas', 'mot', 'smook'

 

Uit het weekblad Groot Tilburg, dat tussen 1939 en 1946 verscheen. De tekening van Frans Mandos van een professor voor een schoolbord dateert uit 1939 en was het vaste kader van de rubriek 'Cursus in Tilburgs'. Lezers konden korte Tilburgse zinnetjes insturen, die op het schoolbord werden afgedrukt.

 

wsseme

werkwoord, zwak

wasemen

wsseme wssemde - gewssemd

- Cees Robben - Prent van de week 12-10-1979 Op de goot stao enkelt de waas te wosseme...

 

wot

werkwoord, persoonsvorm

wilde, verleden tijd 2e persoon van wille

- Grot diktee van de Tilburgse taol 07 As ge vruuger nie wot

- Cees Robben - Och... ik wt de mne was... (19580719)

 

wou

persoonsvorm

wou, wilde

verleden tijd van 'wille', naast 'w

ik/hij wou(w), gij wout, wij wouwe

 

wous

bijvoeglijk naamwoord  / zelfstandig naamwoord

gek

- Theo de Wijs, schriftelijke mededeling aan Cees Robben, (gehoord bij de kapper:) hllie pa is wouws, hllie moe is appetjoek en, d kunde wel naogaon, zellef is ie habbetjap (16-01-1975)

- Cees Robben - Hullieje pa is unne wous.. hullie moeder unne abbetjoek.. en zelf is t k mar unne drie-kwart... Vur de rest gaoget wel. (19840330)

- Henk van Rijen; Mn Tilbrgs Wordeboek, 1988 - 'waaws'

- Van Dale - WOUS - gek (slang)

Bosch waus scheldwoord: gek

 

wout

zelfstandig naamwoord

politieagent (van Got. waldan)

- A.J.A.C. van Delft - "Pas op, daar komt 'n 'wout' aan." (Korvelsch Hoekje) Dit is: Een agent. (Nwe. Tilb. Courant; Van Vroeger Dagen afl. 108; 6 april 1929)

- Pierre van Beek Een politieagent hoort zich wel men de naam van "Wout" betitelen (Tilburgse taalplastiek 15 Nieuwe Tilburgse Courant maandag 5 juni 1950)

- Henk van Rijen; Mn Tilbrgs Wordeboek, 1988 - 'waawt'

- De tffels vloge dur de raome nr bte. Net zolang ttd de woute kwaame.  (Uit: F. van der Meer, Ferry van de Zaande, verhalen van een echte Tilburger, 2010.)

- Mar naa ha dieje meens dus de woute gebeld meej de tillefoon.  (Uit: F. van der Meer, Ferry van de Zaande, verhalen van een echte Tilburger, 2010.)

- WBD - III.3.1:345 'wout' = politieagent; 346 wout = rijksveldwachter

- Bosch wout - politieagent

- WNT - WOUT - 2) politieagent, diender

 

woutekiet

zelfstandig naamwoord

- Frans Verbunt, Tilburgs vur tonpraoters, zeuvende perbeersel, 1996 - politiebureau

Bosch woutekiet - politiebureau

- WNT - WOUTEKIT - politiebureau (ook: boutekit)

 

wouw (Wouw)

plaatsnaam en pv. (verl. tijd van wille)

- Pierre van Beek - "Wouw ligt een uur achter Roosendaal", als antwoord op 't gezegde: "Ik wou..." (Nwe. Tilb. Courant; Tilburgse Typen afl. XIII; 28 maart 1958).

 

woutewaoge

zelfstandig naamwoord

politiewagen

- Ge moet d allenig nie bij ene woutewaoge doen.  (Uit: F. van der Meer, Ferry van de Zaande, verhalen van een echte Tilburger, 2010.)

 

wouwer

zelfstandig naamwoord

vijver, visvijver

- Kees en Bart, krantenrubriek in Groot Tilburg, ca. 1935 - 'd-t-ie in den wouwer bij de Trappisten terechtkwam'

- N. Daamen, Handschrift Tilburgs dialect 1916 - "wouwer - gracht rondom een huis, kasteel e.d."

- Henk van Rijen; Mn Tilbrgs Wordeboek, 1988 - 'waawer'

- WBD - III.4.4:178 'wouwer' = vijver; 183 'wouwer = sloot

- WNT - WOUWER = vijver

- A. Weijnen, Etymologisch dialectwoordenboek (1995) - wijer, wr, wouwer - vijver

- Jan Naaijkens, D's Biks (1992) - wouwer zelfstandig naamwoord  - waterloop

Mnl Wdb WOUWER, WUWER, vijver, vischvijver, oude ontleening aan lat. 'vivarium'. Reeds bij Kiliaan en Plantijn.

K. Heeroma - Brabants uit de 18e eeuw (woordenlijsten Verster,1968) - WOUWER: Ik weet niet dat dit woord voor Vijver gebruikt word, maar er zijn nog velden die Wouwers heten, omdat daar voorheen vijvers geweest zijn.

- Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch dialect - 1899 - WOUWER zelfstandig naamwoord mannelijk - vijver

 

wref

zelfstandig naamwoord

wreef

- Theo de Wijs, schriftelijke mededeling aan Cees Robben, (gehoord over n pijnlijke voet: ) t gao nie goed mee de wrf van munne voet (09-04-1973)

 

wuillie

persoonlijk voornaamwoord

eerste persoon meervoud: wij

wij; wijlieden

Vergelijk 'gullie' = gijlieden; 'ullie' = 'u-lieden'

O, d doen wuilie noot nie baos. (Naarus; pseudoniem van Bernard de Pont; in: Groot Tilburg 1941; CuBra) (Naarus; pseudoniem van Bernard de Pont; in: Groot Tilburg 1941; CuBra)
Daor waor wuili wonden was t nie onplesaant... (Naarus; pseudoniem van Bernard de Pont; in: Groot Tilburg 1941; CuBra)
Naa zn die Bossenaerkes wel in bietje lawaaieriger as wuilie en ze praoten w grutsiger... (Naarus; pseudoniem van Bernard de Pont; in: Groot Tilburg 1941; CuBra)
 

wulkske

verkleinwoord van wolk - wolkje

Laot me stijgen, laot me vliegen

en op witte wulkskes wiegen... (Piet Heerkens; Laot me..., gepubliceerd in De Zaaier, bijlage van de Nieuwe Tilburgsche Courant, 1941)

 

wuuje

werkwoord, zwak

woeden (?)

- N. Daamen, Handschrift Tilburgs dialect 1916 - "ze wuujen er op (ze zijn er razend op, d.w.z. graag hebben)"

 

wuule

werkwoord, zwak

woelen

- WBD - III.1.2:74 'woelen' = wroeten

- WBD - III.1.4:218 'woelig' = onstuimig

- Dialectenqute 1887 Willems - wuule - wuulde - gewuuld

korte uu

- A.P. de Bont - Dialekt van Kempenland - 1958 e.v. - zwak werkwoord intransitief  'wulen' - woelen

- Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch dialect - 1899 - WULEN - woelen, Hgd. whlen

 

wuunder

zelfstandig naamwoord

- WBD - mannelijke eend, ook genoemd 'woerd' of 'nd'

- korte uu

- A.A. Weijnen; Onderzoek dialectgrenzen in Noord-Brabant (1937) - wuunder: T (ged.) blz. 167

- A.P. de Bont - Dialekt van Kempenland - 1958 e.v. - winder, resp. wnder, zelfstandig naamwoord mannelijk 'wiender' resp. 'wunder' - woerd, manlijke eend.

MNW - WENDER (II) - Woordsoort: znw(m.) Varianten: winder
Modern lemma: wender. Mannelijke eend, woerd. Kil. wender, winder j. endtrick, anas mas. Vgl. Moortje, 664 en Antw. Idiot. 1433: wendel, wender; Schuermans, 855: wender, wenderik, waard, woerd; Hoeufft, 688: winter.

 

wuust

bijwoord, bijvoeglijk naamwoord

- Henk van Rijen; Mn Tilbrgs Wordeboek, 1988 - woest

- Jan Naaijkens, D's Biks (1992) - wuust bijvoeglijk naamwoord  - woest

 

wuw, wuwke, weuw

zelfstandig naamwoord

weduwe

- Dialectenqute 1887 Willems - weuw

- Lechim (pseudoniem van Michel van de Ven), De Tilburgse Koerier, 79 01 11 - 'n Zondag kwaam 'nen aauwe buur / naor 's moeder - ds n weuw...

- Karel de Beer, Tilburgs bijnamenboek - 2000 - weuwke Paaj = weduwe Paaijmans (blz.59)

- WBD - III.2.2:55 'weeuw' = weduwe

►weedevrouw


Naar het begin van de pagina

Inhoud Woordenboek Tilburgse Taal
CuBra Home