INHOUD AANVULLINGEN
INHOUD W T T
CUBRA HOME

PRINT DEZE PAGINA

 

Het Woordenboek van de Tilburgse Taal wordt mede mogelijk gemaakt door

AANVULLINGEN 24 maart 2011

Aanvullingen, verzameld door Wil Sterenborg in 2009 en 2010.

Het betreft onder andere: Bewijsplaatsen uit een dialectrubriek in SN = Stadsnieuws; opmerkingen van D. Boutkan (Btk) over klankleer; de twee recentste 'prentebuukskes' van Cees Robben (CR09 & CR10).

aachteraaf

CR10 (blz. 9) 'mar aachteraaf'

aachtkaanteg

SN Ds naa cht enen aachkaantegen boer. (200909)

aaf

Btk (blz. 41-42) afblve - blft er aaf!

aboepartaon

SN Toen we siedereklaosliekes zaate te zinge, wier der aboepertaant gestrojd. (130909)

abuus + achste

rangtelwoord achtste Btk (blz. 28) uit cluster chtst wordt de t verzwegen

affeseere

SN Alleej, affeseert es w - Kom, schiet eens een beetje op (030210)

afgang

SN Ds goed vur den afgang, zi de pestoor, n hij dronk et liste t de wnfls. - Dat is goed voor de stoelgang, zei de pastoor, en hij dronk het laatste .. (2006l0)

afgaon

CR 9 (blz. 11) ge zult gin zaand mir afgaon

afgenaojeg

De lone zn der ok afgenaojeg leg - ... verschrikkelijk laag (SN 180109)

alderhllege

(kop 'heil' aanpassen) CR10 (blz. 73) 'alderhllege'

alle mreges

hierna invoegen allerhaande (zie alderhaande)

allerhaande

allerhaande

bn.

allerhande, allerlei

FVb allerhaande sorte goed gesorteerd

avvenant

TOEVOEGEN na avvenant:

avvendaans

zn.

overvloed

zie abbendaans

FVb bij het rikken: dertien slagen

- via Fr. abondance uit Latijn abundantia

ben

Btk (blz. 36) meervoud: bene

brge

moet worden: b r e g e

bte

Btk (blz. 40) verl. tijd bet, maar: bitte gij?

behmd

CR10 (blz. 55) 'hij deej nogal behmst' WNT II:1491 BEHEMSTIG (thans onbekend) geheim, op eene geheimzinnige wijze

bngske

CR10 (blz. 21) 'op z'n benkske in de zon'

beschandeliezeere

SN We mogen op zondag not bte speule om onze kleere nie te beschandeliezeere (080409)

beschiete

SN Schaajt er mar meej t, d beschiet er tch nie mir aon - hou er maar mee op, dat helpt toch niet meer (310107 + 120510)

bge

Btk (blz. 40) in verl. tijd variatie: bogde / bogde

bk

CR 9 (blz. 47) 'buiten-buiks te veul eete'

bzerd

bzerd

zn.

buizerd

bep. roof vogel, (Buteo)

Btk (blz. 28) door de meervouds-s ontstaat het cluster rts, waaruit de t verzwegen wordt.

biediefke

SN Biediefkes ziede swnters aatij in prkes dur den hf btele. (210210) Koolmezen zie je 's winters altijd paarsgewijs door de tuin buitelen.

bikkesemnt

= etenswaar SN Ons moeder hlde vrddags op de mrt vur hil de week et bikkesemnt. (091209)

billewaoge

SN As oewen baand kept is, kunde vort meej de billewaoge - .. te voet verder (240210)

bist(e)

na bist(e)

biste

ww., zw.

de beest uithangen, zich liederlijk gedragen

-- biste, bistte, gebist

bistje

Btk (blz. 28) uit het cluster stj wordt de t verzwegen.

blad

zn.

blad Btk (blz. 36) meervoud: blaojer

blauwe

SN Ge wit wl, diejen blauwe van hiernffe - die roodharige buurjongen (l10410)

bleke

CR10 (blz. 45) "t ongeblekte gao terzijje'

blnd

Btk (blz. 27) in de superlatief wordt de d niet uitgesproken: blnst

blut

Verster Bluts zijn - niets meer hebben. Deze betekenis van ledigheid vindt men in het woord 'blutten' bij Kil. en Plant., homo stolidus, inanis

bkpnt

CR 9 (blz. 47) 'buikpent menneke?'

bokstaopele

SN As ge d zo nie begrpt, zakket oe wl es aanders bokstaopele (120809) ... op andere wijze aan het verstand brengen. Etym. verwant met 'boekstaven'

bontje

CR10 'n bontje' (blz. 9)

boogerd

SN De knder spulde bij den boer in den boogerd bumkeverwissele. (050409)

brandappel + branbaor

branbaor bn. brandbaar Btk (blz. 27) uit cluster ntb wordt de t verzwegen

bridst

Btk (blz. 50) naast 'bredst'

broelie

SN Toen ze fkes der kont gekeerd ha, han de knder enen hop broelie gemkt. (070210) - Toen ze eventjes niet opgelet had, hadden de kinderen een hoop rommel gemaakt.

bruur

Btk (blz. 59) onze / jullie/ hullie bruur

bussel

SN En vrouw meej ene flinken bussel hout vur de deur (140609) - een vrouw met een weelderige boezem.

d

d-syncope

Vaker dan in het Nederlands wordt in het Tilburgs dialect de medeklinker -d- uitgestoten, zoals in: mekaare (malkander), schl (schedel), vne, schne (schelden), tne (teneinde), lr, vr, repel, krnaogel, stanbild, preeke (prediken), rre, (rijderen), rsse, (ruischen), bl (buidel), zaol (zadel), ik ston(d), we zon (zouden), we won (wouden). Soms komt er een w voor in de plaats: aaw, kaaw, haawe, gouwe; veel vaker valt de j in: baaj, haaj, waaj, schaaj, spraaj, beschaaje, begaoje (begaden), raoje, op staoj (gestadig), wirgaoj, paojke, krmenaoj, laoj, draojer, blaojer, vleej week, beneeje, geleeje, breejer, neuje (nodigen), goej, hoej, moeje, bloeje, boj, broje, doje, noj, roj, lije, wije, strije, wieje, enz.

daampe

daampe

ww., zw.

dampen

Btk (blz. 27) - et daamt - uit het cluster mpt wordt de p verzwegen: et daamte

daanke

Btk (blz. 27) in 2e pers. en 3e pers. enk. presens wordt in het cluster nkt de k verzwegen - daangt

de

lw.

Btk (blz. 45) een finale t is assimilatiefactor: de wordt dan te.

-d

Het komt voor dat het voegwoord d verzwegen wordt, bijv. in kwosse begosse; samentrekking van ik wo dsse ...

WNT XXVI:736 - WILLEN I,2 a) In het imp. of plusquanperf. ik (enz) zou willen, meestal gevolgd door een dat-zin, ter uitdrukking van een (niet zelden onvervulbaren of ireelen) wensch // Ach Grietje ick wouw # gy hadt dat ick jouw wel sou wenschen. (# hier had dat kunnen staan)

Het verschijnsel doet zich ook voor bij samengestelde voegwoorden: meedk em zaag - meej kem zaag

K+B 'swijls de franc op vijf centen stao = swlsd de franc ...

-de, -te

eindlettergreep

De finale lettergreep van genverteerde persoonsvormen van de 2e persoon enkel- en meervoud (komde/ kwaamde, doede/didde, zde / waarde, witte/ wieste, kkte / kekte, enz.) bestaat uit de medeklinker van het vervoegingssuffix (d of t) plus een enclitisch pronomen (e).

De d is door assimilatie ontstaan uit een oorspronkelijke t. Zo'n assimilatie werd echter belemmerd door een voorafgaande stemloze fricatief (trefte, waaste, vchte) of occlusief (krpte, prtte, brikte).

Om nadruk te leggen kan het versmolten voornaamwoord herhaald worden: Itte gllie brn brod? Dan meude gij ok meej.

drm

toevoegen: Btk dremke (blz. 16, 51) meervoud: dreme

dnke

Btk (blz. 27) in 2e pers. en 3e pers. enk. presens wordt in het cluster nkt de k verzwegen dngt

der

(bw/vn)

Btk (blz. 40)

Het postencliticum 'der' veroorzaakt verkorting, b.v. ik rok-der vier - ik lop-der wl eeve nrtoe; als het postencliticum de vorm 'er' heeft, vindt er geen verkorting plaats: ik rok-er vier - ik lop-er wl eeve nrtoe.

dke

Btk (blz. 40) verl. tijd dok, maar: dokte gij?

deur

na d e u r, d u r ke :

deurgebont

zn.

de deurstijlen

- uitdr. in et deurgebont staon - in de weg staan

CR in et deurgebont

vM hij ston tussen et durgebont

deur

Btk (blz. 41-42) durlope - lopt is en bietje deur

deuzeg

CR 9 (blz. 57) 'deuzig en zat'

Dien

zn., eigenn.

vrouwennaam: Dien, Dina, Dientje (vaak verkorting van Huberdina o.i.d.)

fig. schl dientje, kleine baarsachtige van 15 cm (Gymnocephalus cernua), ook schle jood genoemd

WBD III.4.2$92 'schele jood', pos, baarsachtige van 15 cm

dkkele

SN In de vekaasie fietsteme nr Esbeek om te gn dkkele in de Flaos. (151210) - In de vakantie fietsten we naar Esbeek om te gaan pootjebaden in de Flaas.

drge

CORRECTIE Btk: imperf. drde moet zijn: drgde ...

dreugklot

SN B diejen dreugklot moete geduureg fkes dnke, vurd ge kunt laage. (161209) - Bij die droogkomiek moet je meestal even nadenken,voordat je kunt lachen.

drinke

Btk (blz. 27) in 2e pers. en 3e pers. enk. presens wordt in het cluster nkt de k verzwegen - dringt

drugte

CR10 'die drugt' (blz. 9)

dunke

Btk (blz. 27) in de 3e pers. enk. presens wordt de k verzwegen: dungt

durjaoger

SN Fne kst beschiet er bij hum nie aon, tis ene chten durjaoger / schrkker (100210)

duuzendzinder

duuzenste tw. duizendste (Btk. blz. 90)

dwalkschaop

SN Toen hullie moeder dod waar, wierie en dwalkschaop - raakte hij letterlijk en figuurlijk ontheemd (021209)

rbeezem

SN Vruuger kchteme de rbeezeme in en spaone mndje bij den boer (120709)

reger

CORRECTIE lemma r e g e r (typefout 2x) teege der reger moet zijn teege den reger

rem

(zn) toevoegen: achter Btk: dim.: remke (blz. 16, 51)

eke

dim. suffix

Volgens Btk (blz. 50) wordt dit suffix gevoegd achter een substantief eindigend op: een korte klinker + 1, m of n: manneke, stlleke, pilleke, bonneke, nunneke, blleke, wieleke, smoeleke, Juuleke. Uitz.: naast kummeke komt vaak kumke voor.

l

lf tw. elf

lfde tw. elfde [zonder svarabhaktivocaal omdat die binnen de eerste syllabe blijft]

er

pluralissuffix

Btk (blz. 54) meervouden van substantieven op -er: aajer, knder, blaojer, dinger, ptlojer, draojer (draoje), brojer (broje)

fielefaawe

SN As ge zo blft fielefaawe, krde himmel niks - ... zeuren, krijg je ... (270110) - WBD III.1.4:436 fielefooien (ook: fielievouwen) - strelen, aanhalen, lief doen. N.B. niet voor Tilburg; daar: flikflooien, fikfakken, als in Van Dale. Nittersels wrdenbuukske: fieliefaauwer - mooiprater.

fisje

Btk (blz. 28) uit het cluster stj wordt de t verzwegen.

flr

SN Agge nie ophaawt zakkoe es en flr verkope d oewe kp vort nr oe kont kan kke (020809)

flte

Btk (blz. 40) verl. tijd flot, maar: flotte gij?

foetelpt

SN Meej driekoninge ginge de knder meej de foetelpt langs de deure (060110)

frannie

WBD III.1.3.15 'franje' = rafel moet zijn: 'franie' = rafel

frts

CR10 (blz. 70) 'munne pommeraans frotst'

frutblaos

CR 9 (blz. 35) gif mn mar de frutblaos

g

infix

Vervoegde werkwoorden in de onvoltooid tegenwoordige en verleden tijd, met als onderwerp gij/ gullie, hij/ zij/ et of een ermee bedoeld naamwoord, soms ook ik, kunnen met een onmiddellijk volgend lidwoord of voornaamwoord et verbonden worden door een ingevoegde g: gij zieget, hij doeget, de laamp digget nie mir, gullie zogget wl weete.

Het gaat om een kleine selectie werkwoorden: die welke een eenlettergrepige infinitief hebben; zn, zien, doen, gaon, staon, slaon; verder: hbbe, gge, lgge / ligge en zulle. Uitgezonderd zijn tijdsvormen die zelf op een g eindigen: zg, lg, lig, zaag, sloeg; en vormen die niet op een klinker eindigen: is, was/waart, ging, ston(d), zul. Eigenlijk is zo'n g een hiaatdelger. Uitgangsloze persoonsvormen als doe, zie, gao, stao, zo leveren vr het woordje et een hiaat: hij doe et. Onbewust zou men een t als vulmiddel kunnen gebruiken: hij doet et, maar ook wel een d: hij doed et; in dit laatste geval gaat het dan om een intervocalische d, waarvan bekend is dat hij gemakkelijk het veld ruimt ten gunste van een j, zoals in roje,doje, kaoje, lije, rije, geboje, begaoje. Van 'hij doejet naar 'hij doeget is het niet ver. Beide medeklinkers zijn stemhebbend; de j ontstaat tegen het harde gehemelte; de g tegen het zachte, dus iets naar achteren.

LITERATUUR

A.R.Hol - 'De g in heeft het en derg. werkwoordvormen' (in Taal en Tongval, jg. XVII (1965)

A.P. de Bont - 'Over de g in heget en derg. werkwoordelijke vormen' in Tijdschr.voor Nederlandse taal en letterkunde, jg.73, blz.262-278.

N.J. Schuurmans - 'Verbindingen met specifiek enclitische pronomina in het Westbrabants; in Mededelingen van de Nijmeegse Centrale voor dialect- en naamkunde (speciaal nummer 1975)

gaanzetong

SN Onze paa ging saoves nao et wrk langs de Golsewg gaanzetonge steeke vur de knne (070609)

gaberdiene

CORRECTIE moet zijn: gabberdiene

gaojslaon

SN Slaoget tch goed gaoj, d de draojer nie in de frut lope - Blijf toch goed opletten dat de draden niet in de war raken. (230510)

gaoperd

SN Hee gaoperd, kunde nie t oe dppe kke! (190809)

gatslag

WNT XIV:1511 gatslag - bilslag (verouderd)

gatvergielegtekeutel

SN Gatvergielegtekeutel, ws d heet (160909)

gebrojd

SN Hij heej nie te klaoge, hij is ommers goedgebrojd - hij is immers verzekerd van een goed bestaan (3006l0)

geensgns

SN Heensgns gao rap, mar trug hk de wnd van veure (050809)

gre

SN Enen bak kffie hk wl gre, mar ene klaore hk ng liever (220309)

gtekp

SN Oover honderd jaor hmme tch amml ne gtekp (l90409) - Over honderd jaar zijn we toch allemaal dood.

gemneks

SN Enen botram meej gemneks, d waar pas fist. (140310)

gewonte

Btk (blz. 53) meervoud: gewontes

gezond

Btk (blzt.27) in de superlatief wordt de d niet uitgesproken: gezonst

giebere

Jag. GIBBEREN - gibben. Gibberen is Vlaamsch voor lachen. Het primaire GIBBEN kwam onder de vorm GIEBEN (giebelen) voor; Eng. to ghybe.

giebergt

SN Ge zut drteg van die giebergte in de klas hbbe! - ... van die pubers (240110)

glas

dim. glske

Btk (blz. 52) glaas of glas

gllie, gullie

Btk (blz. 58) als onderwerp: gullie, anders: jullie

harses

SN Hij viel meej sen harses op de kaajbaand n was gelk van sene susserd (250209) - Hij viel .... en was helemaal van de wijs, van streek, in de war.

heilzaom

heilzaam bn., bw.

Btk (blz. 34) hlzaom of heilzaom

hllepe

CR10 (blz. 27) 'dan hellep't nie'

hloore

SN Jantje gao es hleure of de mister der al nkomt - ga eens kijken of ... (220709)

hrdgang

zie Actum Tilliburgis jg. 7 (1976) blz. 24 (M. de Bruijn)

hier

Btk (blz. 29) In allegro-vormen kan een initile h wegvallen als het vorige woord eindigt op een medeklinker: 'ik blf ier slaope'.

hiete

(van de krantetitel 'dinges' bestaat geen kaart (zie Van Dale) SN Ge wit wl, ch kom, hoe hietie naa ok alwir? (170509)

himml

SN Ge zt ok himml ginne meens vur d wrk. (300809)

hoeme

SN As ge nie tschaajt, krde en flr om oew oore dt hoemt. - .. dat ze suizen (041109)

hoevelderhaande

SN Ik wil enen ijskoo van en kwartje; hoevelderaande smaoke hdde (141009)

honderd

honderste tw. honderdste (Btk. blz. 90)

hondsbndje, hondsgezk, hondsknbbenhout, hondsmrt en hondsneus

Btk (blz. 27) uit het cluster nds wordt de d verzwegen: honsbndje, honsgezk, hons....

hoog-gaatie

SN Booven in den hooggaatie kunde de mskes gemak zat kusse - (090510) - boven in het reuzenrad laten de meisjes zich gewillig zoenen.

hrspl

SN En kntje wier meej grote hrsplle op zen plts gehaawe - een haardot werd met grote haarspelden op zijn plaats gehouden. (280609)

hrzak

EDW haarzak, aassak - wie ruzie zoekt, vitterig iemand. Eerste deel is wsch. Hoogduits hader 'twist'. Z.A.

Goem. aaszak - heaft met 'haarzak' niets te maken (zie blz. 15).

Ghijs. 'aer(e)zak - naarling, in 't bijz. vrek; ook aarzakker.

Bont hrzak - persoon die met iedereen overhoop ligt en ruzie maakt.

WNT V:l462 HAARZAK (II), aarzak - gewestelijke, althans niet overal bekende benaming voor een twistgierig, kijfachtig persoon, iemand die verschil, ruzie maakt over eene kleinigheid, inzonderheid om er zijn voordeel mede te doen.

Waas haarzak - die zeurt of bedriegt in 't spel. DeBo HAARZAKER, haarzaak, haarzak - Haarkliever, vitter, fr. chicaneur iemand die, iets gekocht hebbende, moeilijkheden maakt ...

hrzakke

SN Schaaj toch es t meej d gehrzak - .. met dat vervelende gedoe (280410) -- WNT V:l462 HAARZAKKEN, aarzakken, haarzaken - Van 'haarzak' - verschil zoeken; moeite maken, ook bedrog plegen, onheusch doen bij 't spel.

hske

SN wcht fkes, vur we gn moet ik nog op et hske - ... naar het toilet. (160510)

htpns

CR 9 (blz. 49) 'ik wil hotpens, pa'

houdoe

SN Alleej kom houdoe war! - Nou vooruit tot ziens maar weer eens! (030310)

iemes

SN Hdde gij iemes gezien? N, niemes! (281009)

iepert

SN Sondags komtie nie vur lleven t zenen iepert; tis tch schaand war! (310310)

ind

WBD 6e vermelding 'vlienaam' moet zijn: v1einaam

inder

SN Tis amml inder, f ge naa dur den hond f dur de kat gebeete wrt (030509)

ingiete +

ingpt zn. inktpot - Btk (blz. 28) uit cluster ngtp wordt de t verzwegen

intre

SN Ik h gin geluk meej et kaorte, ik tr in op menen buut (120409)

ja(a)nke

Btk (blz. 27) in 2e pers. en 3e pers. enk. presens wordt in het cluster nkt de k verzwegen - ja(a)ngt

jaanke

SN Den oober goojde en tas kffie oover men nuuw kled: ik kos wl jaanke! (240509)

Jan

Btk (blz. 56) ik hb Janne ng gezien

je

dim. suffix

Volgens Btk (blz. 53) wordt dit suffix gevoegd achter een substantief eindigend op een t (tenzij deze in een j verandert): straot - strtje, laand - landje, haand - hndje, maand - mndje, pt - ptje, maar brod brojke. Volgens blz. 27 wordt uit bepaalde klinkerclusters de t uitgestoten: fist - fisje, bist - bisje, kaast - kasje, gast - gasje, kiest kiesje.

jppe

SN Hij zaat stil in en huukske van den toog zen brreltjes te jppe n wier zo stiekem veul zat (040209)

jn

SN Ds me tch ene jn: ge laagt oewge kept assie et op zen heupe heej - Dat is me toch een grappenmaker: je lacht je een ongeluk als hij op dreef is. (230610)

jiepe

SN De knrrie zaat in zen drinkesbkske te jiepe - te spetteren (070310)

jrgetij

SN In dees jrgetij kunde veul wnd verwchte. (170310)

k1n

CR10 (blz. 25) 'in die hille klne benkskes'

k1n

SN Ik z laoter getrouwd: mn knder zn klnder dan de jouw. (291109)

kaajlgger

SN Et gao derin as sneevel in ene kaajlgger. (070909)

kaanes

SN Hij heej zene kaanes wir volgevreete - Hij heeft weer onbeschoft veel gegeten' (210109)

kakhiele

SN Lig tch nie zo te kakhiele, ge haawt de hille mieterse boel op! - Werk toch eens door, je houdt de hele zaak op! (210410)

kattespouw

CR10 (blz. 72) 'kattespouwbrokke'

ke

dim. suffix - Volgens Btk (blz. 5l) wordt dit suffix gevoegd achter een substantief eindigend op:

1. een klinker (niet de sjwa): milledieke, sneeke.

2. een w of j: lwke, douwke, laojke, kaajke

3. een f of p: kfke, hfke, kpke, ripke.

4. een m voorafgegaan door een korte of stomme klinker: rmke, zumke, bumke, remke.

5. een s: glske, duske, mske; soms met variant -je: viske / visje, vske/ vsje; soms is alleen -je mogelijk: vrsje, wnsje.

6. een r (behalve als zo'n woord eindigt op -ker, -ger, -cher of nger, in welk geval ze voor -tje in aanmerking komen): kaomerke, vnsterke, lirke, birke

kke

Btk (blz. 40) verl. tijd kek, maar: kikte gij?

knd

SN Ons Lewieke spult zo schon, ge htter gin knd aon (100509)

kre

SN Meej de schomaok wier et hs van boove toe beneeje gekrd (260409) = Met de schoonmaak werd het huis van boven tot beneden op zijn kop gezet.

ket

WNT VII:2016: gewestelijk nog KETE (men schrijft gewoonlijk KEETE) Men schrijft , blijkens de hedendaagsche dialecten.

kmke

SN Hij heej zo wneg haor dttie en fn kmke nodeg heej om ze te vne (290309) + (020610)

kps

SN Ik doe niemir meej: ik z kps - ...: ik heb geen geld meer om in te leggen (l00110)

kerbl

CORRECTIE moet zijn: krbl

keresier

SN Hij heej ene keresier getrouwd: hij maag vort niks meer as nr heur lstere - Hij heeft een bazige vrouw getrouwd: hij mag voortaan niets meer dan haar gehoorzamen. (210710)

kiesje

Btk (blz. 28) uit het cluster stj wordt de t verzwegen

kiltjesstamp

na kiltjes :

kiltjesstamp

zn.

stamp van keeltjes

zie: kiltjes

kinkenduut

SN Ik reej krk mee mene kreugel teege de kaajbaand ene kinkenduut kept (270909)

kitse

SN Grote lummels dnke d op de kaaje kitse stoer stao - Grote jongens ... (090610)

klazieneere

na klasjeneere:

klazieneere

ww., zw.

druk praten over gewichtige zaken

zie klasjeneere

klnpielekesweer

SN Schotse n klnpielekesweer gao mistal saome - Als je kunt schaatsen, is het meestal koud; dat is in bepaalde situaties niet zo handig. (030110)

kleviere

CR10 (blz. 65) 'Laot die schaol nie uit oew klaviere valle'

klinke

Btk (blz. 27) in 2e pers. en 3e pers. enk. presens wordt in het cluster nkt de k verzwegen klingt

klocht

SN De mister heej aatij en hil klocht jong om em heene. (020510)

klkkebaaje

SN Klkkebaaje vnde op pltse in et bos waor et en bietje donkerder is (280109)

kloterij

SN ch, d zeegeltjesplkke, ds amml mar kloterij as puntje bij pltje komt, betldet tch zlf (260709)

knnekoj

na knn :

knnekoj

zn.

konijnenkooi

zie: knnskoj

knpe

Btk (blz. 40) verl. tijd knep, maar: knipte gij?

knlpestoor

SN W zde tch ene knlpestoor; kom hier dk oe ene slabber ndoe. (250309)

knp

Btk (blz. 36) meervoud: knpe

knie

CR10 (blz. 43) 'baai m'n knie'

kniejes

na kniebaand:

zn.

kniejes (meervoud van knie)

kniejes

zn. meerv.

knien

CR gin mos n der kniejes en toch lief.

CR op zen kniejes: ze zakt hst dur der knieje;

CR soepel in de kniejes; et srf van men kniejes

gez.HvR n zen kniejes trkke - ertussenuit gaan

CR10 (blz. 43) 'baai mn knie'

Btk knieje (plur.) op oe kniejes (blz. 55)

Biks rd on de kniejes hbbe - bij het huwelijk veel meebrengen (de jongen)

knijs

SN Meej zon frllie nffen oe lopte ok goed in de knijs (040710) - Met zo'n juffer naast je loop je ook goed in de gaten.

knl

TOEVOEGEN na knl invoegen:

knldk

zn.

kanaaldijk, ook straatnaam

zie: kenaoldk

knrft

SN Dieje knrft heej gin harses in zene knst - die lomperik ... in zijn hoofd (170110)

koeter

na koes:

koeter

zn.

iemand die alsmaar heen en weer loopt

ook: koeterkont; onrustig, bedrijvig persoon

kltjesknikkere

na kltje:

kltjeknikkere

ww., zw.

bepaald knikkerspel

kpke

CR10 (blz. 43) 'en ons kupkes - schutters - eugskes gluurden'

kors

Btk (blz. 28) uit cluster rts vervalt de t: kors

krsje

Btk (blz. 28) van het cluster stj wordt de t verzwegen

krst

na krst zn:

krst

bn.

kortst

overtreffende trap van 'krt'

Btk. (blz. 49) krst

ksselek

CR10 (blz. 33) 'mar ksseluk d waoter'

kst

Btk verkleinwoord: ksje: uit cluster stj wordt de t verzwegen

kstelek

na koste

kstelek

bn.

kostbaar, waardevol

ook: ksselek

FVb kstelek waardevol

Antw. Kstelijk kostbaar; duur: en kstelijke reis

koud

na kottegissemus:

koud

bn.

komt voor naast kaaw

gez. MP Koud, d ist pas as den boer s scht.

WeijD kaaw (predicatief): het is koud (blz. 14) resp. kaawt in T noordoost.

krkezker

SN Ik z tch liever ene Krkezker as enen Ballefrutter (060509)

krikkel

SN Ons buurvrouw waar mar en krikkel meenske, mar kwke dsse kos. (181009)

krimpe

Btk (blz. 27) in 2e pers. en 3e pers. enk. presens wordt in het cluster mpt de p verzwegen.

kwanss

SN Hij keek zo kwanss es oover zene schouwer f zij ok nr hum keek (130110) Hij keek als per ongeluk over zijn schouder ...

kwtspeule

SN Ik hb zoveul kwtgespuld dk wir op men zaod zit (150309) - Ik heb zoveel verloren dat ik weer terug ben bij mijn oorspr. ingelegde geld.

kwps

SN Ik wr zo kwps van al dieje limmenaade; gif naa mar es iets strekers. (200110) WNT VIII:815 KWIPS Zie KWAPSCH 702 KWAPSCH - kwabsch, bnw. Wellicht eene afleiding van KWAB l) Van den mensch en zijn lichaam: flauw, onwel, misselijk. Z.a.

lammeteere +

lamke, lmke zn., dim. lampje - met klinkerverkorting uit 'laamp' - Btk (blz. 28) uit cluster mpk wordt de p verzwegen,

lanzjeej

(ter vervanging v. potloodnotitie) Bont slans (silence?) beginwoord v.e. soort lied dat men vooral in herbergen kon horen (blz. 554)

leg

SN Hij zong hil leg: toe et wit zaand toe - met een heel lage basstem. (070710)

lke

Btk (blz. 40) verl. tijd lek, maar: likte gij?

lpere

SN Die trui is aoreg versleete, ze begient n alle kaante te lpere. Die trui is best wel versleten: ze begint aan alle kanten te lubberen. (270610)

lksteel

SN Zonder lksteel hamme gin krmes gehad. (240310)

lkstel

[opmerking 2: Op het leesplngske komt voor 1kste1 het naglijderteken is terecht". Het gaat om een zachtlange ee. De desbetreffende kaart is correct.

lmke

SN De klnmanne meugen enen aovend meej nr de krmes lmkes kke. (200509)

lillek

CR10 (blz. 11) 'hoe lillukker'

lillekerd

CR10 (blz. 55) 'n lillukkerd'

links

Btk (blz. 27) van het cluster nks wordt de k verzwegen: lings

linkse

Btk (blz. 27) van het cluster nks wordt de k verzwegen: lingse

linkspot

Btk (blz. 27) van het cluster nks wordt de k verzwegen: lingspot

locht

SN De locht schoof dicht n et viel er drnao meej bakken t (290709)

lomp

Btk (blz. 27) aan eerste regel toevoegen: in de superlatief wordt de p verzwegen: lomst

lope

WNT VIII:2826: "Ook in het Ndl. komt loopen voor 'een snelle voortbeweging' voor, en gewestelijk, b.v. in Brabantsch dialect, is deze beteekenis zelfs nog de meest gebruikelijke."

lope

Btk (blz. 37) lope - gij/hij lopt

lut

SN Die grote lut spulde ng aatij meej der poppe in plts dsse nr de jonge krels keek - die grote meid .... in plaats dat ze belangstelling voor de jongens had. (010709)

maawerd

SN We zde tch ene maawerd, tis bij jou not goed f et dugd nie (080309) -Wat ben je toch een zeurpiet, het is bij jou nooit goed.

meejd

WNT IX:619 - (29) In voegwoordelijke uitdrukkingen met 'dat', wordt het voegw. 'dat' soms weggelaten: 'Met ze was beschonken, ... SIX v.CH. Verg. bijv. vr(dat), eer(dat).

meejd

Ook met weglating van d: meej kem zaag, wies ik et

mlleke

gemolke moet worden: gemolleke

mnneke

SN Meej zon pak aon zde wl et mnneke (030609) -- Met zo'n kostuum aan kun je wel voor den dag komen.

mrsie

mrsie - tsw.

-- wordt algemeen gebruikt in plaats van het Ned. dankjewel

meuge

SN Akket gevraoge ha, hakket nie gemeuge. (251109)

meutele

SN Hij zaat meej zene vinger in en gtje van de baank te meutele - te peuteren (150709)

middelsn

SN Vruuger zaag ik blauw van de sneevel, n na vort van de middelesne. (070410)

mis, miske

Btk (blz. 52) 'Een betekenisverschil heeft zich ontwikkeld bij: mske 'meisje' - msje 'mesje' ').

muugeghd

SN Toen ze et hs gekrd ha, kosse van muugeghd hst niemir op de ben staon (260809)

n

hiaatdelger

Btk (blz. 50) Als een zelfst. naamwoord eindigt op een sjwa, en het volgende woord begint met een klinker, wordt de medeklinker -n- tussengevoegd: hogten n diepte - hoogte en diepte; ooranjen n r^ood - oranje en rood; ge ht meensen n ptlojer - je hebt mensen en potloden (uitdrukking); en hundjen n en poes - een hondje en een poes. Deze regel geldt uitsluitend voor zelfst. naamwoorden. Bij bijvoeglijke naamwoorden treedt n-insertie uitsluitend op bij het mannelijk enkelvoud.

naad

vw nu Naad zen vrouw dertussent is, heetie de zrg vur drie kiendjes.

naaw

vw nu Naa et blft sneuwe, gao ik nie de deur t.

naokwalm

SN Agge zukke dinger doet, moete de naokwalm kunne veele (251009)

neef

Btk (blz. 59) onze/ jullie/ hullie neef

nge

neegende tw. (Btk blz. 90)

npe

SN Ge meugt wl in oew haande npe dt amml goed aflopt (180309)

npe

Btk (blz. 40) in verl. tijd: nep, maar: nipte gij?

nuut

WAT (XI:230) NUUT, nuwe, nuwer, nuutste; iets nuuts Z.a.

llie

SN Hee llie moeder sewle nog repel nodeg? - Heeft je moeder soms ... (060610)

n

Btk (41-42) nbne - bnd er dees mar aon

onbekwaom

SN Hij h ene goejen brrel aachter zen knpe, mar hij waar nie onbekwaom. - Hij had een flinke borrel op, maar hij was niet dronken. (180710)

ndehaand +

ondngbaor bn. = ondenkbaar - Btk (blz. 28) uit cluster ngkb wordt d k verzwegen,

nkwakke

SN Daor komt ie eindelek ok es nkwakke. (300909)

ons

Btk (blz. 60) onze/ons knder, onze/ons vraawe (blz. 59) onze paa, bruur, neef, zwaoger, onz om, onzen/onz oopaa

om

Btk (blz. 59) onze / jullie/ hullie om

oomaa

Btk (blz. 55) et gao de ltste td wir w beeter meej oomaas

oopaa

Btk (blz. 59) onzen/onze, julliejen/jullie, hulliejen/hullie oopaa

opblaoze

CR10 (blz. 61) 'ge kunt 'm opblaoze'

opjne

SN Jantje wier dur zen kammeraoj opgejnd om blleke te trkke (040309)

opstoet

SN Alle jaore zitten er meej karneval in den opstoet grote gaote - (140210) Ieder jaar vallen er met carnaval in de optocht grote gaten

ssem

SN Ik heb mar enen ssem n twee haande - Ik kan niet alles tegelijk. (081210)

p1ze

Btk (blz. 40) in verl. tijd variatie: plosde / plosde

paa

Btk (blz. 59) onze / jullieje) / hullie(je) paa

paddeddevoet, paddepot

SN Hk daor gaddomme wir ene paddepot in men stuk - Heb ik daar potverdorie weer een fout in mijn weefsel. (110209)

padscheet

SN Ds heel ont, zon padscheet op oew oog - Dat is erg vervelend, zo ' n strontje aan het oog. (221210)

peejstamp

SN Peejstamp itte meej klapstuk - Hutspot eet je met klapstuk (rundvlees dat wordt meegekookt) (250109)

pre

SN We zulle der es flink teegenon pre - we zullen ze eens flink van katoen geven (131209)

perbeere

SN D kunde naa wl perbeere, mar d lukt oe tch nie. (111109)

prsgestiekes

SN ds vals spul, gij mkt prgestiekes n oewe maot - dat is vals spel, jij geeft tekens aan je maat (180209) - Uit Frans 'gesticuler' - tekens geven, gebaren maken.

peur

- en na dit gewijzigd te hebben in p r

SN Hij heej veul pr vur de tandarts; d spaort em snte, mar d kost em wel zen taande - - Hij is erg bang voor de tandarts, dat spaart hem geld maar kost hem wel zijn gebit. (260510)

Piet

Btk (blz. 56) we zn bij Piete gewist

pieterstalleke

CR10 (blz. 57) 'op unne pietestalleke'

pisblom

SN As pisblomme tgebloejd zn, dan kunde doen wie de plze der in ene ker af kan blaoze - .... dan kun je een wedstrijd houden wie de (zaad)pluizen er ... (170609)

piske

CR10 (blz. 43) 'd piske h gin trkkraacht'

plands

SN Hij liep hil de rnrege in zene sjamberloek n op zen plandze. - Hij liep de hele ochtend in zijn kamerjas en op zijn pantoffels. (130610)

DeBo PLADIJZEN pladijsde gepladijsd - De panjuilen van eenen plakweeg met stroo vullen en bezetten om er dan mortel over te strijken. PLADIJS - een visch, anders ook Plaat geheeten.

EWN pladijs - ontleend aan vulg. Lat. platice ... wsch. afl. v. Grieks plats: 'plat, breed'.

pl

-- Javaans 'pol' (verkorting van djempol) = duim

pl

vgl. sausdme

pompe

pompe

ww., zw.

pompen

Btk (blz. 27) uit het cluster mpt wordt de p steeds verzwegen: pomt, pomte, gepomt

pompsten

moet worden pomsten - Btk (blz. 27) uit cluster mps wordt de p verzwegen.

pmsten +

pomstesjon zn. pompstation - Btk (blz. 28) uit cluster mpst wordt de p verzwegen

pot

Btk (blz. 36) meervoud: pote

Pr1wg

SN Vanaf de Prlwg koste den Atteljeej zien. (181109)

prngel

SN Dieje prngel doe ng aatij ene snt op de schaol - die gierigaard ... (250410)

prieel, prie-iltje

zn = prieel, tuinhuisje

pumke

Btk (blz. 28) uit het cluster mpk wordt de p verzwegen: pumke

raande

WeijD Stelling IV: Hasseltsch raane

rammel

SN D meens waar me tch en blkke rammel - ... een druk type. (200510)

raoke

Btk (blz. 37) raoke - gij/hij rkt

rsje

zn., dim.

restje

Btk (blz. 28) uit het cluster stj wordt de t verzwegen.

rttereur

SN Dieje rttereur wit van veure nie dttie van aachtere lft - Die slome heeft nergens erg in. (301209)

roms

SN Hij is nog romser as de paus - nog orthodoxer (310509) - Overdrachtelijk: Hij is overdreven precies in zijn opvattingen en methoden.

s

epenthesis - Opvallend is de ingelaste -s- in samenstellingen, waar het Nederlands die niet kent, zoals in: klsgat, geensgns, drinkeskrk, drinkeskl, swirskaante, spiersblle, broeksriem, mansjtsknp, sprspt, wijwaotersvtje, knnskoj, stotskr, teegesworreg, vansgelke, prsmp, druktesmaoker.

sausdme

vgl. pl

schaans

SN Ons moeder h en prtje oover de schaans meej de buurvrouw (110710)

schl

bn (op achterzijde) fig. schl dientje - kleine baarsachtige van 15 cm (Gymnocephalus cernua), ook schle jood genoemd.

schl + KAART

(zn) LEMMA als bijgaande kaart

dien zn, eigenn.

schnke

Btk (blz. 27) in 2e pers. en 3e pers. enk. presens wordt in het cluster nkt de k verzwegen - schengt

schomaok

SN Meej de schomaok wier et hs van boove toe beneeje gekrd (260409) = Met de schoonmaak werd het huis van boven tot beneden op zijn kop gezet.

schomaoke

Btk (blz. 42) Ik hagget schon moete maoke - ik had het schoon moeten maken (samengesteld ww.) - Ik hagget schoon moete maoke - ... mooi moeten maken (bep. v. gesteldheid)

schuddekul

SN Ik hb alleneg ng mar en pnneke schuddekul vur oe (= restjes c.q. waardeloze troep (081109)

sffens

SN Ik zal et sffes doen, mar irst mt dees klaor. (041009)

sipsp

SN Meej et sipsp van de waas wiere ok ng de plts n de stoep geschuurd. (230909)

sjasseej

SN Moete diejen aawe sjasseej daor zien sjoefele -- Moet je die oude man daar zien schuifelen (201009)

ske

dim. suffix

Volgens Btk (blz. 53) wordt dit suffix gevoegd achter een substantief eindigend op: een g, k of ng: ugske, dingske, ringske, pakske, hkske, hkske, lkske. Veel woorden op -ng laten het suffix -etje of -eske toe: dingske/ dingetje, slangetje (dier)/ slangeske (van o.a. rubber), tangeske / tangske / tangetje. Naast wgske komt ook wggetje voor.

slameur

SN Hoe gaoget? ch, zen gangeske, n nvvenaant ginne slameur (100609)

slaojhiele

SN Gao toch es t de weeg, ge staot bekaant meej oe slaojhiele op men tene. (061209)

sl`pe

Btk (blz. 40) verl. tijd slep, maar: slipte gij?

slinger

Btk (blz. 51) dim. slingertje, ook slingerke

smorselptje

CR 9 (blz. 35) 'Hedde trek in 't smodderptje'

sneuw

SN Hij begos te schreuwe toen ie meej sneuw wier ingezipt (110109)

sppert

SN Dieje sppert kan zenge nie mir verzrrege. (040410) Toelichting: Deze benaming zal wel verband houden met 'sppe' in bijv. koffie of thee, iets wat vroeger door oude mannen met slechte gebitten wel moest gebeuren, omdat ze anders hun brood niet naar binnen kregen.

speklaosiemnneke

SN Et heej gevrore n de waas hangt ng bte, et lkene naa wl speklaosiemnnekes - Het heeft gevroren en de was hangt nog buiten, het lijken nu wel speculaaspoppen (201209)

sprietje

SN We din sprietjetrkke wie mog begiene - we trokken strootje on uit te maken wie mocht beginnen. (140109)

staantepeej

SN Hij kreg staantepeej gedaon toen ie van zenen baos geschoept h. - Hij werd op staande voet ontslagen toen hij van zijn baas gestolen had. (050510)

staantepeej

letterlijke vertaling van Lat. 'stante pede' (ablativus absolutus)

stang +

stanpunt zn. standpunt - Btk (blz. 28) uit cluster ntp wordt de t verzwegen.

steeg

SN Doe tch nie zo steeg; lstert naa ok nr en aander. Ben toch niet zo koppig; luister ook eens naar wat een ander zegt. (291510)

stte

Btk (blz. 37) stte - gij/hij stt

stinke

Btk hij stingt (uit cluster ngkt wordt de k verzwegen)

stompe

stompe

ww., zw.

stompen

Btk (blz. 27) uit het cluster npt wordt de p steeds verzwegen: stomt, stomte, gestomt

stnder + KAART

NIEUW LEMMA als bijgaande kaart stnplts zn

stnplts

stnplts

zn.

staanplaats

vruuger hamme bij et voetballe amml en stnplts

stote

Btk (blz. 37) stote - gij/hij stot

stumke

Btk (blz. 28) uit het cluster mpk wordt de p verzwegen

stuupke

SN N et wrk zaatie op et stuupke vur zen hs en sjkske te roke. (010409)

susserd

zn bewustzijn SN Hij viel n was gelk van zene susserd (250209) WBD III.1.2:227 susserd (Reusel) bezwijming -- III.1.2:228 van zijn sus gaan (Tilburg) flauwvallen Kortrijks wdb. 'Van zijne sus vallen' - bezwijmen, bewusteloos worden Gents wdb. 'Van zijne sus draaien' flauw vallen.

swls

achter K+B ''swijls de franc ...' N.B. swijls is hier vw.

swlsd

SN Hij aat zene bottram op swlsdttie durwrekte. (221109)

swlsd

K+B 'swijls de franc op vijf centen stao ? ( = swlsd ... (zie d vw)

t

t paragoge

Het Tilburgs kent veel woorden met een zgn. paragogische -t (soms een als 't' klinkende d). Dit aanhangsel heeft geen etymologische basis, maar is louter eufonisch toegevoegd, bijvoorbeeld in de volgende woorden: negt, sommegt(e), nkeld, dubbeld, genogt, meschient, langst, kanjert, klinkert, pnt, wgt, lnt, nuut.

taageteg

SN Hij is vendaog taageteg gewrre, mar ge zogget em nie geeve (130509)

taatemiddag

Taatemiddag zk nie ts, mar taovend kunde wl koome. (160809)

tabbernaokel

SN Ze zaat meej der tabbernaokel n de kemuuniebaank n de pestoor wies nie wr dttie kke moes - ... met haar dcollet ... (280210)

taotlf

De Jager - Nieuw archief voor Ned. taalkunde (1855/56): tot - lap, vod. Gelijk nu in het Midden Hoogd. olf een individu aanwijst, zoo ook tot-olf, zijnde de ledeman van den kleermaker. Kiliaan (1599) tot-olf, taet-olf - Statua sartoria = ledenpop voor den kleermaker.

teegesworreg

SN Ge wit teegesworreg nie nir wor ge n toezt (011109)

tnnebruukske

(onderaan, achter 'Tinnebroek' als volgt aanvullen) , welke naam blijkens de volkstelling in 1947 14 maal in Noord-Brabant voorkwam, waarvan 8 maal in Tilburg.

tijlijend

CR10 (blz. 43) 'hij is z tij-leiend' -- WNT VIII:2224 - Lijd-den-tijd, iemand die zijn tijd verleutert of die een zaak altijd uitstelt. Kil. Homo ignauus, otiosus, tempus transigens ignau - traag, onwerkzaam

Tilburg

Tijdschr. TILBURG: jg. 27 blz. 93 Tilburger of Tilbrger (W. Sterenborg)

titse

SN Ge waart em asse oe hn getitst (151109)

tje

dim. suffix.

Volgens Btk (blz. 5l) wordt dit suffix gevoegd achter een substantief eindigend op:

1. een korte klinker + l of n: zltje, diltje, bintje, stintje, schuuntje,dkseltje

2. een sjwa: waogetje, torretje, hkketje \

3. -ker, -ger, -cher of -nger, hoewel deze meestal -ke krijgen: bakkertje, zwaogertje/ -ke, lachertje, slingertje/ -ke

tffelgeraaj

SN Et tffelgeraaj laag meej et tffelkled in de tffelschf (010309) - het bestek lag met het ontbijtlaken in de tafella.

toog

[opmerking: Bij jppe, hierboven, komt ook toog voor. De desbetreffende kaart geeft tog , wat voor mij aanleiding was tot onderzoek. Van Dale XIV geeft onder 1. TOOG 7) tapkast, 'schouwspel' van togen (tonen). Van Dale Etymologie verwijst naar Gotisch ataugjan < augo 'iets voor ogen brengen. In WNT XVII: 1283 wordt TOONEN vermeld: "Toonen is wsch. reeds in de 16de, doch zeker de 17de eeuw het gewone woord boven den Moerdijk. Terzelfder tijd is het in het brab. en limb. naast het verouderende toogen in gebruik ..." De dubbel oo in de open lettergreep garandeert dat het om een scherplange oo gaat, en de schrijfwijze toog juist is. Niettemin geeft de Woordenlijst van 1865: toog, togen; toog (=toga) togen; toonen; maar toogen komt niet voor (dialect).

truttenbl

SN Dieje truttenbl moet naa aatij alles verraoje - die flauwerd ... (090809)

tussenbaaje

SN Kunde dees tussenbaaje ok nie fkes doen? - ... ondertussen ... (050709)

tuuterke

twaalf tw. twaalf

twaalfde tw. twaalfde [zonder svarabhaktivocaal omdat die binnen de eerste syllabe blijft]

uuver

Door ronding ontstaan uit 'iever'. Zie Weijnen 'Vergelijkende klankleer v.d. Nederlandse dialecten', blz. 78. Biks uuvere - ijveren, aanmoedigen

vansgelke

SN Ik koom van den Haajkaant en men vrouw vansgelke - ... eveneens (160410)

vaort

SN Hij wont naa in Gol, mar hij heej zon vaort nr de stad. (190709)

vastentd

vastentd

zn.

vastentijd

SN In de vastentd wier der nie gedaanse (170210)

vle

Btk (blz. 37) vle - gij/hij vlt

vne

SN Hij zcht ooveral mar hij kos et nie vne. (100310)

vner

SN De hlft van de wrde is vur de vner. (020909)

verdaampe

verdaampe

ww., zw.

verdampen

Btk et verdaamt - uit het cluster mpt wordt de p verzwegen.

verkkes

CR10 (blz. 9) 'vurrekkes goed gaor'

vergeete

CR10 (blz. 31) 'en vergit me niet'

verlt

SN Daor hmme naa al enen hille td verlt nr gehad. - Dat .... gemist (210310)

verraase veraase

Volgt dan alfabetisch op veraandere

verrze verze

Volgt dan alfabetisch op verremoeje

verrkkes verkkes

Volgt dan alfabetisch op verze

verrekt verkt

Volgt dan alfabetisch op verkkes

verrinneweere

SN Die haogelbui heej hil mene tn verrinneweerd (240609)

verrinneweere verinneweere

Volgt dan alfabetisch op verhonskonte

verschaaje

SN Ik hb van verschaaje kaante geheurd dt nie goed meej em gao. (210609)

verschieten

WNT deel XX II, kolom 25, betekenis 27) in de verbinding 'zijn oogen verschieten' = even inslapen, een licht kort slaapje doen.

verslnde

-- Boutkan kent alleen 'verslinden'

vertssel

SN Ge moet hier naa gin vertsselke gn ophange ik gelf oe vur ginne snt. (280310) Je moet hier nou geen fabeltje gaan vertellen ik geloof je absoluut niet.

vthol

SN Toen ze kattekwaod han tgehld krege ze ene vthl aachter der broek. (121210) - Toen ze kattekwaad uitgehaald hadden, kregen ze een politieman achter zich aan.

veulprts

SN Dieje veulprts lult oe zo van de skke - die praatjesmaker kletst je zo omver (180410)

visje

Btk (blz. 28) uit het cluster stj wordt de t verzwegen (van vst)

visjeszak

SN D betaol ik t men visjeszkske (111009)

vrke

Btk (blz. 37) vrke - gij/hij vrukt

vruut

SN Hij heej me tch en vruut, daor kunde ast rgent schle. (231209)

waone

waone

ww., zw.

wanen

- waon - waont - waont / wnde - wnde - wnde - gewnd

Btk (blz. 38) in verl. tijd vocaalkrimping: wnde;

- waone - wnde - gewnd

wrepe

wrepe st. ww = werpen -- wrepe - wierp/wierepe - gewrrepe

wffer

SN Wffer: wat voor, welke. De wffere mnde? De die daor. (090909)

wffer

SN Wffer knder hdde gllie? Van baaje sorten en. (160610)

wg

onderste vermelding: WBD moet zijn : Btk (blz. 53)

wltje

SN Kunde nog en wltje wchte, ik zder zo - Kun je nog even wachten, ... (300510)

wo(n)

achter eerste citaat (van K + B): (zie opmerking bij d vw)

wrsje

zn., dim.

worstje

Btk (blz. 28) uit het cluster stj wordt de t (van 'wrst') verzwegen.

zwaoger

Btk (blz. 59) onze / jullie(je) / hullie zwaoger

zambak +

zanpad zn. zandpad -Btk (blz. 28) uit cluster ntp wordt de t verzwegen, met klinkerverkorting uit zaand

zke

Btk (blz. 40) verl. tijd: zek, maar: zikte gij?

zeiken

betekent ook 'zeuren'

ztrepel

SN Tis rmoej agge oe ztrepel moet opeete - Het betekent armoede als je gedwongen bent je pootaardappelen op te eten (080209)

zoon

CR10 (blz. 19) "n spie tot aon de soons toe'

zuut

SN Zudde naa zuut zn n zachjes doen op zulder? (230809)

zwaoger

Btk (blz. 51) dim. zwaogertje, ook zwaogerke

zwaor

De door Btk (blz. 50) gegeven comparatief 'zwrder' heeft de vorm 'zwdder' naast zich.

zweevel

zwlle st.ww = zwellen -- zwlle - zwol - gezwolle